Foto's bewerken in Photo Gallery

Je kunt de bewerkingstools in Photo Gallery gebruiken om onder meer de compositie, belichting, details en kleur van foto's te verbeteren. Niet alle bestandstypen kunnen worden bewerkt.

Foto’s bewerken

  1. Open Photo Gallery.

  2. Selecteer de foto of foto’s die je wilt bewerken en klik vervolgens boven in het scherm op het tabblad Bewerken.

  3. Voer een of meer van de volgende handelingen uit:

    • Als je een foto of reeks foto's automatisch wilt bewerken, selecteer dan de foto´s die je wilt bewerken en klik vervolgens op het tabblad Bewerken in de groep Snel aanpassen op Automatisch aanpassen of op een van de andere opties.

    • Als je foto's handmatig wilt bewerken, dubbelklik dan op een foto om deze afzonderlijk te bewerken. Klik vervolgens in de groep Aanpassingen op Fijn bewerken.

    Opmerking

    • Als je een foto niet kunt bewerken in Photo Gallery, kan dat een van de volgende redenen hebben:

      • De foto is ingesteld als Alleen lezen. Als je deze eigenschap wilt wijzigen, klik dan met de rechtermuisknop op de foto en kies Eigenschappen. Verwijder op het tabblad Algemeen in de groep Kenmerken het vinkje voor Alleen lezen en klik op Toepassen.

      • De foto wordt als gedeeld netwerkbestand, cd of dvd opgeslagen op een locatie voor alleen lezen of een andere locatie waar de eigenschappen niet kunnen worden gewijzigd. Als je een kopie van een foto op je pc wilt opslaan om te kunnen bewerken, dubbelklik dan op de foto en klik vervolgens op het tabblad Bewerken in de groep Beheren op Kopie maken. Kies een bestandstype en een locatie op je pc om de foto op te slaan en klik op Opslaan.

      • Het bestandstype van de foto wordt niet ondersteund. Niet alle bestandstypen kunnen in Photo Gallery worden weergegeven of bewerkt. Als je een kopie van een foto op je pc wilt opslaan om het bestandstype te wijzigen naar een bewerkbaar bestandstype, dubbelklik dan op de foto en klik vervolgens op het tabblad Bewerken in de groep Beheren op Kopie maken. Kies een bestandstype en klik op Opslaan.

      • De foto is mogelijk verplaatst of verwijderd nadat je de foto selecteerde om te bewerken. Zet de foto terug op de oorspronkelijke locatie en probeer de foto opnieuw te bewerken.

Alles weergeven

Belichting handmatig aanpassen

  1. Dubbelklik op een foto om deze afzonderlijk te bewerken en klik vervolgens in de groep Aanpassingen op Fijn bewerken en vervolgens op Belichting aanpassen.

  2. Voer een of meer van de volgende handelingen uit:

    • Gebruik de schuifregelaar Helderheid om de helderheid aan te passen.

    • Gebruik de schuifregelaar Contrast om het contrast aan te passen.

    • Als je de donkerste tinten wilt aanpassen en de midden- en lichte tinten ongemoeid wilt laten, verplaats dan de schuifregelaar Schaduwen.

    • Als je de lichtste tinten wilt aanpassen en de midden- en donkere tinten ongemoeid wilt laten, verplaats dan de schuifregelaar Lichtste delen.

    • Als je het witte punt en het zwarte punt van de foto wilt aanpassen, verplaats dan de witte en zwarte pijlen onder het Histogram.

      Opmerking

      • Tijdens het bewerken van de foto worden de aanpassingen in de belichting weergegeven in het histogram.

Kleur handmatig aanpassen

  1. Dubbelklik op een foto om deze afzonderlijk te bewerken en klik vervolgens in de groep Aanpassingen op Fijn bewerken en vervolgens op Kleur aanpassen.

  2. Voer een of meer van de volgende handelingen uit:

    • Als je de toon wilt aanpassen en de foto een warmer of koeler uiterlijk wilt geven, verschuif dan de schuifregelaar Kleurtemperatuur.

    • Als je het kleurzweem wilt aanpassen, verschuif dan de schuifregelaar Tint.

    • Gebruik de schuifregelaar Intensiteit om de levendigheid van de kleuren aan te passen.

Een foto handmatig rechtzetten

  1. Dubbelklik op een foto om deze afzonderlijk te bewerken en klik vervolgens in de groep Aanpassingen op Fijn bewerken en vervolgens op Foto rechtzetten.

  2. Als je de foto verder wilt rechtzetten, gebruik dan de schuifregelaar.

Details handmatig aanpassen

  1. Dubbelklik op een foto om deze afzonderlijk te bewerken en klik vervolgens in de groep Aanpassingen op Fijn bewerken en vervolgens op Details aanpassen.

  2. Als je de scherpte van je foto's wilt aanpassen, gebruik dan de schuifregelaar Scherper maken.

  3. Als je het beeldruis wilt verminderen, klik dan op Analyseren en gebruik de schuifregelaar Ruis verminderen.

Een foto handmatig bijsnijden

  1. Dubbelklik op een foto om deze afzonderlijk te bewerken en klik vervolgens in de groep Aanpassingen op Bijsnijden.

  2. Voer een of meer van de volgende handelingen uit:

    • Als je de verhoudingen van de foto wilt wijzigen, klik dan in de lijst Verhouding op een verhouding.

    • Als je een aangepaste fotoverhouding wilt selecteren, klik dan in de lijst Verhouding op Aangepast en versleep de hoekpunten van het bijsnijdframe totdat de foto de gewenste verhoudingen heeft.

    • Als je het formaat van het bijsnijdframe wilt wijzigen, versleep dan een van de hoekpunten. Als je een standaardafdrukformaat hebt gekozen, blijven de verhoudingen van het aangepaste bijsnijdframe behouden. Een aangepast bijsnijdframe kan elke breedte en hoogte hebben. Als je de verhoudingen van een aangepast bijsnijdframe wilt behouden, houd dan de Shift-toets ingedrukt terwijl je het formaat van het bijsnijdframe wijzigt.

    • Als je de compositie van de foto wilt wijzigen, sleep dan het bijsnijdframe naar een nieuwe positie in de foto.

    • Als je het bijsnijdframe wilt draaien zodat de foto verticaal of horizontaal wordt bijgesneden, klik dan op Frame draaien.

  3. Klik opnieuw op Bijsnijden om het bijsnijden uit te voeren.

Rode ogen handmatig wegwerken

  1. Dubbelklik op een foto om deze afzonderlijk te bewerken en klik vervolgens in de groep Aanpassingen op Rode ogen.

  2. Sleep een vak rond het oog dat je wilt corrigeren en laat de muisknop los.

  3. Herhaal deze stap voor elk oog dat je wilt corrigeren.

Opmerking

  • Als de rode ogen nog steeds zichtbaar zijn na het toepassen van dit hulpmiddel, herhaal je deze stappen.

Zwart-witeffecten handmatig toepassen

  • Dubbelklik op een foto om deze afzonderlijk te bewerken. Selecteer vervolgens het gewenste effect in de groep Effecten.

Bewerkingen opslaan

Als je de wijzigingen in de foto wilt opslaan, klik dan op Bestand sluiten. De wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

Opmerking

  • Klik op Origineel herstellen om de aangebrachte wijzigingen te verwijderen.

Het formaat van foto's wijzigen

  1. Selecteer de foto's waarvan het formaat gewijzigd moet worden en klik op het tabblad Bewerken in de groep Eigenschappen op Formaat wijzigen.

  2. Klik in de lijst Selecteer een formaat en selecteer het gewenste formaat voor de foto's. Voer voor een aangepast formaat de maximale breedte in het vak Maximale afmetingen.

  3. Klik op Formaat wijzigen en opslaan. Klik om de aangepaste foto's op een andere locatie op te slaan op Bladeren en selecteer een bestaande map.

Meer hulp nodig?