De meest gebruikelijke manier waarop u nieuwe bestanden kunt maken, is door gebruik te maken van een programma. U kunt bijvoorbeeld een tekstdocument maken in een tekstverwerkingsprogramma of een videobestand in een programma voor het bewerken van video's.
Sommige programma's maken een bestand aan wanneer u het desbetreffende programma opent. Als u bijvoorbeeld WordPad opent, wordt het programma gestart met een lege pagina. Deze lege pagina vertegenwoordigt een leeg (nog niet opgeslagen) bestand. Typ vervolgens de gewenste tekst. Als u uw werk wilt opslaan, klikt u op de menubalk op Bestand en vervolgens klikt u op Opslaan als. Typ in het dialoogvenster dat wordt weergegeven een naam waaraan u het bestand in de toekomst kunt herkennen en klik vervolgens op Opslaan.
De meeste programma's slaan bestanden op in veelgebruikte mappen, zoals Documenten, Afbeeldingen en Muziek, zodat u deze bestanden een volgende keer eenvoudig terug kunt vinden. Zie Bestanden opslaan voor meer informatie over het maken van nieuwe bestanden.
Als u een bestand niet meer nodig hebt, kunt u het van de vaste schijf van uw computer verwijderen. Op deze wijze bespaart u ruimte en u voorkomt dat uw computer vol komt te staan met ongewenste bestanden. Als u een bestand wilt verwijderen, opent u de map waarin het bestand is opgeslagen en vervolgens selecteert u het bestand. Druk op de toets DELETE en klik op Ja in het dialoogvenster Bestand verwijderen.
Als u een bestand verwijdert, wordt dit tijdelijk opgeslagen in de Prullenbak. De Prullenbak is als het ware een soort van beveiligingsmap van waaruit u bestanden kunt terugzetten die u per ongeluk hebt verwijderd. U moet de Prullenbak af en toe legen, zodat de ruimte op de vaste schijf die voor de ongewenste bestanden in de Prullenbak wordt gebruikt, vrijkomt. Zie Bestanden definitief uit de Prullenbak verwijderen voor informatie over hoe u de Prullenbak kunt legen.