Plaktoetsen gebruiken

Plaktoetsen is ontworpen voor mensen die moeite hebben om twee of meer toetsen tegelijkertijd ingedrukt te houden. Als u bijvoorbeeld een snelkoppeling wilt gebruiken met meerdere toetsen, zoals Ctrl+P, zorgt Plaktoetsen ervoor dat u de toetsen na elkaar kunt indrukken, dus niet tegelijkertijd.

Alles weergeven

Plaktoetsen activeren met behulp van de muis

  1. Klik op de knop Start en klik vervolgens op Configuratiescherm.

  2. Controleer of Klassieke weergave wordt gebruikt in het Configuratiescherm zodat alle pictogrammen worden afgebeeld. Als dit niet zo is, klik dan in het linkerpaneel van het Configuratiescherm op Klassieke weergave.

  3. Klik op Toegankelijkheidsopties om het dialoogvenster Toegankelijkheidsopties te openen. Klik op het tabblad Toetsenbord en activeer het selectievakje Plaktoetsen gebruiken.

  4. Klik op Instellingen om het dialoogvenster Instellingen voor Plaktoetsen te openen. Kies de gewenste opties door de selectievakjes in- of uit te schakelen. Klik op OK, klik nogmaals op OK en klik vervolgens op de knop Sluiten in het Configuratiescherm.

Plaktoetsen activeren met behulp van het toetsenbord

  1. Ga naar het menu Start door op Ctrl+Esc te drukken (of op de toets met het Windows-logo). Open vervolgens het Configuratiescherm door op C te drukken.

  2. Controleer of Klassieke weergave wordt gebruikt in het Configuratiescherm zodat alle pictogrammen worden afgebeeld. Als dit niet zo is, ga dan naar het linkerpaneel en open Klassieke weergave door op Tab en vervolgens op Enter te drukken. Gebruik de pijltjestoetsen om naar Toegankelijkheidsopties te gaan en druk op Enter.

  3. Activeer in het dialoogvenster Toegankelijkheidsopties op het tabblad Toetsenbord het selectievakje Plaktoetsen gebruiken door op P te drukken.

  4. Druk op I voor Instellingen. Het dialoogvenster Instellingen voor Plaktoetsen wordt afgebeeld met de volgende opties:

    • Druk op S om het selectievakje Sneltoets gebruiken in te schakelen. Hierdoor kunt u Plaktoetsen in - of uitschakelen door vijf keer op de Shift-toets te drukken.

    • Druk op W om het selectievakje Wijzigingstoets twee keer indrukken om deze te vergrendelen in te schakelen. Hierdoor kunt u een wijzigingstoets, zoals Ctrl, Alt, Shift of de toets met het Windows-logo vergrendelen door er tweemaal achter elkaar op te drukken.

    • Druk op P om het selectievakje Plaktoetsen uitschakelen als er twee toetsen tegelijk worden ingedrukt in te schakelen. Hierdoor kunt u Plaktoetsen uitschakelen wanneer een wijzigingstoets als Ctrl, Alt, Shift of de toets met het Windows-logo plus een andere toets tegelijk worden ingedrukt.

    • Druk op G om het selectievakje Geluid laten horen als de wijzigingstoets wordt ingedrukt in te schakelen. Hierdoor kunt u een geluid laten horen dat aangeeft wanneer een wijzigingstoets als Ctrl, Alt, Shift of de toets met het Windows-logo wordt ingedrukt, vergrendeld of losgelaten.

    • Druk op T om het selectievakje Status van Plaktoetsen weergeven op het scherm in te schakelen. Hierdoor wordt een Plaktoetspictogram afgebeeld op de taakbalk zodra Plaktoetsen is ingeschakeld.

  5. Druk twee keer op Enter om Toegankelijkheidsopties te sluiten.

  6. Sluit het Configuratiescherm met behulp van Alt+B, S.