Als je de SkyDrive-app voor Mac installeert, wordt een exemplaar van je SkyDrive naar je Mac gedownload en in je SkyDrive-map gezet. Deze map wordt gesynchroniseerd met SkyDrive. Als je een bestand of map op SkyDrive.com toevoegt, wijzigt of verwijdert, wordt het bestand of de map ook toegevoegd, gewijzigd of verwijderd in je SkyDrive-map, en vice versa.
Om bestanden automatisch te uploaden naar SkyDrive, verplaats of kopieer je de bestanden met de Finder naar je SkyDrive-map. Je kunt de bestanden ook vanaf een app in je SkyDrive-map opslaan. In dat geval mogen je bestanden niet groter zijn dan 2 GB. Als je de SkyDrive-app op andere computers hebt geïnstalleerd, worden de bestanden automatisch ook aan de SkyDrive-mappen op die computers toegevoegd.
Je kunt de Finder ook gebruiken om bestanden een andere naam te geven of te verwijderen, nieuwe mappen te maken en bestanden naar een andere locatie in je SkyDrive-map te verplaatsen De wijzigingen worden automatisch doorgevoerd in SkyDrive en op je andere computers waarop de SkyDrive-app is geïnstalleerd.
Tip
Als je foto's in SkyDrive wilt draaien, open ze dan in Preview, draai ze en sla ze op. De foto's worden automatisch bijgewerkt in SkyDrive.
Als je veel opslagruimte gebruikt op SkyDrive, kan het na installatie van de SkyDrive app langer duren als je voor het eerst al je bestanden downloadt. Tips over het optimaliseren van de snelheid vind je in Opslagmodellen: veelgestelde vragen over abonnementen en facturering.