Een apparaat of pc aan een netwerk toevoegen

De stappen voor het toevoegen van een apparaat aan een netwerk variëren afhankelijk van het Windows-besturingssysteem en het soort netwerkhardware waarmee u werkt. De volgende stappen zijn van toepassing op pc's met Windows 8 of Windows RT. Als u een pc met Windows 7 of een ouder Windows-besturingssysteem wilt toevoegen, zoekt u Help en ondersteuning voor 'Een apparaat of computer aan een netwerk toevoegen' op die pc.

Bekijk een video over het toevoegen van een pc aan een netwerk. (Tik of klik op de knop Closed captioningDe knop Closed captioning om ondertiteling in uw taal weer te geven.)
Alles weergeven

Een draadloze pc met één druk op een knop aan uw router toevoegen

Als uw router Windows Draadloze verbinding maken (WCN) of Wi-Fi Protected Setup (WPS) ondersteunt, kunt u met behulp van de volgende stappen een computer toevoegen aan het netwerk:

  1. Schakel de pc in.

  2. Als u verbinding met een netwerk wilt maken, veegt u het scherm in vanaf de rechterrand van het scherm en tikt u op Instellingen. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Instellingen). Tik of klik vervolgens op het netwerkpictogram (Het pictogram voor een draadloos netwerk of Het pictogram voor een bekabeld netwerk). Tik of klik op het netwerk waarmee u verbinding wilt maken en tik of klik op Verbinden.

  3. In plaats van een beveiligingssleutel of wachtwoordzin te typen, drukt u op de knop Wi‑Fi Protected Setup (WPS) op de router. De router stelt de pc automatisch in om verbinding te maken met het netwerk en de beveiligingsinstellingen van het netwerk toe te passen.

    Het scherm Windows Draadloos verbinding maken
    Windows Draadloos verbinding maken helpt u om een pc aan het netwerk toe te voegen.

Een draadloze pc toevoegen door een beveiligingssleutel of een wachtwoordzin te typen

  1. Meld u aan op de pc.

  2. Als u verbinding met een netwerk wilt maken, veegt u het scherm in vanaf de rechterrand van het scherm en tikt u op Instellingen. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Instellingen). Tik of klik vervolgens op het netwerkpictogram (Het pictogram voor een draadloos netwerk of Het pictogram voor een bekabeld netwerk). Tik of klik op het netwerk waarmee u verbinding wilt maken en tik of klik op Verbinden.

  3. Voer de beveiligingssleutel of wachtwoordzin in als daarom wordt gevraagd, en klik vervolgens op OK.

    Er wordt een bevestigingsbericht weergegeven zodra u met het netwerk bent verbonden.

Controleer als volgt of de pc is toegevoegd:

  1. Meld u aan op een willekeurige pc in het netwerk.

  2. Open Netwerk door vanaf de rechterrand van het scherm te vegen en te tikken op Zoeken. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Zoeken. Typ Netwerk in het zoekvak en tik of klik op Netwerk.

  3. Controleer of er pictogrammen worden weergegeven voor de pc die u hebt toegevoegd en voor de andere pc's en apparaten die deel uitmaken van het netwerk.

Opmerking

  • Als u geen pictogrammen ziet in de map Netwerk, is bestandsdeling mogelijk niet ingeschakeld. Zie Delen in- of uitschakelen voor meer informatie.

Een bekabelde pc toevoegen

  • Sluit de pc aan op een hub, een switch of een router en schakel deze vervolgens in. (Als uw huis is voorzien van Ethernet-bekabeling kunt u in plaats daarvan de pc op een Ethernet-aansluiting aansluiten in de ruimte waar de pc zich bevindt, als deze ruimte met een dergelijk aansluitpunt is uitgerust.)

Controleer als volgt of de pc is toegevoegd:

  1. Meld u aan op een willekeurige pc in het netwerk.

  2. Open Netwerk door vanaf de rechterrand van het scherm te vegen en te tikken op Zoeken. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Zoeken. Typ Netwerk in het zoekvak en tik of klik op Netwerk.

  3. Controleer of er pictogrammen worden weergegeven voor de pc die u hebt toegevoegd en voor de andere pc's en apparaten die deel uitmaken van het netwerk.

Opmerking

  • Als u geen pictogrammen ziet in de map Netwerk, is bestandsdeling mogelijk niet ingeschakeld. Zie Delen in- of uitschakelen voor meer informatie.

Een draadloos apparaat toevoegen

Als u een draadloos apparaat zoals een draadloze printer of een afdrukserver aan uw netwerk wilt toevoegen, voert u de volgende stappen uit:

  1. Schakel het apparaat in.

  2. Volg de instructies in de documentatie bij het apparaat om het apparaat toe te voegen aan het netwerk.

Controleer als volgt of het apparaat is toegevoegd:

  1. Meld u aan op een willekeurige pc in het netwerk.

  2. Open Netwerk door vanaf de rechterrand van het scherm te vegen en te tikken op Zoeken. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Zoeken. Typ Netwerk in het zoekvak en tik of klik op Netwerk.

  3. Controleer of u de pictogrammen voor het apparaat ziet. Als het apparaat een printer is, moet u mogelijk Printer delen inschakelen, zodat andere pc's op het netwerk het apparaat kunnen gebruiken.

Opmerking

  • Als u geen pictogrammen ziet in de map Netwerk, is bestandsdeling mogelijk niet ingeschakeld. Zie Delen in- of uitschakelen voor meer informatie.

Een bekabeld apparaat toevoegen

  • Schakel het apparaat in en sluit dit aan op een hub, een switch, een router of op een pc die is aangesloten op een hub, een switch of een router. Het apparaat wordt vervolgens met het netwerk verbonden.

Controleer als volgt of het apparaat is toegevoegd:

  1. Meld u aan op een willekeurige pc in het netwerk.

  2. Open Netwerk door vanaf de rechterrand van het scherm te vegen en te tikken op Zoeken. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Zoeken. Typ Netwerk in het zoekvak en tik of klik op Netwerk.

  3. Controleer of u de pictogrammen voor het apparaat ziet. Als het apparaat een printer is, moet u mogelijk Printer delen inschakelen, zodat andere pc's op het netwerk het apparaat kunnen gebruiken.

Opmerking

  • Als u geen pictogrammen ziet in de map Netwerk, is bestandsdeling mogelijk niet ingeschakeld. Zie Delen in- of uitschakelen voor meer informatie.

Een printer toevoegen

  • U kunt een printer toevoegen die rechtstreeks op uw pc is aangesloten (een zogeheten lokale printer ), u kunt een printer aan het netwerk toevoegen of u kunt een verbinding met een gedeelde printer tot stand brengen. Zie Een printer installeren voor meer informatie.