De herhaalsnelheid voor tekens aanpassen

Als u de herhaalsnelheid wilt aanpassen waarmee tekens zich herhalen op uw toetsenbord, kunt u zowel de herhaalvertraging (de tijd die verstrijkt voordat een teken wordt herhaald als u een toets ingedrukt houdt) als de herhaalsnelheid (de snelheid waarmee een teken zich herhaalt als u een toets ingedrukt houdt) wijzigen.

Alles weergeven

De herhaalsnelheid voor tekens aanpassen met behulp van de muis

  1. Klik op de knop Start en klik vervolgens op Configuratiescherm.

  2. Controleer of Klassieke weergave wordt gebruikt in het Configuratiescherm zodat alle pictogrammen worden afgebeeld. Als dit niet zo is, klik dan in het linkerpaneel van het Configuratiescherm op Klassieke weergave.

  3. Klik op Toetsenbord om het dialoogvenster Eigenschappen voor Toetsenbord te openen. Ga op het tabblad Snelheid naar het vak Tekenherhaling. Selecteer de waarden voor Herhaalvertraging en Herhaalsnelheid door de schuifregelaar naar links of rechts te bewegen.

  4. Klik op OK en klik vervolgens op de knop Sluiten om het Configuratiescherm te sluiten.

De herhaalsnelheid voor tekens aanpassen met behulp van het toetsenbord

  1. Ga naar het menu Start door op Ctrl+Esc te drukken (of op de toets met het Windows-logo). Open vervolgens het Configuratiescherm door op C te drukken.

  2. Controleer of Klassieke weergave wordt gebruikt in het Configuratiescherm zodat alle pictogrammen worden afgebeeld. Als dit niet zo is, ga dan naar het linkerpaneel en open Klassieke weergave door op Tab en vervolgens op Enter te drukken. Gebruik de pijltjestoetsen om naar Toetsenbord te gaan en druk op Enter.

  3. In het dialoogvenster Eigenschappen voor Toetsenbord vindt u op het tabblad Snelheid het vak Tekenherhaling. Ga naar de schuifregelaar voor Herhaalvertraging door op H te drukken. Selecteer de gewenste snelheid door de schuifregelaar te bewegen met behulp van de toetsen Pijl-Links en Pijl-Rechts. Ga naar de schuifregelaar voor Herhaalsnelheid door op S te drukken. Selecteer de gewenste snelheid door de schuifregelaar te bewegen met behulp van de toetsen Pijl-Links en Pijl-Rechts. Druk vervolgens op Enter.

  4. Sluit het Configuratiescherm met behulp van Alt+B, S.