Wijzigen hoe pictogrammen worden weergegeven in het systeemvak

Het systeemvak bevindt zich standaard helemaal rechts op de taakbalk en bevat programmapictogrammen die statusinformatie en meldingen weergeven over bijvoorbeeld binnenkomende e-mailberichten, updates en de netwerkverbinding. Wanneer u een nieuw programma installeert, kunt u soms een pictogram voor dat programma aan het systeemvak toevoegen.

Afbeelding van het systeemvak, helemaal rechts op de taakbalk
U kunt het systeemvak groter maken zodat ook verborgen pictogrammen worden weergegeven

Nieuwe computers worden vaak afgeleverd met pictogrammen in het systeemvak en voor sommige programma's wordt automatisch een pictogram aan het systeemvak toegevoegd tijdens de installatie. U kunt wijzigen welke pictogrammen en meldingen in het systeemvak worden weergegeven en voor bepaalde speciale pictogrammen (de zogenaamde systeempictogrammen) kunt u bepalen of ze al dan niet worden weergegeven.

U kunt de volgorde van de pictogrammen in het systeemvak wijzigen alsook de volgorde van de verborgen pictogrammen, door ze naar de gewenste positie te slepen.

Bekijk deze video om te leren hoe u pictogrammen schikt in het systeemvak (1:13)
Alles weergeven

Een pictogram uit het systeemvak verwijderen of verbergen

  • Klik op het pictogram in het systeemvak en sleep het naar het bureaublad.

Verborgen pictogrammen weergeven

  • Klik op de pijl naast het systeemvak.

    Als u de pijl niet ziet, zijn er geen verborgen pictogrammen.

Een verborgen pictogram aan het systeemvak toevoegen

  • Klik op de pijl naast het systeemvak en sleep het pictogram dat u wilt verplaatsen naar het systeemvak. U kunt zoveel verborgen pictogrammen naar het systeemvak slepen als u wilt.

Alle pictogrammen altijd weergeven op de taakbalk

  1. Klik met de rechtermuisknop in een leeg gebied op de taakbalk en klik vervolgens op Eigenschappen.

  2. Klik onder Systeemvak op Aanpassen.

  3. Schakel het selectievakje Altijd alle pictogrammen en meldingen weergeven op de taakbalk in en klik op OK.

Wijzigen hoe pictogrammen en meldingen worden weergegeven in het systeemvak

U kunt het gedrag van pictogrammen en de bijbehorende meldingen op de taakbalk aan uw voorkeur aanpassen.

Bekijk deze video om te leren hoe u de manier wijzigt waarop pictogrammen en meldingen worden weergegeven in het systeemvak (1:48)
  1. Klik met de rechtermuisknop in een leeg gebied op de taakbalk en klik vervolgens op Eigenschappen.

  2. Klik onder Systeemvak op Aanpassen.

  3. Selecteer voor elk pictogram een van de volgende opties in de lijst:

    • Pictogram en waarschuwingen weergeven. Het pictogram is altijd zichtbaar op de taakbalk in het systeemvak en alle meldingen worden weergegeven.

    • Pictogram en waarschuwingen verbergen. Het pictogram is verborgen en er worden geen meldingen weergegeven.

    • Alleen waarschuwingen weergeven. Het pictogram is verborgen maar als het programma een waarschuwingsballon genereert, wordt deze op de taakbalk weergegeven.

  4. Klik op OK.

Systeempictogrammen in- of uitschakelen

Systeempictogrammen, zoals Klok, Volume, Netwerk, Power en Onderhoudscentrum zijn speciale pictogrammen die deel uitmaken van Windows. Bij deze pictogrammen kunt u wijzigen hoe de pictogrammen en meldingen worden weergegeven en of ze überhaupt worden weergegeven. U wilt wellicht een systeempictogram uitschakelen als u een soortgelijk programma hebt geïnstalleerd of als de fabrikant van uw computer dit heeft gedaan. Als u een systeempictogram uitschakelt, kunt u het later altijd weer inschakelen.

Bekijk deze video om te leren hoe u systeempictogrammen in- of uitschakelt (1:21)
  1. Klik met de rechtermuisknop in een leeg gebied op de taakbalk en klik vervolgens op Eigenschappen.

  2. Klik onder Systeemvak op Aanpassen.

  3. Klik op Systeempictogrammen in- of uitschakelen.

  4. Klik voor elk systeempictogram op Aan in de lijst om het pictogram in het systeemvak weer te geven of klik op Uit om het pictogram helemaal uit het systeemvak te verwijderen.

  5. Klik tweemaal op OK.