De eerste keer dat u een apparaat aansluit op een USB-poort (Universal Serial Bus), wordt in Windows het stuurprogramma voor dat apparaat automatisch geïnstalleerd. Wanneer het stuurprogramma is geïnstalleerd, kunt u het apparaat voortaan zonder verdere acties loskoppelen en weer aansluiten.

Voordat u het apparaat aansluit

Raadpleeg de instructies die bij het apparaat zijn geleverd om na te gaan of het stuurprogramma moet worden geïnstalleerd voordat u het apparaat aansluit. Doorgaans detecteert Windows een nieuw apparaat zodra u het aansluit. Het stuurprogramma wordt vervolgens automatisch geïnstalleerd. Bij bepaalde apparaten moet u het stuurprogramma echter installeren voordat u het apparaat aansluit.

Voor de meeste apparaten met een netschakelaar geldt ook dat u ze moeten inschakelen voordat u ze aansluit, maar er zijn ook apparaten die u pas tijdens het installatieproces moet inschakelen. Het is daarom verstandig om de instructies te lezen die bij het apparaat worden geleverd voordat u het apparaat aansluit.

Als de instructies die bij het apparaat zijn geleverd, in tegenspraak zijn met de informatie in dit onderwerp, moet u altijd de instructies volgen die bij het apparaat zijn geleverd.

Het apparaat aansluiten

Als het USB-apparaat is voorzien van een netsnoer, moet u het apparaat aansluiten op een stopcontact en inschakelen voordat u het aansluit.

Daarna bepaalt u op welke USB-poort u het apparaat wilt aansluiten. Als zich USB-poorten op de voorzijde van de computer bevinden, kunt u het beste een van deze poorten gebruiken als u van plan bent het apparaat vaak aan te sluiten en los te koppelen.

Illustratie van een USB-kabel en -poort
Een standaard-USB-kabel en -poort

Sluit het apparaat aan op de USB-poort. Als Windows het stuurprogramma van het apparaat automatisch kan installeren, krijgt u een bericht zodra het apparaat klaar is voor gebruik. Als Windows het stuurprogramma van het apparaat niet automatisch kan installeren, wordt u gevraagd een schijf met het stuurprogramma in het station te plaatsen.

Wanneer de installatie is voltooid, raadpleegt u de informatie over het apparaat om na te gaan of er nog extra meegeleverde software moet worden geïnstalleerd.

Het kan voorkomen dat u een USB-apparaat hebt dat niet door Windows wordt herkend en dat niet is geleverd op een cd met een stuurprogramma. Als dit het geval is, kunt u zelf naar een stuurprogramma voor het apparaat zoeken. Ga eerst naar de website van de fabrikant van het apparaat. Vaak kunt u stuurprogramma's downloaden via het ondersteuningsgedeelte van deze websites. Zie Tips voor het oplossen van problemen met USB-apparaten voor meer informatie.

Opmerkingen

  • Wanneer u een apparaat aansluit op een USB-poort op een USB-hub, een beeldscherm of een ander apparaat dat op uw computer is aangesloten, moet u controleren of de USB-poort voldoende stroom levert om het apparaat te ondersteunen. Kleinere apparaten, zoals USB-flashstations en muizen, en apparaten met eigen netsnoeren, zoals printers, werken doorgaans goed wanneer ze zijn aangesloten op een USB-hub zonder eigen voeding. Apparaten die meer stroom gebruiken, zoals scanners en webcams die hun stroom ontvangen van de USB-poort, functioneren doorgaans alleen wanneer ze worden aangesloten op een hub met een eigen netsnoer. Als een apparaat niet goed werkt wanneer het is aangesloten op een hub, kunt u proberen of het werkt wanneer u het apparaat direct op een van de USB-poorten aansluit.

  • Apparaten die grote hoeveelheden informatie overdragen, zoals externe harde schijven, scanners en videocamera's, werken het best als ze zijn aangesloten op een snelle USB 2.0-poort. Sommige oudere computers hebben alleen USB 1.x-poorten, of zowel USB 1.x als USB 2.0-poorten. Als uw apparaat een snelle poort vereist om goed te werken, controleert u met behulp van de informatie die door de fabrikant van uw computer is verstrekt of de poort die u gebruikt, USB 2.0 ondersteunt. Als uw computer alleen met USB 1.x-poorten is uitgerust, kunt u USB 2.0-poorten toevoegen door een USB 2.0-kaart in uw computer te installeren.

Apparaten aansluiten en loskoppelen

De meeste USB-apparaten kunt u op elk gewenst moment loskoppelen. Wanneer u opslagapparaten zoals USB-flashstations loskoppelt, moet u eerst controleren of de computer klaar is met het opslaan van informatie voordat u het apparaat verwijdert. Als het apparaat een activiteitslampje heeft, wacht u nog een paar seconden nadat het lampje is gestopt met knipperen, voordat u het apparaat loskoppelt.

Als het pictogram Hardware veilig verwijderen in het systeemvak helemaal rechts op de taakbalk wordt weergegeven, kunt u dit pictogram gebruiken om te controleren of alle bewerkingen op de apparaten zijn voltooid en de apparaten vervolgens veilig verwijderen. Als u op het pictogram klikt, wordt er een lijst met apparaten weergegeven. Klik op het apparaat dat u wilt verwijderen.

U kunt een apparaat dat u al eerder hebt geïnstalleerd, op elke USB-poort aansluiten. Wanneer u het apparaat echter voor de eerste keer aansluit op een bepaalde poort, installeert Windows het stuurprogramma voor dat apparaat opnieuw.