Welke back-upinstellingen moet ik gebruiken om mijn schijfruimte te optimaliseren?
Met Windows Back-up kunt u de benodigde schijfruimte voor uw back-ups soepel beheren. Nadat u Windows Back-up hebt geïnstalleerd, kunt u het onderdeel Back-up maken en terugzetten openen om te zien hoeveel schijfruimte voor de back-up wordt gebruikt en hoeveel vrije schijfruimte u nog hebt voor volgende back-ups. U kunt de te gebruiken schijfruimte beheren door aan te geven hoeveel back-ups van bestanden en hoeveel systeemkopieën Windows moet bewaren. De volgende informatie helpt u om te bepalen hoe u de schijfruimte voor back-ups het beste kunt beheren:
-
Back-ups worden gemaakt in sets, die ook wel back-upperioden worden genoemd. De schijfruimte wordt maximaal benut, omdat er alleen een back-up wordt gemaakt van alle geselecteerde mappen wanneer Windows Back-up voor het eerst wordt uitgevoerd. Vervolgens worden er alleen back-ups gemaakt van nieuwe bestanden of bestanden die zijn gewijzigd sinds de laatste back-up. Periodiek maakt Windows opnieuw een volledige back-up. Een volledige back-up wordt ook wel een back-upperiode genoemd. Wanneer u de back-ups van uw bestanden bekijkt, ziet u dat alle back-upperioden labels hebben met het datumbereik. Als u back-ups van bestanden verwijdert, moet u altijd de meest recente back-up behouden.
-
In Windows worden standaard zoveel mogelijk systeemkopieën opgeslagen, voor zover deze niet meer dan 30 procent van de ruimte op de back-upschijf beslaan. Wanneer er te weinig ruimte op de schijf ontstaat, worden de oudere systeemkopieën door Windows verwijderd. U kunt Windows zo instellen dat er zoveel mogelijk systeemkopieën worden bewaard in de beschikbare ruimte op de back-upschijf, of u kunt instellen dat alleen de meest recente systeemkopie wordt bewaard. U moet altijd de meest recente systeemkopie bewaren. Als u de systeemkopie op een netwerklocatie opslaat, kunt u alleen de meest recente systeemkopie behouden.
Schijfruimte voor back-ups weergeven en beheren
-
Open Back-up maken en terugzetten door achtereenvolgens te klikken op de knop Start
, Configuratiescherm, Systeem en onderhoud en Back-up maken en terugzetten.
-
Klik op Ruimte beheren.
Als u om het beheerderswachtwoord of een bevestiging wordt gevraagd, typt u het wachtwoord of een bevestiging.
-
U kunt de hoeveelheid ruimte die voor de back-up van bestanden wordt gebruikt, wijzigen door onder Back-up van gegevensbestanden te klikken op Back-ups weergeven.
Vervolgens kunt u oudere back-ups selecteren en verwijderen.
-
U kunt de hoeveelheid ruimte die voor de back-up van systeemkopieën wordt gebruikt, wijzigen door onder Systeemkopie te klikken op Instellingen wijzigen.
U kunt kiezen of u wilt dat Windows ook back-ups van oudere systeemkopieën opslaat of dat alleen de meest recente systeemkopie wordt bewaard.
Schijfruimte beheren voor een bestandsback-up die op een andere computer is gemaakt
Als u een schijf hebt met back-ups van bestanden die op een andere computer zijn gemaakt, kunt u de huidige computer gebruiken om de oudere back-ups op die schijf te verwijderen. Voer de volgende stappen uit:
-
Open de locatie waarop de back-up is opgeslagen.
Als u bijvoorbeeld een back-up van uw bestanden hebt gemaakt op een externe harde schijf met de aanduiding E, sluit u de externe harde schijf aan op de computer en opent u station E.
Back-ups worden opgeslagen in de volgende indeling: back-uplocatie\computernaam\Backup Set jaar-maand-dag tijd. Voorbeeld: De computernaam is Computer, de back-uplocatie is E en de back-up is gemaakt op 02 april 2008 om 16:32:00. De back-up bevindt zich dan in E:\Computer\Backup Set 2008-04-02 163200.
De datum en tijd in het voorbeeld zijn in Pacific Standard Time. U zult deze mogelijk aan uw tijdzone moeten aanpassen.
-
Klik met de rechtermuisknop op de naam van de computer met de back-up die u wilt verwijderen en klik vervolgens op Openen.
-
Klik met de rechtermuisknop op de map met de back-up die u wilt verwijderen en klik vervolgens op Verwijderen.