Een station instellen voor bestandsgeschiedenis

Voordat u Bestandsgeschiedenis gebruikt voor het maken van back-ups van uw bestanden, moet u een station instellen waarop bestanden kunnen worden opgeslagen. Het is raadzaam om een extern station of een netwerklocatie te gebruiken om uw bestanden te beschermen tegen een crash of een ander pc-probleem. Zie Hoe gebruik ik Bestandsgeschiedenis? voor meer informatie over het gebruik van Bestandsgeschiedenis.

Met Bestandsgeschiedenis worden alleen kopieën van bestanden opgeslagen die zich bevinden in uw bibliotheken, contactpersonen, favorieten, Microsoft SkyDrive en het bureaublad. Als u een back-up wilt maken van bestanden of mappen die ergens anders zijn opgeslagen, kunt u deze aan een van de bestaande bibliotheken toevoegen of een nieuwe bibliotheek maken.

Een station instellen

  1. Verbinding maken met een extern station.

  2. Open Bestandsgeschiedenis door vanaf de rechterrand van het scherm te vegen en te tikken op Zoeken. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Zoeken. Typ Bestandsgeschiedenis in het zoekvak en tik of klik achtereenvolgens op Instellingen en Bestandsgeschiedenis.

  3. Tik of klik op Inschakelen.

Tip

  • U kunt ook een station in Automatisch afspelen instellen. Sluit het station daarvoor aan op uw pc, tik of klik op de weergegeven melding en tik of klik vervolgens op Back-up van bestanden op dit station. Zie Automatisch afspelen: veelgestelde vragen voor meer informatie.

Een netwerklocatie instellen

  1. Open Bestandsgeschiedenis door vanaf de rechterrand van het scherm te vegen en te tikken op Zoeken. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Zoeken. Typ Bestandsgeschiedenis in het zoekvak en tik of klik achtereenvolgens op Instellingen en Bestandsgeschiedenis.

  2. Tik of klik op Station wijzigen.

  3. Tik of klik op de pagina Station voor bestandsgeschiedenis wijzigen op Netwerklocatie toevoegen.

  4. In het dialoogvenster Map selecteren kunt u naar een locatie bladeren of deze invoeren. Tik of klik op Map selecteren en tik of klik vervolgens op OK.

    Als er geen mappen worden vermeld en u een melding boven in het dialoogvenster ziet dat netwerkcomputers en -apparaten niet zichtbaar zijn, tikt of klikt u hierop en selecteert u Netwerkdetectie en bestanden delen inschakelen.

Opmerkingen

  • U kunt voorkomen dat het station voor Bestandsgeschiedenis te snel volraakt door in te stellen hoe vaak bestanden worden gekopieerd en hoe lang oudere versies van uw bestanden worden bewaard. Zie Wat kan ik doen als er iets fout gaat in Bestandsgeschiedenis? voor meer informatie.

  • Als u niet wilt dat er back-ups worden gemaakt van een bepaalde map, kunt u deze uitsluiten van Bestandsgeschiedenis. Open Bestandsgeschiedenis door vanaf de rechterrand van het scherm te vegen en te tikken op Zoeken. Als u een muis gebruikt, wijst u de rechterbovenhoek van het scherm aan, beweegt u de muisaanwijzer naar beneden en klikt u op Zoeken. Typ Bestandsgeschiedenis in het zoekvak en tik of klik achtereenvolgens op Instellingen en Bestandsgeschiedenis. Tik of klik op Mappen uitsluiten, tik of klik op Toevoegen en selecteer de map die u van back-ups wilt uitsluiten.