Een draadloos thuisnetwerk zonder router installeren in Windows XP

Een tweede of derde computer aansluiten op een draadloos netwerk zonder een draadloze router of een zelfstandig draadloos toegangspunt (WAP), wordt een ad-hoc draadloos netwerk genoemd. U kunt een ad-hoc 802.11b draadloos netwerk aanleggen met behulp van de grafische gebruikersinterface in Windows XP. Het toevoegen van Internetverbinding delen aan de hostcomputer en het opzetten van een ad-hoc draadloos netwerk gaat als volgt.

Alles weergeven

De hostcomputer configureren

U dient eerst een 802.11b-draadloze kaart te installeren op de hoofdcomputer en deze te configureren als een computer-naar-computer (ad-hoc) draadloze verbinding. Nadat u een 802.11b-adapter op een computer hebt geïnstalleerd, zal Windows XP de kaart automatisch detecteren, de stuurprogramma's installeren en een pictogram in het systeemvak weergeven. Als de computer zich in een omgeving bevindt met andere draadloze netwerken, zal Windows automatisch een lijst met beschikbare netwerken weergeven. Als er echter geen draadloze netwerken beschikbaar zijn, kan het pictogram voor de draadloze verbinding met een rode “X” worden weergegeven en zal het venster Draadloze netwerken niet automatisch worden afgebeeld. Klik op het pictogram voor de draadloze verbinding als u dit venster wilt openen.

Selecteer nu nog geen beschikbaar netwerk als deze worden afgebeeld in de lijst met Beschikbare netwerken. Als uw computer eerder verbonden was met een voorkeurstoegangspunt, verwijdert u alle voorkeurstoegangspunten. Hierdoor weet u zeker dat er alleen verbinding wordt gemaakt met het ad-hocnetwerk dat u aan het configureren bent.

Klik op het tabblad Geavanceerd bovenaan het venster. Selecteer Alleen computer-naar-computer (ad-hocnetwerken) en verwijder, indien aanwezig, het vinkje voor Automatisch verbinding maken met netwerken, ook als die niet mijn voorkeur hebben. Deze instelling, plus het verwijderen van voorkeursnetwerken, zorgen ervoor dat u alleen verbinding maakt met het ad-hocnetwerk.

Klik nogmaals op het tabblad Draadloze netwerken. Klik onder Voorkeursnetwerken op Toevoegen. Geef in het dialoogvenster Eigenschappen draadloos netwerk een Netwerknaam (SSID) op. U kunt hiervoor elke naam gebruiken, maar zorg ervoor dat u dezelfde naam gebruikt bij het configureren van alle computers. U zult zien dat het type netwerk al is gemarkeerd als computer-naar-computer. Dit kan niet worden gewijzigd omdat al is opgegeven dat er alleen een verbinding met ad-hocnetwerken moet worden gemaakt.

Nadat u de netwerknaam (SSID) hebt opgegeven in het dialoogvenster Eigenschappen draadloos netwerk, zal het nieuwe ad-hocnetwerk worden afgebeeld met een pc-kaartpictogram om aan te geven dat het een computer-naar-computer netwerk is.

Een clientcomputer configureren

Na het installeren van een 802.11b Silver pc-kaart in een tweede computer, zal op het tabblad Draadloze netwerken een lijst met nabije draadloze toegangspunten of ad-hoc draadloze netwerken worden weergeven.

Het nieuwe ad-hocnetwerk moet erbij staan. Markeer de netwerknaam en klik op Configureren. Aangezien WEP nu niet wordt geconfigureerd, klikt u op OK.

De verbinding delen

Ga als volgt te werk om de verbinding te delen:

  1. Klik achtereenvolgens op Start, Configuratiescherm, Klassieke weergave en Netwerkverbindingen.

  2. Klik op de verbinding die moet worden gedeeld en klik vervolgens onder Netwerktaken op Instellingen van deze verbinding wijzigen.

  3. Klik op het tabblad Geavanceerd en activeer het selectievakje Andere netwerkgebruikers toestaan te verbinden via de internetverbinding van deze computer.

  4. Als u geen firewall van derden gebruikt en nog geen Firewall voor internetverbindingen hebt opgezet, activeert u het selectievakje Firewall voor internetverbindingen (ICF) om deze functie te activeren.

  5. Activeer de instelling om andere gebruikers deze verbinding te laten controleren of activeren.

Nadat u de ICF-configuratie hebt voltooid, zal het venster Netwerkverbinding op de hostcomputer de oorspronkelijke bekabelde Ethernet-verbinding weergeven met de status Gedeeld en Ingeschakeld. Het venster Netwerkverbinding op de clientcomputer zal de verbinding op de host weergeven als een Internet-gateway.

De clientcomputer(s) zouden nu via DHCP een privé klasse, niet-routeerbaar IP-adres in het adressenbereik 192.168.0.* moeten ontvangen van de hostcomputer en moeten beschikken over een volwaardige internetverbinding.

WEP configureren

Als de verbinding is gelegd, keert u terug naar Netwerkeigenschappen en configureert u de WEP-instellingen zodat het ad-hocnetwerk beveiligd is.

Op de hostcomputer opent u het dialoogvenster Eigenschappen draadloos netwerk en activeert u het selectievakje Gegevenscodering (WEP-compatibel). Raadpleeg de door de fabrikant van de draadloze kaart meegeleverde documentatie voor de sleutelindeling en de sleutellengte.

Gebruik het hoogst mogelijke coderingsniveau (sleutellengte) dat wordt ondersteund door uw hardware en stuurprogramma's. Zorg ervoor dat u een ASCII-netwerksleutel gebruikt en willekeurige tekens en letters die niet makkelijk geraden kunnen worden. Afsluitend gebruikt u dezelfde sleutel en coderingsinstellingen voor het configureren van de clientcomputer(s).

Opmerking

  • Voor extra beveiliging kunt u overwegen de sleutel wekelijks te wijzigen.