Als u meerdere programma's of documenten hebt geopend, raakt uw bureaublad mogelijk aI snel bedolven onder een wirwar van vensters. Bijhouden welke vensters er zijn geopend, is niet altijd een even eenvoudige zaak omdat sommige vensters geheel of gedeeltelijk door andere vensters worden bedekt.
De taakbalk gebruiken. De taakbalk biedt u een methode waarmee u alle geopende vensters kunt ordenen. Elk venster wordt vertegenwoordigd door een knop op de taakbalk. Als u naar een ander venster wilt schakelen, klikt u op de knop van het desbetreffende venster op de taakbalk. Het venster wordt hierna voor alle andere vensters weergegeven en wordt daardoor het actieve venster, dat wil zeggen, het venster waarin u momenteel werkt.
Als u op de knop Rekenmachine op de taakbalk klikt, wordt het bijbehorende venster op de voorgrond weergegeven
Als u een venster op een eenvoudige manier wilt identificeren, wijst u de bijbehorende knop op de taakbalk aan. Vervolgens wordt er een kleine afbeelding, een zogeheten miniatuurweergave weergegeven waarin een kleine versie van het desbetreffende venster is afgebeeld. Dit voorbeeld kan bijzonder nuttig zijn ingevallen waarin u niet in staat bent om de vensters alleen op basis van de venstertitel te herkennen.
Wijs een knop op de taakbalk aan als u een voorbeeld van het bijbehorende venster wilt weergeven
Als er te veel knoppen op de taakbalk komen te staan, worden de knoppen van een zelfde programma gegroepeerd tot een enkele knop, zoals in de volgende afbeelding is weergegeven. Klik op de knop als u een menu met de items in de groep wilt weergeven en selecteer vervolgens een item, zodat dit het actieve venster wordt. Zie De taakbalk (overzicht) voor meer informatie over knoppen op de taakbalk.
Drie Paint-vensters die op de taakbalk zijn gegroepeerd tot één knop
ALT+TAB gebruiken. U kunt naar het vorige venster schakelen als u op ALT+TAB drukt en u kunt door alle geopende vensters en het bureaublad bladeren als u de toets ALT ingedrukt houdt en als u vervolgens herhaaldelijk op de toets TAB drukt. Laat de toets ALT los als u het geselecteerde venster wilt weergeven.
Tussen vensters schakelen met de toetsen ALT+TAB
Windows Flip 3D gebruiken. Met Windows Flip 3D worden de vensters gerangschikt in een driedimensionale stapel,die u snel kunt doorbladeren. U kunt Flip 3D als volgt gebruiken:
-
Houd de Windows-logotoets
en druk op TAB om Flip 3D te openen.
-
Druk terwijl u de toets met het Windows-logo houdt ingedrukt herhaaldelijk op de toets TAB of draai aan het muiswiel als u door de geopende vensters wilt bladeren. U kunt tevens de toetsen PIJL-RECHTS en PIJL-OMLAAG indrukken als u naar het volgende venster wilt bladeren of de toetsen PIJL-LINKS of PIJL-OMHOOG als u naar het vorige venster wilt bladeren.
-
Laat de toets met het Windows-logo los als u het bovenste venster in de stapel wilt weergeven. U kunt tevens op een willekeurig gedeelte van een venster in de stapel klikken als u het desbetreffende venster wilt weergeven.
Tussen venster schakelen met Flip 3D
Opmerking
Flip 3D en taakbalkvoorbeeldvensters werken alleen als Windows Aero is geïnstalleerd. Dit is het onderdeel van Windows Vista waarmee visuele functies worden geoptimaliseerd. Aero is niet beschikbaar in Windows Vista Starter of Windows Vista Home Basic. Zie Hoe krijg ik Windows Aero? voor meer informatie.
Tip
U kunt Flip 3D ook openen door te klikken op de knop Tussen vensters schakelen
op de taakbalk. Klik vervolgens op een venster in de stapel om dat venster weer te geven. Als u buiten de stapel klikt, wordt Flip 3D gesloten zonder dat wordt geschakeld naar een ander venster.