U kunt sneltoetsen maken om programma's te openen. Dit werkt vaak eenvoudiger dan het openen van programma's met de muis of een ander aanwijsapparaat. Voordat u deze stappen uitvoert, controleert u of er een snelkoppeling is gemaakt voor het programma waaraan u een sneltoets wilt toewijzen. Als er geen snelkoppeling is gemaakt, bladert u naar de map die het programma bevat, klikt u met de rechtermuisknop op het programmabestand en klikt u vervolgens op Snelkoppeling maken om er een te maken.

  1. Zoek de snelkoppeling naar het programma waarvoor u een sneltoets wilt maken.

  2. Klik met de rechtermuisknop op de snelkoppeling en klik vervolgens op Eigenschappen.

  3. Klik op de tab Snelkoppeling in het dialoogvenster Eigenschappen van snelkoppeling en klik vervolgens op het vak Sneltoets.

  4. Druk op de toets op het toetsenbord die u wilt gebruiken in combinatie met CTRL+ALT (sneltoetsen beginnen automatisch met CTRL+ALT) en klik vervolgens op OK.

    U kunt deze sneltoets nu gebruiken om het programma te openen wanneer u het bureaublad gebruikt. De snelkoppeling werkt ook in combinatie met sommige programma's, maar mogelijk niet met programma's die hun eigen sneltoetsen hebben.

Opmerkingen

  • In het vak Sneltoets wordt Geen weergegeven, totdat u de toets selecteert. Vervolgens ziet u in het vak Ctrl+Alt, gevolgd door de toets die u hebt geselecteerd.

  • U kunt niet de toetsen ESC, ENTER, TAB, SPATIEBALK, PRINT-SCRN, SHIFT of BACKSPACE gebruiken om een sneltoets te maken.