Haal slagen met de hoogst mogelijke kaart. Als bent gedwongen om een slag te halen, kunt u dit het beste met uw hoogste kaart doen. Gebruik de laagste kaart in uw hand vervolgens om uit te komen. Wanneer u met een lage kaart opent, verhindert u dat andere spelers duiken door een lagere kaart te spelen. Duiken (een slag niet nemen door een lage kaart te spelen) is meestal gunstig voor uw tegenstanders.
Vermijd het halen van een slag die harten of schoppenvrouw bevat. Die slagen wilt u alleen halen als u probeert een doormars te halen of als u probeert te voorkomen dat een van de andere spelers een doormars haalt.
Een doormars halen. In Hartenjagen wordt van een 'doormars' (ook wel 'pit') gesproken als een speler alle harten en de schoppenvrouw wint. De tegenstanders ontvangen automatisch 26 punten. De speler die de doormars maakt, ontvangt geen punten.
Geef hoge kaarten door. In ronden waarbij aan het begin kaarten worden doorgegeven aan een tegenstander, kunt u het beste azen en andere plaatjes doorgeven.
Tel de kaarten. Houd bij welke kaarten zijn gespeeld. Dit geldt met name voor de schoppenvrouw. Houd ook bij of al harten is gespeeld. U weet dan ook beter of een tegenstander probeert een doormars te halen.
Houd de hartenaas zo lang mogelijk vast. Geen van de andere kaarten geeft u zoveel controle over het verloop van het spel, met name wanneer iemand een doormars probeert te halen.