Tekst laten voorlezen met Narrator
Narrator is een schermlezer die tekst op het scherm hardop leest en gebeurtenissen, zoals foutberichten, beschrijft zodat u de pc zonder beeldscherm kunt gebruiken.
Narrator starten
U kunt Narrator op verschillende manieren starten: Veel mensen geven de voorkeur aan de volgende drie sneltoetsen:
-
Druk op een toetsenbord op de
Windows -logotoets

+Enter.
-
Druk op een tablet tegelijk op de
Windows-knop

en de knop Volume omhoog.
-
Druk op het aanmeldscherm op de
Windows-logotoets

+U of klik op de knop
Toegankelijkheid 
linksonder op het scherm en kies Narrator.
U kunt Narrator ook bereiken met een zoekactie:
-
Veeg vanaf de rechterrand van het scherm en tik op Zoeken.
Als u met een muis werkt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Zoeken.
-
Typ Narrator in het zoekvak, tik of klik op Apps en tik of klik vervolgens op Narrator.
Opmerkingen
-
Als u direct aan de slag wilt gaan nadat u Narrator hebt geopend, drukt u op Caps Lock+F1. Met deze toetsenbordcombinatie worden alle opdrachten van Narrator weergegeven.
-
Als u Caps Lock wilt gebruiken om woorden met hoofdletters te schrijven terwijl u Narrator gebruikt, drukt u de toets Caps Lock tweemaal kort na elkaar in.
Nieuwe aanraakbewegingen
Windows 8 en Windows RT hebben nieuwe acties en locaties voor veelgebruikte opdrachten. Hier zijn enkele belangrijke aanraakbewegingen om u op weg te helpen.
|
Aanraakbeweging
| |
Bewerking
|
|
Veeg met één vinger naar binnen vanaf de rechterkant
| |
De charms (Zoeken, Delen, Start, Apparaten, Instellingen) openen
|
|
Veeg met één vinger naar binnen vanaf de linkerkant
| |
Schakelen tussen toepassingen, en toepassingen naar de zijkant verplaatsen en sluiten
|
|
Veeg met één vinger naar binnen vanaf de boven- of onderkant
| |
Toepassingsopdrachten zoals Opslaan, Bewerken en Verwijderen weergeven
|
Nieuwe sneltoetsen
Windows 8 en Windows RT hebben ook nieuwe sneltoetsen. Hier volgen enkele handige sneltoetsen. Ga naar Sneltoetsen om te zien welke sneltoetsen er nog meer zijn.
|
Sneltoets
| |
Bewerking
|
Windows-logotoets  +C
| |
De charms (Zoeken, Delen, Start, Apparaten, Instellingen) openen
|
Windows-logotoets  +Z
| |
Toepassingsopdrachten zoals Opslaan, Bewerken en Verwijderen weergeven
|
Windows-logotoets  +punt
| |
Toepassingen naar de zijkant verplaatsen
|
Windows-logotoets  +Tab of Alt+Tab
| |
Schakelen tussen toepassingen
|
Narrator-instellingen
Hier volgen enkele van de belangrijkste instellingen die u mogelijk wilt gebruiken:
Algemeen
-
Narrator-toets vergrendelen zodat u er niet voor elke opdracht op hoeft te drukken (Caps Lock). Wanneer u deze optie kiest, hoeft u de toets Caps Lock niet meer te gebruiken samen met de Narrator-toetsen. In plaats van bijvoorbeeld de toetscombinatie Caps Lock+F1 in te drukken, kunt u nu gewoon op F1 drukken.
-
Narrator geminimaliseerd starten. Met deze optie staat het venster van Narrator nooit in de weg.
-
Toetsenbordaanslagen herhalen tijdens het typen. U kunt kiezen of u de toetsen die u typt door Narrator wilt laten voorlezen.
-
Gesproken Narrator-fouten voorlezen. Kies deze optie als u wilt dat Narrator de werkelijke fout voorleest in plaats van dat een foutsignaal wordt afgespeeld.
-
Visuele markering van cursor in Narrator inschakelen. Met deze optie kunt u het vak dat de positie van Narrator op uw scherm markeert, weergeven of verbergen.
-
Audiohints afspelen. Met deze optie kunt u extra geluiden in- of uitschakelen die door Narrator worden afgespeeld wanneer u bepaalde acties uitvoert.
-
Hints lezen voor algemene items. Met deze optie kunt u instellen of Narrator hints voorleest over de manier waarop u met algemene items, zoals knoppen, koppelingen, lijstitems en schuifknoppen moet omgaan.
-
Het volume van andere apps verlagen wanneer Narrator wordt uitgevoerd. Met deze optie kunt u andere toepassingen stiller maken, zodat u Narrator beter kunt horen.
-
Te lezen meldingen bewaren gedurende. Met deze vervolgkeuzelijst kunt u instellen hoe lang meldingen worden bewaard en door Narrator kunnen worden voorgelezen.
-
Instellen of Narrator automatisch wordt gestart. Met deze koppeling start u het Toegankelijkheidscentrum waar u kunt kiezen of Narrator automatisch moet worden gestart.
Navigatie
-
Lezen en interactie met het scherm via de muis. Met deze optie kunt u instellen of de muismodus van Narrator is ingeschakeld. Wanneer de muismodus is ingeschakeld, leest Narrator voor wat er zich op dat moment onder de muisaanwijzer bevindt.
-
Toetsen op het schermtoetsenbord activeren bij het optillen van de vinger. Als de aanraakmodus actief is, kunt u deze instelling inschakelen zodat u sneller kunt typen op het schermtoetsenbord. Met deze instelling kunt u de slepen totdat u het item hebt gevonden, waarnaar u op zoek was, en vervolgens uw vinger optillen om zo de toets in te drukken.
-
De Narrator-cursor inschakelen om de toetsenbordfocus te volgen. Hiermee voegt u een blauw vak aan het scherm toe dat met de toetsenbordfocus mee verplaatst. Dat betekent dat de cursor van Narrator mee gaat wanneer u door items navigeert.
Stem
-
Snelheid, volume of toonhoogte van de stem selecteren. Met deze drie schuifknoppen kunt u de stem aanpassen.
-
Een andere stem voor Narrator selecteren. In deze vervolgkeuzelijst kunt u verschillende soorten stemmen in Narrator selecteren als deze beschikbaar zijn in uw taal.
Opdrachten
-
Klik op deze optie om een lijst met bestaande sneltoetsen voor Narrator te bekijken. U kunt deze sneltoetsen altijd wijzigen als u dat wilt. De belangrijkste sneltoets om te onthouden is Caps Lock+F1. Wanneer u op deze toetsencombinatie drukt, worden alle Narrator-opdrachten weergegeven. De opdrachten worden voor het gemak ook in de volgende tabel weergegeven.
|
Sneltoets
| |
Bewerking
|
|
Ctrl
| |
Lezen stoppen
|
|
Caps Lock+Esc
| |
Narrator afsluiten
|
|
Caps Lock+spatie
| |
Primaire actie uitvoeren
|
|
Caps Lock+Pijl-rechts
| |
Naar volgende item gaan
|
|
Caps Lock+Pijl-links
| |
Naar vorige item gaan
|
|
Caps Lock+Pijl-omhoog
| |
Weergave wijzigen
|
|
Caps Lock+Pijl-omlaag
| |
Weergave wijzigen
|
|
Caps Lock+F1
| |
Lijst met opdrachten weergeven
|
|
Caps Lock+F2
| |
Opdrachten voor huidige item weergeven
|
|
Caps Lock+F3
| |
Naar volgende cel in rij gaan
|
|
Caps Lock+Shift+F3
| |
Naar vorige cel in rij gaan
|
|
Caps Lock+F4
| |
Naar volgende cel in kolom gaan
|
|
Caps Lock+Shift+F4
| |
Naar vorige cel in kolom gaan
|
|
Caps Lock+F5
| |
Lezen bij welke rij en kolom Narrator is
|
|
Caps Lock+F6
| |
Naar tabelcel
|
|
Caps Lock+F7
| |
Huidige kolom lezen
|
|
Caps Lock+F8
| |
Huidige rij lezen
|
|
Caps Lock+F9
| |
Huidige koptekst van kolom lezen
|
|
Caps Lock+F10
| |
Huidige koptekst van rij lezen
|
|
Caps Lock+F11
| |
Aanraakmodus in-/uitschakelen
|
|
Caps Lock+F12
| |
Toetsaanslagaankondigingen in-/uitschakelen
|
|
Caps Lock+Z
| |
Narrator-toets vergrendelen
|
|
Caps Lock+X
| |
Toetsen doorgeven aan toepassing
|
|
Caps Lock+V
| |
Laatste fragment herhalen
|
|
Caps Lock+Page Up
| |
Stemvolume verhogen
|
|
Caps Lock+Page Down
| |
Stemvolume verlagen
|
|
Caps Lock+plusteken (+)
| |
Stemsnelheid verhogen
|
|
Caps Lock+minteken (-)
| |
Stemsnelheid verlagen
|
|
Caps Lock+D
| |
Item lezen
|
|
Caps Lock+F
| |
Item lezen, geavanceerd
|
|
Caps Lock+S
| |
Item lezen, gespeld
|
|
Caps Lock+W
| |
Venster lezen
|
|
Caps Lock+R
| |
Alle items in containergebied lezen
|
|
Caps Lock+Q
| |
Naar laatste item in containergebied
|
|
Caps Lock+G
| |
Narrator-cursor naar systeemcursor verplaatsen
|
|
Caps Lock+T
| |
Narrator-cursor naar aanwijzer verplaatsen
|
|
Caps Lock+tilde (~)
| |
Focus op item instellen
|
|
Caps Lock+Backspace
| |
Eén item terug gaan
|
|
Caps Lock+Insert
| |
Naar gekoppeld item
|
|
Caps Lock+M
| |
Lezen starten
|
|
Caps Lock+haakje sluiten
| |
Tekst lezen vanaf het begin tot aan cursor
|
|
Caps Lock+O
| |
Tekstkenmerken lezen
|
|
Caps Lock+H
| |
Document lezen
|
|
Caps Lock+U
| |
Volgende pagina lezen
|
|
Caps Lock+Ctrl+U
| |
Huidige pagina lezen
|
|
Caps Lock+Shift+U
| |
Vorige pagina lezen
|
|
Caps Lock+I
| |
Volgende alinea lezen
|
|
Caps Lock+Ctrl+I
| |
Huidige alinea lezen
|
|
Caps Lock+Shift+I
| |
Vorige alinea lezen
|
|
Caps Lock+O
| |
Volgende regel lezen
|
|
Caps Lock+Ctrl+O
| |
Huidige regel lezen
|
|
Caps Lock+Shift+O
| |
Vorige regel lezen
|
|
Caps Lock+P
| |
Volgend woord lezen
|
|
Caps Lock+Ctrl+P
| |
Huidig woord lezen
|
|
Caps Lock+Shift+P
| |
Vorig woord lezen
|
|
Caps Lock+haakje openen
| |
Volgend teken lezen
|
|
Caps Lock+Ctrl+haakje openen
| |
Huidig teken lezen
|
|
Caps Lock+Shift+haakje openen
| |
Vorig teken lezen
|
|
Caps Lock+J
| |
Naar volgende kop
|
|
Caps Lock+Shift+J
| |
Naar vorige kop
|
|
Caps Lock+K
| |
Naar volgende tabel
|
|
Caps Lock+Shift+K
| |
Naar vorige tabel
|
|
Caps Lock+L
| |
Naar volgende koppeling
|
|
Caps Lock+Shift+L
| |
Naar vorige koppeling
|
|
Caps Lock+Y
| |
Naar het begin van de tekst
|
|
Caps Lock+B
| |
Naar het einde van de tekst
|
|
Caps Lock+N
| |
Terugspoelen tijdens het lezen van een document
|
|
Caps Lock+komma
| |
Vooruitspoelen tijdens het lezen van een document
|
|
Caps Lock+C
| |
Huidige datum/tijd lezen
|
Als u over een nieuwe pc beschikt waarbij vier of meer aanraakpunten worden ondersteund, kunt u aanraakopdrachten gebruiken om uw pc te besturen.
|
Aanraakopdracht
| |
Bewerking
|
|
Eenmaal tikken met twee vingers
| |
Narrator laten stoppen met voorlezen
|
|
Driemaal tikken met vier vingers
| |
Alle opdrachten van Narrator weergeven (inclusief de opdrachten die niet in deze lijst voorkomen)
|
|
Dubbeltikken of één vinger op het scherm vasthouden, en met een andere vinger op een willekeurige plaats tikken
| |
Primaire actie activeren
|
|
Driemaal tikken of één vinger op het scherm vasthouden, en dubbeltikken met een andere vinger
| |
Secundaire actie activeren
|
|
Eén vinger op het scherm vasthouden, en tikken met twee andere vingers
| |
Beginnen met slepen of extra toetsopties
|
|
Tikken met drie vingers
| |
Instellingenvenster van Narrator weergeven/verbergen
|
|
Tikken met vier vingers
| |
Opdrachten voor huidige item weergeven
|
|
Tikken of slepen met één vinger
| |
Lezen wat zich onder uw vinger bevindt
|
|
Dubbeltikken met vier vingers
| |
Zoekmodus in-/uitschakelen
|
|
Drie keer tikken met vier vingers
| |
Lijst met Narrator-opdrachten weergeven
|
|
Met één vinger naar links of rechts bewegen
| |
Naar volgende of vorige item gaan
|
|
Met één vinger omhoog/omlaag bewegen
| |
Verplaatsingsstap wijzigen
|
|
Met vier vingers naar links/rechts/boven/beneden vegen
| |
Schuiven
|
|
Met drie vingers naar links/rechts vegen
| |
Tab vooruit en achteruit
|
|
Met drie vingers naar beneden vegen
| |
Verkenbare tekst beginnen te lezen
|
|
Met drie vingers naar boven vegen
| |
Huidig venster lezen
|
Opmerkingen
-
Narrator beschikt over basismogelijkheden voor het voorlezen van het scherm zodat u Windows kunt gebruiken wanneer u geen uitgebreidere schermlezer nodig hebt. Narrator is niet ontworpen om inhoud in alle apps te lezen. Ga naar de Microsoft Toegankelijkheid-website voor meer informatie over schermlezers en andere technologische hulpmiddelen.
-
TTS-ondersteuning in Narrator is beschikbaar in het Engels (Verenigde Staten en Verenigd Koninkrijk), Frans, Duits, Japans, Koreaans, Mandarijn (Vereenvoudigd en Tranditioneel) en Spaans.