Met de muis kunt u de items op het computerscherm manipuleren zoals u in het dagelijks leven uw handen gebruikt om objecten te manipuleren. U kunt objecten verplaatsen, openen, wijzigen, weggooien en er andere bewerkingen op uitvoeren door ze met de muis aan te wijzen en erop te klikken.

Standaardonderdelen

Een muis heeft normaal gesproken twee knoppen: een primaire knop (meestal de linkerknop) en een secundaire knop (meestal de rechterknop). U zult de primaire knop het vaakst gebruiken. De meeste muizen hebben verder een bladerwieltje tussen de knoppen, waarmee u gemakkelijker door documenten en webpagina's kunt bladeren. Op sommige muizen kan het wieltje worden ingedrukt, zodat het als een derde knop functioneert. Geavanceerde muizen hebben mogelijk extra knoppen voor het uitvoeren van andere functies.

Afbeelding van een muis met twee knoppen en bladerwieltje
Onderdelen van een muis

De muis vasthouden en verplaatsen

Afbeelding van muisaanwijzers
Muisaanwijzers

Plaats de muis naast het toetsenbord op een schoon, effen oppervlak zoals een muismat. Houd de muis losjes vast met uw wijsvinger op de primaire knop en uw duim tegen de zijkant. U verplaatst de muis door deze te verschuiven. Draai de muis niet om: houd de muis met het snoer van u af gericht. Terwijl u de muis verplaatst, wordt een aanwijzer (zie de afbeelding) op het scherm in de corresponderende richting verplaatst. Als u onvoldoende ruimte hebt om de muis op uw bureau of de muismat te verplaatsen, tilt u de muis eenvoudig op en zet u deze dichter bij u.

Afbeelding van een hand die een computermuis vasthoudt
Houd de muis losjes vast met rechte pols.

Aanwijzen, klikken en slepen

Een item op het scherm aanwijzen houdt in dat u de muis zodanig verplaatst dat de aanwijzer op het item staat. Wanneer u iets aanwijst, wordt meestal een vakje weergegeven met een beschrijving van het betreffende item. Wanneer u bijvoorbeeld de Prullenbak op het bureaublad aanwijst, ziet u een vak met de volgende informatie: 'Hierin worden verwijderde mappen en bestanden opgeslagen totdat u deze definitief van de computer verwijdert'.

Afbeelding van de muisaanwijzer die op de Prullenbak rust, waarbij het bericht 'Hierin worden verwijderde mappen en bestanden opgeslagen totdat u deze definitief van de computer verwijdert' wordt weergegeven
Wanneer u een object aanwijst, wordt doorgaans een beschrijving weergegeven.
Afhankelijk van het aangewezen item kan de aanwijzer van vorm veranderen. Wanneer u bijvoorbeeld een koppeling in de webbrowser aanwijst, verandert de aanwijzer van een pijl Afbeelding van de muisaanwijzer (pijl) in een hand met een wijzende vinger Afbeelding van een muisaanwijzer (hand met wijzende vinger).

De meeste muisacties bestaan uit een combinatie van aanwijzen en het indrukken van een muisknop. Met de muisknoppen kunt u vier basishandelingen verrichten: klikken, dubbelklikken, klikken met de rechtermuisknop en slepen.

Klikken (eenmaal klikken)

U klikt op een item door het op het scherm aan te wijzen en vervolgens de primaire muisknop (doorgaans de linkerknop) in te drukken en weer los te laten.

Klikken dient meestal om een item te selecteren (markeren) of een menu te openen. Dit wordt ook wel eenmaal klikken of klikken met de linkermuisknop genoemd.

Dubbelklikken

U dubbelklikt op een item door het op het scherm aan te wijzen en vervolgens tweemaal snel achtereen te klikken. Als de eerste en tweede klik elkaar niet snel genoeg opvolgen, worden ze mogelijk geïnterpreteerd als twee afzonderlijke klikken.

Dubbelklikken wordt doorgaans gebruikt om items op het bureaublad te openen. U kunt bijvoorbeeld een programma starten of een map openen door op het corresponderende pictogram op het bureaublad te dubbelklikken.

Tip

  • Als dubbelklikken problemen oplevert, kunt u de dubbelkliksnelheid (het maximuminterval tussen klikken) aanpassen. Voer de volgende stappen uit:

    1. Open Eigenschappen voor Muis door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm. Typ muis in het zoekvak en klik vervolgens op Muis.

    2. Klik op de tab Knoppen en versleep de schuifregelaar onder Dubbelkliksnelheid om de snelheid te verhogen of te verlagen.

Klikken met rechtermuisknop

Klikken met de rechtermuisknop houdt in dat u een item op het scherm aanwijst en vervolgens de secundaire muisknop (doorgaans de rechterknop) indrukt en weer loslaat.

Wanneer u met de rechtermuisknop op een item klikt, ziet u in de meeste gevallen een lijst van de bewerkingen die u op het item kunt uitvoeren. Wanneer u bijvoorbeeld met de rechtermuisknop op de Prullenbak op het bureaublad klikt, wordt een menu met opties weergegeven waarmee u de Prullenbak kunt openen, legen of verwijderen, of de eigenschappen van de Prullenbak kunt bekijken. Als u niet zeker weet wat u met een item aan moet, klikt u erop met de rechtermuisknop.

Afbeelding van de Prullenbak met geopend snelmenu
Wanneer u met de rechtermuisknop op de Prullenbak klikt, wordt een menu met relevante opdrachten geopend.

Slepen

U kunt items op het scherm verplaatsen door ze te slepen. U sleept een object als volgt: wijs het object op het scherm aan, houd de primaire muisknop ingedrukt, verplaats het object naar een nieuwe locatie en laat de primaire muisknop weer los.

Slepen (ook wel slepen en neerzetten genoemd) wordt doorgaans gebruikt om bestanden en mappen naar een andere locatie te verplaatsen en om vensters en pictogrammen op het scherm te verplaatsen.

Het bladerwieltje gebruiken

Als uw muis een bladerwieltje heeft, kunt u dit gebruiken om door documenten en webpagina's te bladeren. U schuift omlaag door het wieltje naar u toe te rollen. U schuift omhoog door het wieltje van u af te rollen.

Uw muis aanpassen

U kunt de muisinstellingen afstemmen op uw persoonlijke voorkeuren. Zo kunt u bijvoorbeeld bepalen hoe snel de muisaanwijzer op het scherm beweegt of hoe de aanwijzer er uitziet. Als u linkshandig bent, kunt u de primaire muisknop omschakelen naar de rechterknop. Zie Muisinstellingen wijzigen voor meer informatie.

Tips voor veilig muisgebruik

Vooral bij langdurig computergebruik is het belangrijk dat u de muis correct hanteert, zodat u zo min mogelijk last krijgt van uw polsen, handen en armen. Hier volgen enkele tips voor het voorkomen van problemen:

  • Plaats de muis ter hoogte van uw elleboog. Zorg dat uw bovenarmen losjes langs uw lichaam hangen.

  • Pak de muis niet te stevig vast. Houd de hand ontspannen.

  • Verplaats de muis door uw arm vanuit de elleboog te draaien. Buig uw pols niet omhoog, omlaag of zijwaarts.

  • Druk zachtjes op de muisknop wanneer u klikt.

  • Houd uw vingers ontspannen. Zorg dat ze op de knoppen rusten, niet erboven.

  • Houd de muis alleen vast wanneer u ermee werkt.

  • Neem tijdens het werken met de computer elke 15 à 20 minuten even pauze.

Zie Onderdelen van een computer voor meer informatie over andere onderdelen van een computer.