Weergave-instellingen wijzigen op meerdere beeldschermen

Of u nu uw bureaublad wilt weergeven tijdens een vergadering of presentatie of gewoon uw bureaubladgebied wilt vergroten, u hoeft niet dezelfde weergave-instellingen te gebruiken voor elk beeldscherm dat u aansluit. Als u een extra beeldscherm hebt aangesloten, kunt u de beeldscherminstellingen heel eenvoudig aanpassen.

Windows kan maar één extra beeldscherm automatisch detecteren. Als u twee of meer beeldschermen aansluit, moet u handmatig het primaire beeldscherm aanwijzen, het bureaublad schikken en de weergave-instellingen toepassen, zoals de schermresolutie en de kleurdiepte. De volgende keer dat u deze beeldschermen aansluit, identificeert Windows automatisch het primaire beeldscherm en worden de instellingen toegepast die u eerder voor elk extra beeldscherm hebt opgegeven.

Weergave-instellingen wijzigen

  1. U kunt Beeldscherminstellingen als volgt openen: klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start, klik op Configuratiescherm, klik op Vormgeving aan persoonlijke voorkeur aanpassen, klik op Persoonlijke instellingen en klik vervolgens op Beeldscherminstellingen.

  2. Als u het primaire beeldscherm wilt aanwijzen, klikt u op het tabblad Beeldscherm op het pictogram dat hoort bij het beeldscherm dat u wilt aanwijzen als het primaire beeldscherm en schakelt u vervolgens het selectievakje Dit is mijn hoofdbeeldscherm in.

  3. Selecteer de schermresolutie en de kleurkwaliteit voor elk beeldscherm dat u gebruikt.