Draadloze netwerken: veelgestelde vragen
Hier vindt u antwoorden op enkele veelgestelde vragen over draadloze netwerken.
Alles weergeven
Een netwerk kan bestaan uit één computer die met internet is verbonden of uit twee of meer computers die met elkaar (en met internet) zijn verbonden. In een draadloos netwerk worden de computers via radiosignalen met elkaar verbonden in plaats van met draden of kabels. Voordelen van het gebruik van een draadloos netwerk zijn onder meer de mate van mobiliteit die een dergelijk netwerk biedt en het feit dat onooglijke kabels overbodig zijn. Tot de nadelen van draadloze netwerken behoren onder meer een mogelijk langzamere verbinding dan bij een vast netwerk en storingen die worden veroorzaakt door andere draadloze apparaten, zoals draadloze telefoons.
Een draadloos netwerk met een gedeelde internetverbinding
U kunt momenteel kiezen uit de volgende vier opties: 802.11b,
802.11a, 802.11g en 802.11n. In de volgende tabellen worden deze drie technologieën met elkaar vergeleken.
802.11b
|
Snelheid
|
Maximaal 11 megabits per seconde (Mbps)
|
|
Voordelen
|
|
|
Nadelen
|
-
Kent de langzaamste overdrachtssnelheid
-
Staat minder gelijktijdige gebruikers toe
-
Maakt gebruik van de frequentie 2,4 GHz (gigahertz), hetgeen kan leiden tot storingen (omdat een groot aantal magnetrons, draadloze telefoons en andere apparaten eveneens gebruikmaakt van deze frequentie)
|
802.11a
|
Snelheid
|
Maximaal 54 Mbps
|
|
Voordelen
|
-
Staat meerdere gelijktijdige gebruikers toe
-
Maakt gebruik van de frequentie 5 GHz, waardoor storingen door andere apparaten beperkt blijven
|
|
Nadelen
|
-
Kent een korter signaalbereik en ondervindt sneller hinder van muren en andere obstakels
-
Is niet compatibel met 802.11b-netwerkadapters, -routers en -toegangspunten
|
802.11g
|
Snelheid
|
Maximaal 54 Mbps
|
|
Voordelen
|
-
Kent een overdrachtssnelheid die onder optimale omstandigheden vergelijkbaar is met die van de 802.11a-technologie
-
Staat meerdere gelijktijdige gebruikers toe
-
Kent een goed signaalbereik en ondervindt niet snel hinder van obstakels
-
Is compatibel met 802.11b-netwerkadapters, -routers en -toegangspunten
|
|
Nadelen
|
|
802.11n
|
Snelheid
|
Afhankelijk van het aantal gegevensstromen die door de hardware worden ondersteund, kan 802.11n gegevens overdragen tot maximaal 150 Mbps, 300 Mbps, 450 Mbps of 600 Mbps
|
|
Voordelen
|
-
Kent de snelste snelheid
-
Maakt gebruik van meerdere signalen en antennes voor een hogere snelheid
-
Staat meerdere gelijktijdige gebruikers toe
-
Kent het beste signaalbereik en ondervindt niet snel hinder van obstakels
-
Is bestendig tegen storing door andere apparaten
-
Kan gebruikmaken van de frequentie 2,4 GHz of 5,0 GHz
-
Als de frequentie 2,4 GHz wordt gebruikt, is deze technologie compatibel met 802.11g-netwerkadapters, -routers en -toegangspunten
|
|
Nadelen
|
-
Als de frequentie 2,4 GHz wordt gebruikt, kunnen dezelfde storingsproblemen ontstaan als bij 802.11b
-
Aan dit protocol wordt nog gewerkt; sommige kenmerken kunnen dus nog veranderen
|
Als uw computer is uitgerust met meerdere draadloze netwerkadapters of als uw adapter gebruikmaakt van meerdere standaarden, kunt u instellen welke adapter of standaard u voor afzonderlijke netwerkverbindingen wilt gebruiken. Het wordt bijvoorbeeld aangeraden om gebruik te maken van een 802.11a- of 802.11n-verbinding als u uw computer gebruikt voor het stromen van media naar andere computers. U kunt dan profiteren van de hogere gegevensoverdrachtssnelheid wanneer u video's bekijkt of naar muziek luistert.
Uw computer moet zijn uitgerust een interne of externe draadloze netwerkadapter. U kunt als volgt controleren of uw computer is uitgerust met een draadloze netwerkadapter:
-
U kunt Netwerkverbindingen als volgt openen: klik op de knop Start
, klik op Configuratiescherm, klik op Netwerk en internet, klik op Netwerkcentrum en klik vervolgens op Netwerkverbindingen beheren.
U ziet nu welke adapters in uw computer zijn geïnstalleerd.
In de lijst met beschikbare draadloze netwerken wordt een symbool
weergegeven waarmee de sterkte van het draadloze signaal van de afzonderlijke netwerken wordt weergegeven. Hoe meer balken er worden weergegeven, des te sterker is het signaal. Een sterk signaal (vijf balken) betekent meestal dat de afstand tot het draadloze netwerk klein is en/of dat er geen sprake is van storing. Het is met het oog op de beste prestaties verstandig om verbinding te maken met het draadloze netwerk met het sterkste signaal. Als een niet-beveiligd netwerk in een sterker signaal voorziet dan een beveiligd netwerk, is het met het oog op de beveiliging van uw gegevens verstandiger om verbinding te maken met het netwerk waarop de beveiliging is ingeschakeld (u moet daartoe over toegangsrechten voor het desbetreffende netwerk beschikken). Als u de signaalsterkte wilt verbeteren, moet u uw computer dichter in de buurt van de draadloze router of het draadloze toegangspunt plaatsen. U kunt echter ook de router of het toegangspunt verplaatsen, zodat het apparaat verder is verwijderd van mogelijke bronnen van storingen zoals stenen muren of muren die metalen steunbalken bevatten.
Openbare draadloze netwerken zijn weliswaar handig, maar zijn niet naar behoren beveiligd, waardoor het tot stand brengen van een verbinding niet vrij is van risico's. Maak zo mogelijk alleen verbinding met draadloze netwerken die gebruikmaken van een netwerkbeveiligingssleutel of een andere vorm van beveiliging, zoals een certificaat. De gegevens die via deze netwerken worden verzonden, zijn gecodeerd, zodat uw computer beter is beschermd tegen toegang door onbevoegden. In de lijst met draadloze netwerken wordt bij elk netwerk aangegeven of het een beveiligd of een niet-beveiligd netwerk betreft. Als u verbinding maakt met een niet-beveiligd netwerk, moet u zich ervan bewust zijn dat iemand met de juiste hulpmiddelen alles kan volgen wat u doet en dus ook de websites die u bezoekt, de documenten waarmee u werkt en de opgegeven gebruikersnamen en wachtwoorden kan zien. Als u met een dergelijk netwerk verbonden bent, is het verstandig om geen websites te bezoeken of documenten te openen die persoonlijke informatie bevatten, zoals uw betalingsgegevens.
Als u al eerder verbinding met het netwerk hebt gemaakt, moet u ervoor zorgen dat uw computer zich binnen het bereik (binnen maximaal 46 meter en buiten 92 meter bij 802.11b- en 802.11g-hardware en maximaal 15 meter binnen en 30 meter buiten bij 802.11a-hardware) van dit netwerk bevindt. Daarnaast moet u ervoor zorgen dat de router of het toegangspunt is ingeschakeld (als u toegang tot de router of het toegangspunt hebt) en u moet ervoor zorgen dat de draadloze netwerkvoorziening op uw computer is ingeschakeld. (Niet alle computers zijn met een dergelijke schakelaar uitgerust. Als uw computer dat wel is, bevindt deze zich meestal aan de voor- of zijkant van het apparaat.) De functie voor uitzenden is mogelijk uitgeschakeld als er geen verbinding met het netwerk tot stand wordt gebracht. In dat geval moet u het netwerk handmatig toevoegen. Voer de volgende stappen uit om verbinding te maken met een netwerk dat geen signaal uitzendt:
-
U kunt Verbinding met een netwerk maken als volgt openen: klik op de knop Start
en klik vervolgens op Verbinding maken met.
-
Klik op Verbinding of netwerk instellen.
-
Klik op Handmatig verbinding met een draadloos netwerk maken en geef vervolgens de netwerkinformatie op.
Het netwerk wordt aan de lijst met netwerken toegevoegd. U kunt voortaan verbinding met dit netwerk maken als uw computer zich binnen het bereik van dit netwerk bevindt.
De andere computers en apparaten gebruiken deze gegevens om te kunnen communiceren met de draadloze router, zodat zij informatie via het netwerk kunnen verzenden en ontvangen. De afzonderlijk apparaten moeten onder andere toegang hebben tot de instellingen voor de netwerknaam en de netwerkbeveiligingssleutel, zodat deze apparaten gegevens met de router kunnen uitwisselen. Als u via de wizard Een router of toegangspunt voor draadloos netwerk instellen apparaten of computers aan het netwerk toevoegt, voorziet Windows u van stapsgewijze instructies om de desbetreffende instellingen naar uw computers te kopiëren.
-
U opent Een draadloze router of toegangspunt instellen door achtereenvolgens te klikken op de knop Start
, op Configuratiescherm, op Netwerk- en Internet-verbindingen en vervolgens op Netwerkcentrum. Klik in het linkerdeelvenster op Verbinding of netwerk instellen en klik vervolgens op Een draadloze router of toegangspunt instellen.
Ja. Draadloze netwerken worden onder Windows standaard automatisch geconfigureerd. U kunt dit echter uitschakelen en een ander programma voor het configureren van draadloze netwerken installeren. Een groot aantal netwerkadapters wordt geleverd met specifieke software voor het beheren van draadloze verbindingen. Volg de onderstaande stappen als u Windows wilt gebruiken in plaats van een ander programma dat u momenteel voor het beheren van uw draadloze netwerkverbindingen gebruikt:
-
Sluit het andere programma of schakel dit uit.
-
U kunt het opdrachtpromptvenster als volgt openen: klik op de knop Start
, klik op Alle programma's, klik op Bureau-accessoires en klik vervolgens op Opdrachtprompt.
-
Typ netsh wlan show settings.
Als het automatisch configureren van draadloze netwerken is uitgeschakeld, wordt de melding Logica voor automatische configuratie is uitgeschakeld op interface 'interfacenaam' weergegeven.
-
Als u automatische configuratie wilt inschakelen, typt u set autoconfig enabled=yes interface="<Interfacenaam>".
Windows bepaalt tijdens het configureren van een netwerk welk type codering er door de router of het toegangspunt en door uw netwerkadapter wordt gebruikt en stelt een optie voor. Zie de documentatie bij uw netwerkadapter of bezoek de website van de fabrikant voor meer informatie over het type codering dat met uw netwerkadapter kan worden gebruikt.