Verbinding maken met Bluetooth-apparatuur of andere draadloze apparatuur/netwerkapparatuur

U kunt draadloze telefoons, toetsenborden, muizen of andere apparaten op uw computer aansluiten. Dit geldt ook voor Bluetooth en draadloze netwerkapparaten (Wi‑Fi). U kunt een netwerkapparaat, zoals een netwerkprinter, opslagapparaat of Windows Media Center-extender, ook toevoegen aan uw computer.

Bekijk deze video om te leren hoe u verbinding maakt met Bluetooth-apparatuur of andere draadloze apparatuur/netwerkapparatuur (1:17)

U hoeft geen apparaten toe te voegen die al op de computer zijn aangesloten via een USB-kabel of een andere bekabelde verbinding, omdat deze apparaten automatisch worden gedetecteerd en weergegeven in Windows.

Afbeelding van de wizard Een apparaat toevoegen
Lijst met apparaten in de wizard Apparaat toevoegen

Opmerking

  • Bluetooth wordt in geen enkele versie van Windows Server ondersteund.

Alles weergeven

Een draadloos apparaat of netwerkapparaat toevoegen

  1. Open het Configuratiescherm door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm.

  2. Klik onder Hardware en geluiden op Een apparaat toevoegen en volg de instructies.

    Zie de volgende instructies als u het draadloze apparaat of netwerkapparaat dat u wilt toevoegen, niet kunt vinden.

Zie Een printer installeren voor meer informatie over het toevoegen van een draadloze printer of een netwerkprinter.

Een draadloos apparaat zoeken

Hier volgen een paar tips voor als een draadloos apparaat dat u aan de computer wilt toevoegen, niet wordt gedetecteerd in Windows.

  • Zorg ervoor dat het apparaat dat u wilt aansluiten, niet is uitgeschakeld, voldoende accuvoeding heeft en niet in de slaapmodus staat.

  • Controleer of u het apparaat niet al eerder aan de computer hebt toegevoegd. Apparaten die al zijn toegevoegd, worden niet weergegeven in de lijst met apparaten waarmee u verbinding kunt maken in de wizard Apparaat toevoegen.

  • Zorg ervoor dat het apparaat zich binnen het draadloze bereik van uw computer bevindt. Dit is gewoonlijk binnen 2-3 meter voor de meeste Bluetooth-apparaten of binnen 30 meter voor een Wi-Fi-apparaat. Als u niet zeker weet of het apparaat zich binnen het bereik bevindt, plaatst u dit dichter bij de computer. Als er een muur staat tussen het apparaat en de computer, plaats het apparaat en de computer dan in dezelfde ruimte.

  • Zorg ervoor dat andere apparaten het draadloze apparaat niet storen, zoals een magnetronoven, draadloze telefoon of ander draadloos apparaat.

  • Als uw computer een externe Bluetooth- of Wi-Fi-adapter gebruikt, controleert u of de adapter goed werkt en op de juiste manier is aangesloten en geïnstalleerd.

  • Als er Bluetooth-mogelijkheden zijn geïntegreerd in uw computer, zorgt u ervoor dat de Bluetooth-radiozender is ingeschakeld. Hierdoor wordt mogelijk ook uw draadloze netwerkontvanger in- en uitgeschakeld. Veel laptops hebben een externe schakelaar om de zender in- en uit te schakelen Raadpleeg de informatie die bij uw computer is geleverd of ga naar de website van de fabrikant als u niet zeker weet hoe u de zender moet inschakelen.

  • Controleer of het apparaat detecteerbaar is. Wanneer een Bluetooth-apparaat zo is ingesteld dat het detecteerbaar is, verzendt het radiosignalen om de eigen locatie bekend te maken aan andere apparaten en computers. Raadpleeg de informatie die bij uw apparaat is geleverd of ga naar de website van de fabrikant als u niet zeker weet hoe u het apparaat detecteerbaar kunt maken. Sommige apparaten (zoals een draadloze muis of een draadloos toetsenbord) hebben een knop waarop u moet drukken, terwijl u bij andere apparaten (zoals een mobiele Bluetooth-telefoon) een instelling in een softwaremenu moet selecteren om het apparaat detecteerbaar te maken.

  • Als u een draadloos netwerkapparaat wilt toevoegen, moet dit voor uw draadloze netwerk zijn geconfigureerd voordat u het aan uw computer kunt toevoegen. Raadpleeg de informatie die bij uw apparaat is geleverd of ga naar de website van de fabrikant als u niet zeker weet hoe u dat moet doen.

    Opmerking

    • Sommige‑Wi-Fi-apparaten moeten in de detectiemodus (WPS - Wireless Protected Setup) worden gezet voordat ze kunnen worden gedetecteerd. Raadpleeg de informatie die bij het apparaat is geleverd of ga naar de website van de fabrikant voor meer informatie.

  • Als u Bluetooth-software van een andere fabrikant dan Microsoft gebruikt, wordt uw Bluetooth-apparaat mogelijk niet door Windows gedetecteerd en kan het niet aan de computer worden toegevoegd. Voer de volgende stappen uit om te controleren of uw Bluetooth-software door Microsoft is geleverd.

    1. Open het Configuratiescherm door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm.

    2. Typ Bluetooth in het zoekvak van het Configuratiescherm en klik vervolgens op Bluetooth-instellingen wijzigen.

    3. Klik in het dialoogvenster Bluetooth-instellingen op het tabblad Hardware en zoek Microsoft Bluetooth-enumerator. Als u dit niet kunt vinden, betekent dit dat uw Bluetooth-software niet door Microsoft is geleverd.

Een netwerkapparaat zoeken

Hier volgen enkele tips hoe u Windows kunt helpen het netwerkapparaat te vinden dat u aan uw computer wilt toevoegen.

  • Controleer of het apparaat is aangesloten op hetzelfde netwerk als uw computer. Als het een bekabeld netwerkapparaat betreft, controleert u of het op het netwerk is aangesloten en is ingeschakeld. Als het een Wi-Fi-apparaat betreft, controleert u of het is ingeschakeld en correct is geconfigureerd voor verbinding met uw netwerk. Raadpleeg de informatie die bij uw apparaat is geleverd of ga naar de website van de fabrikant als u niet zeker weet hoe u dat moet doen.

  • Controleer of u het apparaat niet al eerder aan de computer hebt toegevoegd. Apparaten die al zijn toegevoegd, worden niet weergegeven in de lijst met apparaten waarmee u verbinding kunt maken in de wizard Apparaat toevoegen.

  • Nadat u een nieuw apparaat op uw netwerk hebt aangesloten, moet u enkele seconden wachten voordat dit in Windows is gedetecteerd.

  • Zorg ervoor dat uw netwerkfirewall niet verhindert dat het apparaat wordt weergegeven in de lijst met apparaten die u kunt toevoegen. Het kan zijn dat u netwerkdetectie moet inschakelen. Zie Netwerkdetectie in- of uitschakelen voor informatie.

  • Niet alle netwerkapparaten kunnen aan een computer worden toegevoegd, zelfs niet als u het apparaat kunt detecteren in uw netwerk. Raadpleeg de informatie die bij uw computer is geleverd of ga naar de website van de fabrikant om uit te zoeken of een apparaat verbinding kan maken met uw computer.

  • De meeste netwerkapparaten kunnen alleen worden gedetecteerd als ze zich in hetzelfde subnet van het netwerk bevinden als uw computer. Als uw netwerk bestaat uit meerdere subnetten die met elkaar zijn verbonden, sluit u het apparaat aan op hetzelfde subnet. Neem voor meer informatie contact op met uw netwerkbeheerder.

  • Controleer of het netwerkapparaat een IP-adres en een juist netwerkadres heeft. IP-adressen worden door de meeste netwerkrouters automatisch toegekend wanneer apparaten op het netwerk worden aangesloten. Neem voor meer informatie contact op met uw netwerkbeheerder.

  • Controleer of het apparaat is geconfigureerd om de eigen aanwezigheid bekend te maken op het netwerk. De meeste netwerkapparaten doen dit automatisch. Raadpleeg de informatie bij het apparaat of ga naar de website van de fabrikant van het apparaat voor meer informatie.

  • Als u problemen hebt met de detectie of het aansluiten van uw netwerkrouter of ander netwerkapparaat, kunt u proberen de software op het apparaat bij te werken. De software van het apparaat wordt ook wel firmware genoemd. Ga naar de website van de fabrikant om te controleren of er firmware-updates zijn om te downloaden.