U kunt sneltoetsen maken om programma's te openen. Voordat u aan de slag gaat, moet u een snelkoppeling maken voor het programma waaraan u een sneltoets wilt toewijzen. Open hiervoor de map die het uitvoerbare bestand van het programma bevat, klik met de rechtermuisknop op dit bestand en klik vervolgens op Snelkoppeling maken. Zie Snelkoppelingen maken of verwijderen voor meer informatie over het maken van snelkoppelingen naar programma's.

  1. Zoek de snelkoppeling naar het programma waarvoor u een sneltoets wilt maken.

  2. Klik met de rechtermuisknop op de snelkoppeling en klik vervolgens op Eigenschappen.

  3. Klik in het dialoogvenster Eigenschappen van snelkoppeling op het tabblad Snelkoppeling.

  4. Klik in het vak Sneltoets op het toetsenbord op de toets die u wilt gebruiken in combinatie met Ctrl+Alt (sneltoetsen worden automatisch gestart met Ctrl+Alt) en klik vervolgens op OK. Beheerdersmachtiging vereistAls u om het beheerderswachtwoord of een bevestiging wordt gevraagd, typt u het wachtwoord of een bevestiging.

    Als u een programma gebruikt waarin een sneltoets wordt gebruikt met dezelfde toetscombinatie als de snelkoppeling die u zojuist hebt gemaakt, werkt de snelkoppeling mogelijk niet.

Zie Windows 7 voor meer informatie over Sneltoetsen.

Opmerkingen

  • Totdat u op een toets drukt, bevat het vak Sneltoets het woord Geen. Vervolgens wordt het vervangen door Ctrl+Alt+de toets waarop u hebt gedrukt.

  • U kunt de toetsen Esc, Enter, Tab, Spatiebalk, PrtScn, Shift of Backspace niet gebruiken om een sneltoets te maken.