Een apparaat of computer aan een netwerk toevoegen

Als uw netwerk een draadloos netwerk is, moet u eerst de wizard Een draadloze router of een toegangspunt instellen uitvoeren op ten minste één computer in uw netwerk voordat u doorgaat met de volgende stappen. Zie Een thuisnetwerk instellen als u dit niet hebt gedaan.

Alles weergeven

Als u de instellingen hebt opgeslagen op een USB-flashstation, kunt u via het flashstation computers toevoegen aan het netwerk.

  1. Meld u aan bij de computer.

  2. Plaats het USB-flashstation in een USB-poort op de computer.

  3. Voor een computer met Windows Vista klikt u in het dialoogvenster Automatisch afspelen op Wizard Draadloos netwerk instellen.
    – of –
    Voor een computer met Windows XP klikt u in het dialoogvenster USB-flashstation op Wizard Draadloos netwerk instellen.

    U wordt mogelijk gevraagd de computer opnieuw op te starten.

Opmerking

Opmerking

Als u de instellingen wilt opslaan op een USB-flashstation, gaat u als volgt te werk:

  1. U kunt Netwerk als volgt openen: klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start en klik vervolgens op Netwerk.

  2. Klik op Apparaat aan het draadloos netwerk toevoegen en volg de stappen in de wizard.

  1. Meld u aan bij de computer.

  2. Klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start‌ en klik vervolgens op Verbinding maken.

  3. Kies het gewenste draadloze netwerk in de lijst die wordt weergegeven en klik op Verbinden.

  4. Typ de netwerkbeveiligingssleutel of wachtwoordzin als daarom wordt gevraagd en klik vervolgens op OK.

    Er wordt een bevestigingsbericht weergegeven zodra u verbinding hebt gemaakt met het netwerk.

    U kunt als volgt controleren of uw computer is toegevoegd:

    U kunt Netwerk als volgt openen: klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start en klik vervolgens op Netwerk.

    Er moeten pictogrammen worden weergegeven voor de computer die u hebt toegevoegd en voor andere computers en apparaten die deel uitmaken van het netwerk.

  1. Meld u bij de computer aan als beheerder.

  2. Klik op Start, klik met de rechtermuisknop op Deze computer en klik vervolgens op Eigenschappen.

  3. Klik op het tabblad Computernaam en klik vervolgens op Wijzigen.

  4. Wijzig de naam in WERKGROEP als er een andere werkgroepnaam dan WERKGROEP wordt weergegeven. Klik vervolgens op OK. Klik anders op Annuleren om het dialoogvenster Identificatie wijzigen te sluiten.

    Opmerking

    Opmerking

    Als u de werkgroepnaam hebt gewijzigd, wordt u gevraagd de computer opnieuw op te starten. Start de computer opnieuw op en voer daarna de onderstaande stappen uit.

  5. Klik achtereenvolgens op Start, Configuratiescherm, Netwerk- en internetverbindingen en Netwerkverbindingen.

  6. Klik op het pictogram voor de draadloze netwerkverbinding en klik vervolgens onder Netwerktaken op Beschikbare draadloze netwerken weergeven.

  7. Kies het gewenste draadloze netwerk in de lijst die wordt weergegeven en klik op Verbinden.

  • Sluit de computer aan op een hub, een switch of een router en schakel deze vervolgens in. (Als uw huis is voorzien van Ethernet-bekabeling, kunt u in plaats daarvan de computer op een Ethernet-aansluiting aansluiten in de ruimte waarin de computer zich bevindt, indien deze ruimte met een dergelijk aansluitpunt is uitgerust.)

    U kunt als volgt controleren of uw computer is toegevoegd:

    U kunt Netwerk als volgt openen: klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start en klik vervolgens op Netwerk.

    Er moeten pictogrammen worden weergegeven voor de computer die u hebt toegevoegd en voor andere computers en apparaten die deel uitmaken van het netwerk.

  1. Sluit de computer aan op een hub, een switch of een router en schakel deze vervolgens in. (Als uw huis is voorzien van Ethernet-bekabeling kunt u in plaats daarvan de computer op een Ethernet-aansluiting aansluiten in de ruimte waarin de computer zich bevindt, indien deze ruimte met een dergelijk aansluitpunt is uitgerust.)

  2. Meld u bij de computer aan als beheerder.

  3. Klik op Start, klik met de rechtermuisknop op Deze computer en klik vervolgens op Eigenschappen.

  4. Klik op het tabblad Computernaam en klik vervolgens op Wijzigen.

  5. Wijzig de naam in WERKGROEP als er een andere werkgroepnaam dan WERKGROEP wordt weergegeven. Klik vervolgens op OK.

Opmerking

Opmerking

Als u de werkgroepnaam hebt gewijzigd, wordt u gevraagd de computer opnieuw op te starten. Nadat u de computer opnieuw hebt opgestart, klikt u op Start en vervolgens op Mijn netwerklocaties. Klik in het linkerdeelvenster onder Netwerktaken op Zoeken naar computers in werkgroepen. U ziet pictogrammen voor de andere computers die momenteel deel uitmaken van het netwerk.

De logo's 'Certified for Window Vista' en 'Works with Window Vista' geven aan dat een apparaat compatibel is met Microsoft Windows Connect Now (WCN), een technologie waarmee de configuratie van netwerkapparaten wordt vereenvoudigd. Zie Wat is Windows Connect Now? voor meer informatie over WCN.

  1. Schakel het apparaat in.

  2. Klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start

  3. Klik op Configuratiescherm en kies Netwerk en internet.

  4. Klik onder Netwerkcentrum op Een apparaat aan het netwerk toevoegen.

  5. Volg de instructies op het scherm. Nadat u het apparaat hebt toegevoegd, meldt u zich aan bij een netwerkcomputer.

  6. U kunt als volgt controleren of het apparaat is toegevoegd:

    U kunt Netwerk als volgt openen: klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start en klik vervolgens op Netwerk.

    Normaal gesproken wordt het apparaat weergegeven als een pictogram. Als het desbetreffende apparaat een printer is, zult u deze mogelijk eerst met andere computers in het netwerk moeten delen voordat u de printer kunt gebruiken. (Printerdeling maakt geen onderdeel uit van Windows Vista Starter.)

  1. Schakel het apparaat in.

  2. Volg de instructies die bij het desbetreffende draadloze apparaat zijn geleverd.

    Nadat u het apparaat hebt toegevoegd, meldt u zich aan bij een netwerkcomputer.

    U kunt als volgt controleren of het apparaat is toegevoegd:

    U kunt Netwerk als volgt openen: klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start en klik vervolgens op Netwerk.

    Normaal gesproken wordt het apparaat weergegeven als een pictogram. Als het desbetreffende apparaat een printer is, zult u deze mogelijk eerst met andere computers in het netwerk moeten delen voordat u de printer kunt gebruiken. (Printerdeling maakt geen onderdeel uit van Windows Vista Starter.)

Schakel het apparaat in en sluit het aan op een hub, een switch of een router of op een computer die is aangesloten op een hub, een switch of een router. Het apparaat wordt vervolgens met het netwerk verbonden.

U kunt als volgt controleren of het apparaat is toegevoegd:

  • U kunt Netwerk als volgt openen: klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start en klik vervolgens op Netwerk.

    Normaal gesproken wordt het apparaat weergegeven als een pictogram. Als het desbetreffende apparaat een printer is, zult u deze mogelijk eerst met andere computers in het netwerk moeten delen voordat u de printer kunt gebruiken. (Printerdeling maakt geen onderdeel uit van Windows Vista Starter.)

  • U kunt een printer toevoegen die rechtstreeks op uw computer is aangesloten (een zogeheten lokale printer), u kunt een printer aan het netwerk toevoegen en u kunt een verbinding met een gedeelde printer tot stand brengen. Zie Een printer toevoegen of verwijderen voor meer informatie.

  • Als u een Bluetooth-apparaat aan uw netwerk wilt toevoegen, hebt u een Bluetooth-netwerkadapter nodig. Zoek naar 'Bluetooth' in Help en ondersteuning voor meer informatie over dit onderwerp.

Dank u.
Wilt u nog iets anders toevoegen?
Dank u. Dankzij uw feedback kunnen wij onze inhoud voortdurend verbeteren.
1200 400 Hoe kunnen we dit nog nuttiger maken voor u? Verzenden Overslaan Wilt u nog iets anders toevoegen? Verzenden Nee, bedankt