Verbinding met internet maken
Als u verbinding met internet wilt maken, hebt u een internetprovider (ISP) en hardware nodig:
ISP. Een ISP is een bedrijf dat internettoegang biedt. U kunt een account bij een ISP op dezelfde manier aanvragen als bij een telefoondienst of nutsbedrijf. ISP's zijn meestal telefoonbedrijven (voor een DSL- of glasvezelverbinding) of televisiebedrijven (voor een kabel- of satellietverbinding).
Hardware. Voor een breedbandverbinding, zoals een DSL-, glasvezel- of kabelverbinding, hebt u een breedbandmodem nodig. Deze maakt mogelijk deel uit van de hardware die door de ISP wordt geleverd wanneer u een breedbandaccount aanvraagt. Als u internet wilt delen met meerdere pc's door een thuisnetwerk te gebruiken, hebt u ook een router nodig. Zie Een verbinding tot stand brengen tussen uw thuisnetwerk en internet voor informatie over het aansluiten van uw thuisnetwerk op internet
Alles weergeven
Als u beschikt over een internetprovider en de hardware hebt aangesloten, hebt u mogelijk al verbinding met internet. Dat kunt u testen door een webbrowser te openen en naar een willekeurige website te gaan. Als de website niet wordt weergegeven, voert u de volgende stappen uit:
Als u verbinding met een netwerk wilt maken, veegt u het scherm in vanaf de rechterrand van het scherm en tikt u op Instellingen. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Instellingen). Tik of klik vervolgens op het netwerkpictogram (
of
). Tik of klik op het netwerk waarmee u verbinding wilt maken en tik of klik op Verbinden.
Met mobiele breedbandtechnologie, ook wel WWAN (Wireless Wide Area Network) genoemd, kunt u verbinding met internet maken als u niet in de buurt bent van een vast of draadloos netwerk. Als u gebruik wilt maken van mobiel breedband, moet u beschikken over (ingebouwde of externe) hardware die geschikt is voor mobiel breedband en een data-abonnement bij een provider van mobiel breedband.
Alles weergevenActiveer de SIM (Subscriber Identity Module) en de mobiele breedbandservice voor de SIM. Uw mobiele provider of de leverancier van uw apparaat verstrekt u de nodige informatie hiervoor.
Als u een externe gegevenskaart gebruikt, controleert u of deze op de juiste manier in de pc is geplaatst in overeenstemming met de instructies van de fabrikant, en controleert u of de schakelaar voor draadloos netwerkverkeer is ingeschakeld. De schakelaar voor draadloos netwerkverkeer bevindt zich meestal aan de voorkant, de zijkant of achterrand van een laptop of tablet.
Als u verbinding met een netwerk wilt maken, veegt u het scherm in vanaf de rechterrand van het scherm en tikt u op Instellingen. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Instellingen), Tik of klik vervolgens op het netwerkpictogram (
of
).
Klik met de rechtermuisknop op de naam van het mobiele breedbandnetwerk of druk op de naam en houd deze vast, wijzig de instellingen voor automatisch verbinden die u wilt wijzigen en tik of klik op Verbinden.
Als u daarom wordt gevraagd, selecteert of typt u de naam van het toegangspunt (Access Point Name, APN) of de toegangsreeks, de gebruikersnaam en het wachtwoord. (U kunt deze informatie vinden in de documentatie bij de mobiele breedbandhardware of -service.) Mogelijk kunt u bij de provider op dit scherm ook een data-abonnement aanschaffen.
Tik of klik op Volgende.
Als u verbinding met een netwerk wilt maken, veegt u het scherm in vanaf de rechterrand van het scherm en tikt u op Instellingen. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Instellingen), Tik of klik vervolgens op het netwerkpictogram (
of
).
Tik of klik op de naam van uw mobiele breedbandnetwerk en volg daarna de stappen op het scherm.
Voer de volgende stappen uit als u de eigenschappen van het verbindingsprofiel wilt wijzigen, zoals de naam van het toegangspunt (Access Point Name, APN), toegangsreeks, gebruikersnaam, wachtwoord of instellingen voor automatisch verbinden:
Als u verbinding met een netwerk wilt maken, veegt u het scherm in vanaf de rechterrand van het scherm en tikt u op Instellingen. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Instellingen), Tik of klik vervolgens op het netwerkpictogram (
of
).
Druk op het mobiele breedbandnetwerk en houd het vast of klik erop met de rechtermuisknop, tik of klik op Eigenschappen voor verbinding weergeven en tik of klik vervolgens op het tabblad Profiel.
Wijzig desgewenst de naam van het toegangspunt (Access Point Name, APN) of de toegangsreeks, de gebruikersnaam en het wachtwoord. (U kunt deze informatie vinden in de documentatie bij de mobiele breedbandhardware of -service.)
Selecteer een of beide van de volgende opties onder Automatisch verbinden:
Als u verbinding met een netwerk wilt maken, veegt u het scherm in vanaf de rechterrand van het scherm en tikt u op Instellingen. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Instellingen), Tik of klik vervolgens op het netwerkpictogram (
of
).
Druk op het mobiele breedbandnetwerk en houd het vast of klik erop met de rechtermuisknop, tik of klik op Eigenschappen voor verbinding weergeven en tik of klik vervolgens op het tabblad Roaming. (Het tabblad Roaming is alleen tijdens roaming beschikbaar.)
Als u wilt dat Windows automatisch een netwerk kiest, selecteert u Automatisch selecteren (aanbevolen). U kunt ook de naam van het netwerk in de lijst selecteren en vervolgens op Registreren tikken of klikken.