U kunt Rekenmachine gebruiken voor eenvoudige berekeningen zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Rekenmachine biedt bovendien de geavanceerde mogelijkheden van programmeerbare, wetenschappelijke en statistische rekenmachines.

U kunt berekeningen uitvoeren door te klikken op de knoppen van de rekenmachine, of u kunt de berekeningen invoeren via het toetsenbord. Druk op Num Lock als u met het numerieke toetsenblok getallen en operatoren wilt invoeren. Zie Sneltoetsen voor meer informatie over het gebruik van het toetsenbord met Rekenmachine.

Afbeelding van het venster Rekenmachine
Het venster Rekenmachine
  1. Open Rekenmachine door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start. Typ Rekenmachine in het zoekvak en klik vervolgens in de lijst met resultaten op Rekenmachine.

  2. Klik op het menu Beeld en klik vervolgens op de gewenste modus.

    Wanneer u naar een andere modus overschakelt, wordt de huidige berekening gewist. De rekengeschiedenis en de getallen die zijn opgeslagen door de geheugensticks worden bewaard.

  3. Klik op de toetsen van de rekenmachine om de gewenste berekening uit te voeren.

Alles weergeven

Wetenschappelijke modus gebruiken

  1. Klik op Wetenschappelijk in het menu Beeld.

  2. Klik op de toetsen van de rekenmachine om de gewenste berekening uit te voeren.

    Als u toegang wilt tot de inverse functies, klikt u op de toets Inv.

Opmerkingen   

  • In de wetenschappelijke modus is Rekenmachine tot 32 cijfers achter de komma nauwkeurig.

  • Rekenmachine houdt operatorvoorrang aan wanneer berekeningen worden uitgevoerd in de wetenschappelijke modus.

Programmeermodus gebruiken

  1. Klik op Programmeren in het menu Beeld.

  2. Klik op de toetsen van de rekenmachine om de gewenste berekening uit te voeren.

Opmerkingen

  • In de programmeermodus is Rekenmachine tot 64 cijfers nauwkeurig, afhankelijk van de geselecteerde woordgrootte.

  • Rekenmachine houdt operatorvoorrang aan wanneer berekeningen worden uitgevoerd in de programmeermodus.

  • In de programmeermodus wordt alleen met gehele getallen gewerkt. Decimale gedeelten worden genegeerd.

Statistische modus gebruiken

Wanneer u de statistische modus gebruikt, kunt u de gegevens invoeren waarvoor u statistieken wilt berekenen en de berekeningen vervolgens uitvoeren. Wanneer u de gegevens invoert, worden deze in het geschiedenisgebied weergegeven en wordt het aantal ingevoerde waarden in het berekeningsgebied weergegeven.

  1. Klik in het menu Beeld op Statistieken.

  2. Typ of klik op het eerste gedeelte van de gegevens en klik vervolgens op Toevoegen om de gegevens aan de gegevensset toe te voegen.

  3. Klik op de knop voor de statistische berekening die u wilt uitvoeren:

    Knop Functie
    Knop
    Afbeelding van de knop Gemiddelde
    Functie

    Gemiddelde van de waarden

    Knop
    Afbeelding van de knop Gemiddelde van kwadraten
    Functie

    Gemiddelde van het kwadraat van de waarden

    Knop
    Afbeelding van de knop Som
    Functie

    Som van de waarden

    Knop
    Afbeelding van de knop Som van kwadraten
    Functie

    Som van het kwadraat van de waarden

    Knop
    Afbeelding van de knop Standaarddeviatie
    Functie

    Standaarddeviatie

    Knop
    Afbeelding van de knop Standaarddeviatiepopulatie
    Functie

    Standaarddeviatie van populatie

Rekengeschiedenis gebruiken

In de rekengeschiedenis worden alle berekeningen bijgehouden die met Rekenmachine in een sessie worden uitgevoerd. De rekengeschiedenis is beschikbaar in de wetenschappelijke modus en de standaardmodus. U kunt de waarden in de berekeningen wijzigen in uw geschiedenis. Terwijl u de rekengeschiedenis bewerkt, wordt het resultaat van de geselecteerde berekening in het resultaatgebied weergegeven.

  1. Klik op Geschiedenis in het menu Beeld.

  2. Dubbelklik op de berekening die u wilt bewerken.

  3. Voer de nieuwe waarden in die u wilt berekenen en druk op Enter.

Opmerking

  • De rekengeschiedenis wordt apart gehouden voor de standaardmodus en de wetenschappelijke modus. Welke geschiedenis wordt weergegeven, is afhankelijk van de modus die u gebruikt.

Waarden omrekenen van de ene naar de andere eenheid

Met Rekenmachine kunt omrekeningen uitvoeren voor verschillende eenheden.

  1. Klik in het menu Beeld op Omrekenen van eenheden.

  2. Klik onder Selecteer het type eenheid dat u wilt omrekenen op de drie lijsten om de typen eenheden te selecteren die u wilt omrekenen. Voer vervolgens in het vak Van de waarde in die u wilt omrekenen.

Datums berekenen

Met Rekenmachine kunt u het verschil tussen twee datums berekenen of dagen optellen bij of aftrekken van een opgegeven datum.

  1. Klik op Datumberekening in het menu Beeld.

  2. Klik onder Selecteer de gewenste datumberekening op de lijst en selecteer het berekeningstype dat u wilt uitvoeren.

  3. Voer de gegevens in en klik op Berekenen.

Efficiënt brandstofverbruik, lease- of hypotheekbetalingen berekenen

Met de werkbladen Brandstofverbruik, Voertuiglease en Hypotheek in Rekenmachine kunt u uw brandstofverbruik, lease- en hypotheekbetalingen berekenen.

  1. Wijs in het menu Beeld de optie Werkbladen aan en klik vervolgens op het werkblad voor de gewenste berekening.

  2. Klik onder Selecteer het werkblad en veld die u wilt berekenen op de variabele die u wilt berekenen.

  3. Voer de bekende waarden in de tekstvakken in en klik vervolgens op Berekenen.