Paint gebruiken
Paint is een functie in Windows 7 waarmee u tekeningen kunt maken in een leeg tekengebied of in bestaande foto's. Veel van de hulpmiddelen die u gebruikt in Paint, bevinden zich in het lint boven in het Paint-venster. In de volgende illustratie ziet u het lint en andere onderdelen van Paint.
Het Paint-venster
Tekenlijnen
U kunt in Paint met verschillende hulpmiddelen tekenen. Het hulpmiddel dat u gebruikt en de opties die u selecteert bepalen hoe de lijn in uw tekening wordt weergegeven. Dit zijn de hulpmiddelen waarmee u lijnen kunt tekenen in Paint.
Alles weergeven
Gebruik het hulpmiddel
Potlood
om dunne, vrije lijnen of curven te tekenen.
-
Klik op het tabblad
Start in de groep
Hulpmiddelen op het hulpmiddel
Potlood
.
-
Klik in de groep Kleuren op Kleur 1, klik op een kleur en sleep de aanwijzer in de afbeelding om te tekenen.
Als u wilt tekenen met Kleur 2 (achtergrondkleur), klikt u met de rechtermuisknop terwijl u de aanwijzer versleept.
Gebruik het hulpmiddel
Kwasten
om lijnen te tekenen die een ander uiterlijk en patroon hebben, net als wanneer u verschillende artistieke penselen gebruikt. Als u verschillende kwasten gebruikt, kunt u vrije en gebogen lijnen tekenen met verschillende effecten.
-
Klik op het tabblad Start op de pijl-omlaag onder Kwasten.
-
Klik op de kwast die u wilt gebruiken.
-
Klik op Grootte en klik vervolgens op een lijngrootte, waarmee de dikte van de kwaststreek wordt bepaald.
-
Klik in de groep Kleuren op Kleur 1, klik op een kleur en sleep de aanwijzer om te schilderen.
Als u wilt schilderen met Kleur 2 (achtergrondkleur), klikt u met de rechtermuisknop terwijl u de aanwijzer versleept.
Gebruik het hulpmiddel
Lijn
om een rechte lijn te tekenen. Wanneer u dit hulpmiddel gebruikt, kunt u naast de dikte van de lijn ook de weergave van de lijn kiezen.
-
Klik op het tabblad
Start in de groep
Vormen op het hulpmiddel
Lijn
.
-
Klik op Grootte en klik vervolgens op een lijngrootte, waarmee de dikte van de lijn wordt bepaald.
-
Klik in de groep Kleuren op Kleur 1, klik op een kleur en sleep de aanwijzer om de lijn te tekenen.
Als u een lijn wilt tekenen met Kleur 2 (achtergrondkleur), klikt u met de rechtermuisknop terwijl u de aanwijzer versleept.
-
(Optioneel) Als u de lijnstijl wilt wijzigen, klikt u in de groep Vormen op Contour en klikt u vervolgens op een lijnstijl.
Tip
-
Als u een horizontale lijn wilt tekenen, houdt u Shift ingedrukt terwijl u van de ene naar de andere zijde tekent.
-
Als u een verticale lijn wilt tekenen, houdt u Shift ingedrukt en tekent u naar boven of beneden.
Gebruik het hulpmiddel
Gebogen lijn
om een mooie gebogen lijn te tekenen.
-
Klik op het tabblad
Start in de groep
Vormen op het hulpmiddel
Gebogen lijn
.
-
Klik op Grootte en klik vervolgens op een lijngrootte, waarmee de dikte van de lijn wordt bepaald.
-
Klik in de groep Kleuren op Kleur 1, klik op een kleur en sleep de aanwijzer om de lijn te tekenen.
Als u een lijn wilt tekenen met Kleur 2 (achtergrondkleur), klikt u met de rechtermuisknop terwijl u de aanwijzer versleept.
-
Nadat u de lijn hebt gemaakt, klikt u op het deel in de foto waar u een segment van de boog wenst en versleept u de muisaanwijzer vervolgens om de gebogen lijn aan te passen.
Verschillende vormen tekenen
U kunt met Paint verschillende vormen in een foto toevoegen. De kant-en-klare vormen variëren van traditionele vormen, zoals rechthoeken, ovalen, driehoeken en pijlen, tot grappige en ongewone vormen, zoals een hart, een bliksemflits of bijschriften (om er een paar te noemen). Als u uw eigen aangepaste vorm wilt maken, kunt u het hulpmiddel Veelhoek

hiervoor gebruiken.
Vormen in Paint
Alles weergeven
Met Paint kunt u verschillende typen kant-en-klare vormen tekenen. Hieronder vindt u een lijst met deze vormen:
-
Lijn
-
Gebogen lijn
-
Ovaal
-
Rechthoek en afgeronde rechthoek
-
Driehoek en rechthoekige driehoek
-
Ruit
-
Vijfhoek
-
Zeshoek
-
Pijlen (pijl-rechts, pijl-links, pijl-omhoog, pijl-omlaag)
-
Sterren (vierpuntige ster, vijfpuntige ster, zespuntige ster)
-
Bijschriften (bijschrift in de vorm van een afgeronde rechthoek, ovalen bijschrift, bijschrift in de vorm van een wolk)
-
Hart
-
Bliksemflits
-
Klik op het tabblad Start in de groep Vormen op een kant-en-klare vorm.
-
Versleep de aanwijzer om de vorm te tekenen.
Als u een vorm met gelijke zijden wilt tekenen, houdt u Shift ingedrukt terwijl u met de muis sleept. Als u bijvoorbeeld een vierkant wilt tekenen, klikt u op
Rechthoek
, houdt u Shift ingedrukt en sleept u met de muis.
-
Als de vorm nog steeds is geselecteerd, kunt u een of meer van de volgende handelingen uitvoeren om het uiterlijk te wijzigen:
-
Als u de lijnstijl wilt wijzigen, klikt u in de groep Vormen op Contour en klikt u vervolgens op een lijnstijl.
Als u niet wilt dat de vorm een contour heeft, klikt u op Contour en vervolgens op Geen contour.
-
Als u de contourgrootte wilt wijzigen, klikt u op Grootte en vervolgens op een lijngrootte (dikte).
-
Klik in de groep Kleuren op Kleur 1 en klik vervolgens op een kleur voor de contour.
-
Klik in de groep Kleuren op Kleur 2 en klik op een kleur om de vorm te vullen.
-
Als u de stijl van de opvulling wilt wijzigen, klikt u in de groep Vormen op Opvulling en klikt u daarna op een stijl.
Als u niet wilt dat de vorm wordt opgevuld, klikt u op Opvulling en vervolgens op Geen opvulling.
Gebruik het hulpmiddel
Veelhoek
om een aangepaste vorm te maken met een willekeurig aantal zijden.
-
Klik op het tabblad
Start in de groep
Vormen op het hulpmiddel
Veelhoek
.
-
Als u een veelhoek wilt tekenen, versleept u de aanwijzer om een rechte lijn te tekenen. Klik vervolgens op elk punt waar u extra zijden wilt weergeven.
Als u zijden wilt maken met een hoek van 45 of 90 graden, houdt u Shift ingedrukt terwijl u elke zijde maakt.
-
Verbind de laatste lijn met de eerste lijn om de veelhoek af te tekenen en de vorm te sluiten.
-
Als de vorm nog steeds is geselecteerd, kunt u een of meer van de volgende handelingen uitvoeren om het uiterlijk te wijzigen:
-
Als u de lijnstijl wilt wijzigen, klikt u in de groep Vormen op Contour en klikt u vervolgens op een lijnstijl.
Als u niet wilt dat de vorm een contour heeft, klikt u op Contour en vervolgens op Geen contour.
-
Als u de contourgrootte wilt wijzigen, klikt u op Grootte en vervolgens op een lijngrootte (dikte).
-
Klik in de groep Kleuren op Kleur 1 en klik vervolgens op een kleur voor de contour.
-
Klik in de groep Kleuren op Kleur 2 en klik op een kleur om de vorm te vullen.
-
Als u de stijl van de opvulling wilt wijzigen, klikt u in de groep Vormen op Opvulling en klikt u daarna op een stijl.
Als u niet wilt dat de vorm wordt opgevuld, klikt u op Opvulling en vervolgens op Geen opvulling.
Tekst toevoegen
In Paint kunt u ook uw eigen tekst of bericht in uw foto toevoegen.
Gebruik het hulpmiddel
Tekst
om tekst in te voeren in de foto.
-
Klik op het tabblad
Start in de groep
Hulpmiddelen op het hulpmiddel
Tekst
.
-
Sleep de aanwijzer in het tekengebied naar de plaats waar u tekst wilt toevoegen.
-
Klik onder Teksthulpmiddelen op het tabblad Tekst in de groep Lettertype op het lettertype, de grootte en de stijl.
De groep Lettertype
-
Klik in de groep Kleuren op Kleur 1 en klik op een kleur voor de tekst.
-
Typ de tekst die u wilt toevoegen.
-
(Optioneel) Als u wilt dat de achtergrond van het tekstgebied wordt gevuld, klikt u in de groep Achtergrond op Ondoorzichtig. Klik in de groep Kleuren op Kleur 2 en klik vervolgens op een achtergrondkleur voor het tekstgebied.
-
(Optioneel) Als u het uiterlijk van een gedeelte van de tekst in het tekstvak wilt wijzigen, selecteert u de tekst die u wilt wijzigen en selecteert u vervolgens een nieuw lettertype, een nieuwe stijl of een nieuwe kleur voor de geselecteerde tekst.
Objecten selecteren en bewerken
In Paint kunt u een wijziging aanbrengen in een gedeelte van een foto of een object. U moet hiervoor het te wijzigen gedeelte van de foto selecteren en vervolgens dat gedeelte bewerken. Sommige wijzigingen die u kunt aanbrengen zijn: het formaat van een object wijzigen, een object verplaatsen of kopiëren, een object roteren of de foto bijsnijden zodat alleen het geselecteerde item wordt getoond.
Alles weergeven
Gebruik het hulpmiddel
Selecteren
om van de foto een gedeelte te selecteren dat u wilt wijzigen.
-
Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op de pijl-omlaag onder Selecteren.
-
Voer afhankelijk van uw selectie een van de volgende handelingen uit:
-
Klik op Rechthoekige selectie als u een vierkant of rechthoekig gedeelte van de foto wilt selecteren en sleep vervolgens de aanwijzer om het gedeelte van de foto te selecteren waarmee u wilt werken.
-
Klik op Vrije-vormselectie als u een onregelmatig gevormd gedeelte van de foto wilt selecteren en sleep vervolgens de aanwijzer om het gedeelte van de foto te selecteren waarmee u wilt werken.
-
Klik op Alles selecteren als u de gehele foto wilt selecteren.
-
Klik op Selectie omkeren als u alles in de foto wilt selecteren behalve het momenteel geselecteerde deel.
-
Klik op Verwijderen als u het geselecteerde object wilt verwijderen.
-
Bepaal als volgt of Kleur 2 (de achtergrondkleur) in uw selectie is opgenomen:
-
Schakel Transparante selectie uit als u de achtergrondkleur in uw selectie wilt opnemen. Wanneer u de selectie plakt, wordt de achtergrondkleur opgenomen en in het geplakte item weergegeven.
-
Klik op Transparante selectie om de selectie transparant te maken en de achtergrondkleur niet in de selectie op te nemen. Wanneer u de selectie plakt, zijn delen die de huidige achtergrondkleur gebruiken transparant, waardoor de rest van de foto zichtbaar blijft.
Gebruik
Bijsnijden

om een foto zodanig bij te snijden dat alleen het geselecteerde gedeelte in uw foto wordt weergegeven. Met bijsnijden kunt u de foto zodanig wijzigen dat alleen het geselecteerde object of de geselecteerde persoon zichtbaar is.
-
Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op de pijl onder Selecteren en klik vervolgens op het selectietype dat u wilt maken.
-
Versleep de aanwijzer om het gedeelte van de foto te selecteren dat u wilt weergeven.
-
Klik op Bijsnijden in de groep Afbeelding.
-
Als u de bijgesneden foto als een nieuw bestand wilt opslaan, klikt u op de knop
Paint
, wijst u
Opslaan als aan en klikt u vervolgens op het bestandstype voor de huidige foto.
-
Typ een nieuwe bestandsnaam in het vak Bestandsnaam en klik vervolgens op Opslaan.
Als u de bijgesneden afbeelding als een nieuw fotobestand opslaat, wordt het oorspronkelijke fotobestand overschreven.
Gebruik
Draaien
om de gehele foto of een geselecteerd gedeelte ervan te draaien.
Gebruik het hulpmiddel
Gum
om delen van uw foto te wissen.
-
Klik op het tabblad
Start in de groep
Hulpmiddelen op
Gum
.
-
Klik op Grootte, klik op een gumformaat en sleep de gum over het te wissen deel van de foto. In delen die u wist, is de achtergrondkleur (Kleur 2) zichtbaar.
Het formaat van een foto of een gedeelte ervan wijzigen
Gebruik
Formaat wijzigen

om het formaat van de gehele afbeelding te wijzigen of om het formaat van een object of een gedeelte van een foto te wijzigen. U kunt een object in de foto ook laten hellen om het er schuin te laten uitzien.
Alles weergeven-
Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op Formaat wijzigen.
-
Schakel in het dialoogvenster Formaat wijzigen en hellen het selectievakje Hoogte-breedteverhouding behouden in, zodat de hoogte-breedteverhouding van de gewijzigde afbeelding hetzelfde is als van de oorspronkelijke afbeelding.
-
Klik in het vak Formaat wijzigen op Pixels en voer in het vak Horizontaal een nieuwe breedte of in het vak Verticaal een nieuwe hoogte in. Klik op OK.
Als het selectievakje Hoogte-breedteverhouding behouden is ingeschakeld, hoeft u alleen de horizontale waarde (breedte) of de verticale waarde (hoogte) in te voeren. Het andere vak in het gebied Formaat wijzigen wordt automatisch bijgewerkt.
Als een foto bijvoorbeeld 320 x 240 pixels is en u de foto tot de helft wilt verkleinen met dezelfde hoogte-breedteverhouding, zorgt u dat het selectievakje Hoogte-breedteverhouding behouden is geselecteerd en voert u 160 in in het vak Horizontaal in het gebied Formaat wijzigen. Het nieuwe fotoformaat is dan de helft van het oorspronkelijke formaat met 160 x 120 pixels.
-
Klik op het tabblad Start op Selecteren en sleep vervolgens de aanwijzer om het gebied of het object te selecteren.
-
Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op Formaat wijzigen.
-
Schakel in het dialoogvenster Formaat wijzigen en hellen het selectievakje Hoogte-breedteverhouding behouden in, zodat de hoogte-breedteverhouding van het gewijzigde deel hetzelfde is als van de oorspronkelijke afbeelding.
-
Klik in het vak Formaat wijzigen op Pixels en voer in het vak Horizontaal een nieuwe breedte of in het vak Verticaal een nieuwe hoogte in. Klik op OK.
Als het selectievakje Hoogte-breedteverhouding behouden is ingeschakeld, hoeft u alleen de horizontale waarde (breedte) of de verticale waarde (hoogte) in te voeren. Het andere vak in het gebied Formaat wijzigen wordt automatisch bijgewerkt.
Als het deel dat u hebt geselecteerd bijvoorbeeld 320 x 240 pixels is en u de foto tot de helft wilt verkleinen met dezelfde hoogte-breedteverhouding, zorgt u dat het selectievakje Hoogte-breedteverhouding behouden is geselecteerd en voert u 160 in in het vak Horizontaal in het gebied Formaat wijzigen. Het geselecteerde deel is dan de helft van het oorspronkelijke formaat met 160 x 120 pixels.
-
Klik op het tabblad Start op Selecteren en sleep vervolgens de aanwijzer om het gebied of het object te selecteren.
-
Klik op Formaat wijzigen.
-
Typ in het gebied Hellen (graden) van het dialoogvenster Formaat wijzigen en hellen de mate waarin het geselecteerde deel moet hellen (in graden) in de vakken Horizontaal en Verticaal. Klik vervolgens op OK.
Objecten verplaatsen en kopiëren
Als u een object hebt geselecteerd, kunt u het geselecteerde item knippen of kopiëren. Hiermee kunt u desgewenst één object vele malen in uw foto gebruiken of u kunt een object verplaatsen (als het is geselecteerd) naar een nieuw gedeelte van uw foto.
Alles weergeven
Gebruik
Knippen
om een geselecteerd object te knippen en in een ander gedeelte van uw foto te plakken. Wanneer u een geselecteerd gebied knipt, wordt het geknipte gebied vervangen door de achtergrondkleur. Daarom kunt u, als uw foto een effen achtergrondkleur heeft,
Kleur 2 gelijk maken aan de achtergrondkleur voordat het object wordt geknipt.
-
Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op Selecteren en klik vervolgens op de aanwijzer om het deel of object te selecteren dat u wilt knippen.
-
Klik in de groep Klembord op Knippen.
-
Klik in de groep Klembord op Plakken.
-
Verplaats het object als het nog is geselecteerd, naar de nieuwe gewenste plaats in uw foto.
Gebruik
Kopiëren
om een geselecteerd object in Paint te kopiëren. Dit is handig als u lijnen, vormen of tekst meerdere keren in uw foto wilt laten verschijnen.
-
Klik op het tabblad Start in de groep Afbeelding op Selecteren en sleep vervolgens de aanwijzer om het deel of object te selecteren dat u wilt kopiëren.
-
Klik in de groep Klembord op Kopiëren.
-
Klik in de groep Klembord op Plakken.
-
Verplaats het object als het nog is geselecteerd, naar een nieuwe plaats in uw foto waar de kopie moet worden weergegeven.
Gebruik Plakken uit om een bestaand fotobestand in Paint te plakken. Als u het fotobestand hebt geplakt, kunt u het bewerken zonder het origineel te wijzigen (u moet de bewerkte foto dan wel onder een andere bestandsnaam opslaan dan het origineel).
-
Klik in de groep Klembord op de pijl onder Plakken en klik vervolgens op Plakken uit.
-
Zoek het fotobestand dat u in Paint wilt plakken, klik erop en klik vervolgens op Openen.
Werken met kleur
Met een aantal hulpmiddelen kunt u specifiek met kleur werken in Paint. Met deze hulpmiddelen kunt u de gewenste kleuren gebruiken wanneer u tekent en bewerkt in Paint.
Alles weergeven
Met de kleurvakken worden de huidige kleuren voor Kleur 1 (voorgrondkleur) en Kleur 2 (achtergrondkleur) aangegeven. Hoe deze kleurvakken worden gebruikt, is afhankelijk van wat u in Paint doet.
De kleurvakken
Gebruik het hulpmiddel
Kleurenkiezer
om de huidige voorgrond- of achtergrondkleur in te stellen. Door een kleur in de foto te selecteren, kunt u ervoor zorgen dat u de gewenste kleur gebruikt wanneer u in Paint tekent, zodat uw kleuren overeenkomen.
-
Klik op het tabblad
Start in de groep
Hulpmiddelen op
Kleurenkiezer
.
-
Klik in de foto op de kleur die u wilt instellen als voorgrondkleur of klik in de foto met de rechtermuisknop op de kleur die u wilt instellen als achtergrondkleur.
Gebruik het hulpmiddel
Met kleur vullen
om de hele foto of een afgebakende vorm met kleur te vullen.
-
Klik op het tabblad
Start in de groep
Hulpmiddelen op
Met kleur vullen
.
-
Klik in de groep Kleuren op Kleur 1, klik op een kleur en klik vervolgens in het gebied om het te vullen.
-
Als u de kleur wilt verwijderen en door de achtergrondkleur wilt vervangen, klikt u op Kleur 2, klikt u op een kleur en klikt u met de rechtermuisknop op het gebied om het te vullen.
Gebruik
Kleuren bewerken
om een nieuwe kleur te kiezen. Als u kleuren mengt in Paint, kunt u de exacte kleur kiezen die u wilt gebruiken.
-
Klik op het tabblad Start in de groep Kleuren op Kleuren bewerken.
-
Klik in het dialoogvenster Kleuren bewerken op een kleur in het kleurenpalet en klik vervolgens op OK.
De kleur wordt in een van de kleurvakken weergegeven, zodat u die kleur in Paint kunt gebruiken.
Uw foto weergeven
Als u de weergave in Paint wijzigt, kunt u aangeven hoe u met de foto wilt werken. U kunt inzoomen op een bepaald gedeelte van de foto of desgewenst de gehele foto. Als de foto te groot is, kunt u ook uitzoomen. Daarnaast kunt u linialen en rasterlijnen weergeven wanneer u in Paint werkt, die uw werk in Paint vergemakkelijken.
Alles weergeven
Gebruik het hulpmiddel
Vergrootglas
om in te zoomen op een gedeelte van uw foto.
-
Klik op het tabblad
Start in de groep
Hulpmiddelen op
Vergrootglas
, verplaats het vergrootglas en klik vervolgens om in te zoomen op het gedeelte van de afbeelding, dat in het vierkantje wordt weergegeven.
Versleep de horizontale en verticale schuifbalken aan de onder- en rechterzijde van het venster om in de foto te verplaatsen.
-
Als u het zoomniveau wilt verlagen, klikt u nogmaals met de rechtermuisknop op Vergrootglas.
Gebruik Inzoomen en Uitzoomen om een grotere of kleinere weergave van uw afbeelding te krijgen. Zo kan het voorkomen dat u op een klein gedeelte moet inzoomen om het te kunnen zien. Het tegenovergestelde kan ook het geval zijn. Zo kan uw foto te groot zijn voor het scherm, waardoor u moet uitzoomen om alles te kunnen bekijken.
In Paint kunt u afhankelijk van wat u wilt doen op een paar manieren in- of uitzoomen.
-
Als u het zoomniveau wilt verhogen, klikt u op het tabblad Beeld in de groep In-/uitzoomen op Inzoomen.
-
Als u het zoomniveau wilt verlagen, klikt u op het tabblad Beeld in de groep In-/uitzoomen op Uitzoomen.
-
Als u de foto in het Paint-venster op werkelijke grootte wilt weergeven, klikt u op het tabblad Beeld in de groep In-/uitzoomen op 100%.
Tip
-
Als u wilt in- en uitzoomen op een foto, kunt u ook klikken op de knop
Inzoomen
of
Uitzoomen
op de zoomschuifregelaar onder aan het Paint-venster om het zoomniveau te verhogen of verlagen.
De zoomschuifregelaar
Gebruik Linialen om een horizontale liniaal boven in het tekengebied en een verticale liniaal aan de linkerzijde van het tekengebied weer te geven. Met de linialen kunt u de afmetingen van uw foto bekijken. Dit kan handig zijn als u het formaat van foto's wijzigt.
-
Als u linialen wilt weergeven, schakelt u op het tabblad Beeld in de groep Weergeven of verbergen het selectievakje Linialen in.
-
Schakel het selectievakje Linialen uit als u linialen wilt verbergen.
Gebruik Rasterlijnen om vormen en lijnen uit te lijnen wanneer u tekent in Paint. Rasterlijnen zijn handig omdat u aan de hand van deze rasterlijnen de grootte van objecten beter kunt bepalen tijdens het tekenen. Met behulp van rasterlijnen kunt u tevens objecten uitlijnen.
-
Als u rasterlijnen wilt weergeven, schakelt u op het tabblad Beeld in de groep Weergeven of verbergen het selectievakje Rasterlijnen in.
-
Schakel het selectievakje Rasterlijnen uit als u rasterlijnen wilt verbergen.
Gebruik
Volledig scherm
als u uw foto op volledig scherm wilt bekijken.
-
Als u de foto schermvullend wilt weergeven, klikt u op het tabblad Beeld in de groep Weergeven op Volledig scherm.
-
Klik op de foto als u volledig scherm wilt afsluiten en wilt terugkeren naar het Paint-venster.
Uw foto opslaan en gebruiken
Wanneer u in Paint bewerkt, moet u uw werk regelmatig opslaan zodat u het niet per ongeluk kwijtraakt. Als u uw foto hebt opgeslagen, kunt u deze op uw computer gebruiken of met anderen delen via e-mail.
Alles weergeven
Als u een nieuwe foto de eerste keer opslaat, moet u de foto een bestandsnaam geven.
-
Klik op de knop
Paint
en klik vervolgens op
Opslaan.
-
Selecteer de gewenste bestandsindeling in het vak Opslaan als type.
-
Typ een naam in het vak Bestandsnaam en klik vervolgens op Opslaan.
In plaats van met een nieuwe foto te beginnen kunt u ook een bestaande foto openen en deze in Paint bewerken.
-
Klik op de knop
Paint
en klik vervolgens op
Openen.
-
Zoek de foto die u in Paint wilt openen, klik erop en klik vervolgens op Openen.
U kunt de foto ook zodanig instellen dat deze als de bureaubladachtergrond op uw computer wordt gebruikt.
-
Klik op de knop
Paint
en klik vervolgens op
Opslaan.
-
Klik op de knop
Paint
, wijs
Als bureaubladachtergrond gebruiken aan en klik vervolgens op een van instellingen voor bureaubladachtergrond.
Als u een e-mailprogramma op uw computer hebt geïnstalleerd en geconfigureerd, kunt u uw foto aan een e-mailbericht toevoegen en vervolgens via e-mail met anderen delen.
-
Klik op de knop
Paint
en klik vervolgens op
Opslaan.
-
Klik op de knop
Paint
en vervolgens op
Via e-mail verzenden.
-
Voer in het e-mailbericht het e-mailadres van de persoon in, typ een kort bericht en verzend het e-mailbericht vervolgens waaraan de foto is toegevoegd.