Aanraakbewegingen gebruiken

Als u een computer hebt met een aanraakscherm, vindt u aanraakbewegingen (bewegingen die u maakt met een of twee vingers op het scherm) wellicht gemakkelijker dan een muis, pen of toetsenbord.

Snelle bewegingen gebruiken om taken uit te voeren

U hoeft niet meer op een menuopdracht of een werkbalkknop te tikken om veelvoorkomende taken uit te voeren, zoals kopiëren, plakken, ongedaan maken of verwijderen. In plaats daarvan kunt u een snelle beweging met uw vinger maken. Met een snelle beweging omhoog verplaatst u bijvoorbeeld de pagina omlaag, en met een snelle beweging omlaag verplaatst u de pagina omhoog. Er zijn twee categorieën snelle bewegingen: navigeren en bewerken. Zie Oefenen met snelle bewegingen voor informatie over het gebruik van bewegingen.

U kunt snelle bewegingen aanpassen zodat u er veelvoorkomende taken mee kunt uitvoeren. Zie Snelle penbewegingen aanpassen voor meer informatie.

Ingedrukt houden

Ingedrukt houden voert dezelfde bewerking uit als met de rechtermuisknop op een item klikken. Als u deze actie wilt uitvoeren, raakt u het scherm aan waar u met de rechtermuisknop zou willen klikken en houdt u het scherm ingedrukt tot er een volledige cirkel verschijnt. Vervolgens tilt u uw vinger weer op. Het snelmenu wordt weergegeven zodra u uw vinger hebt opgetild.

Aanraakbewegingen in Windows

Als uw aanraakscherm ten minste twee aanraakpunten kan herkennen, kunt u aanraakbewegingen gebruiken in Windows. Kijk in de informatie die bij uw laptop of aanraakscherm is geleverd, of uw aanraakscherm meer dan een aanraakpunt ondersteunt.

Als u een video wilt bekijken, gaat u naar Afbeelding van de knop AfspelenVideo: Windows Touch gebruiken.

Tip

  • Als u een Tablet PC of aanraakscherm hebt, kunt u ook in Systeem in het Configuratiescherm zien hoeveel aanraakpunten er zijn op uw computer.

    Open Systeem door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start, met de rechtermuisknop te klikken op Computer en vervolgens te klikken op Eigenschappen.

In de volgende tabel worden Windows-aanraakbewegingen beschreven.

Beweging Hoe deze wordt uitgevoerd Omschrijving
Beweging

Schuiven

Hoe deze wordt uitgevoerd

Raak de pagina aan en sleep erover met een of twee vingers.

Omschrijving

U gebruikt schuiven als u een ander gedeelte van een pagina met schuifbalken wilt zien. U kunt bijvoorbeeld schuiven als u een gedeelte van een lang document of werkblad wilt zien dat niet in het venster wordt weergegeven. Wanneer u schuift met één vinger, wordt de pagina verplaatst als u uw vinger in verticale richting schuift en wordt tekst op de pagina geselecteerd als u uw vinger in horizontale richting schuift.

Beweging

In-/uitzoomen

Hoe deze wordt uitgevoerd

Als u wilt uitzoomen, raakt u twee punten aan op het item en verplaatst u uw vingers naar elkaar toe, alsof u ze samenknijpt. Als u wilt inzoomen, raakt u twee punten aan op het item en verplaatst u uw vingers van elkaar af, alsof u ze spreidt.

Omschrijving

Door in of uit te zoomen maakt u een item op het scherm groter of kleiner. Bij een foto kunt u door in te zoomen een kleiner gedeelte van dichtbij bekijken. Als u uitzoomt, ziet u een groter gedeelte van de foto.

Beweging

Draaien

Hoe deze wordt uitgevoerd

Raak twee punten aan op het item en draai het item in de richting waarin u het item wilt draaien.

Omschrijving

Door te draaien kunt u een afbeelding of ander item op het scherm ronddraaien (met de klok mee of tegen de klok in).

Beweging

Drukken en tikken

Hoe deze wordt uitgevoerd

Druk op het item met een vinger en tik vervolgens snel met een andere vinger terwijl u het item met de eerste vinger ingedrukt houdt.

Omschrijving

Door drukken en tikken opent u het snelmenu. Drukken en tikken voert dezelfde bewerking uit als ingedrukt houden of met de rechtermuisknop op een item klikken.