Overgangen en effecten toevoegen aan afbeeldingen en videobeelden in Windows Movie Maker

U kunt uw films aankleden met uw eigen speciale effecten. Met overgangen en effecten zorgt u ervoor dat de verschillende scènes van uw film mooi in elkaar overlopen.

Overgangen

Een overgang bepaalt hoe uw film wordt afgespeeld van de ene videoclip of afbeelding naar de volgende. U kunt een overgang toevoegen tussen twee afbeeldingen, videoclips of titels op het storyboard of de tijdlijn, in elke gewenste combinatie. U kiest bijvoorbeeld een populaire en mooie overgang als Vervagen. Maar u kunt u natuurlijk ook helemaal laten gaan met overgangen als Balken, Brokstukken of Zigzag (om er maar een paar te noemen).

Afbeelding van een overgang op het storyboard
Een project op het storyboard met een overgang

Alle overgangen die u toevoegt, worden weergegeven op het overgangenspoor van de tijdlijn. U moet het videospoor uitvouwen om dit spoor te zien.

Afbeelding van een overgang op de tijdlijn
Een project op de tijdlijn met een overgang
Alles weergeven

Een overgang toevoegen

  1. Klik op het storyboard of de tijdlijn op de tweede van de twee videoclips, titels of afbeeldingen waartussen u een overgang wilt toevoegen.

  2. Klik in het menu Extra op Overgangen.

  3. Klik in het deelvenster Inhoud op de overgang die u wilt toevoegen. U kunt onder het voorbeeldvenster op Afspelen klikken om een voorbeeld van de overgang te bekijken.

  4. Klik op Clip en klik vervolgens op Toevoegen aan de tijdlijn of Toevoegen aan het storyboard.

Opmerkingen

  • U kunt een overgang ook toevoegen door deze naar de tijdlijn te slepen en tussen twee clips op het videospoor neer te zetten. In de storyboardweergave kunt u een overgang naar de overgangscel tussen twee videoclips of afbeeldingen slepen.

  • Als u op uw computer een upgrade hebt uitgevoerd van Windows XP  naar Windows Vista, zijn aanvullende overgangen en effecten die u eerder had gedownload en geïnstalleerd, niet meer beschikbaar in de huidige versie van Windows Movie Maker.

De duur van een overgang wijzigen

De duur van de overgang wordt bepaald door de mate van overlapping tussen twee clips. Soms wilt u de overgang korter of langer maken.

  1. Vouw het videospoor uit om het overgangenspoor van de tijdlijn weer te geven.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit op het overgangenspoor van de tijdlijn:

    • Als u de overgang wilt inkorten, sleept u het begin van de overgang in de richting van het einde van de tijdlijn.

    • Als u de overgang langer wilt laten duren, sleept u het begin van de overgang in de richting van het begin van de tijdlijn.

De standaardduur van overgangen wijzigen

  1. Klik in het menu Extra op Opties en klik vervolgens op het tabblad Geavanceerd.

  2. Geef op gedurende hoeveel seconden overgangen standaard moeten worden afgespeeld nadat de overgangen zijn toegevoegd aan het storyboard of de tijdlijn.

Een overgang verwijderen

  1. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Klik op het storyboard op de overgangscel die de overgang bevat die u wilt verwijderen.

    • Klik op het overgangenspoor van de tijdlijn op de overgang die u wilt verwijderen.

  2. Klik achtereenvolgens op Bewerken en op Verwijderen.

Effecten

Effecten zijn de speciale effecten die u kunt toevoegen aan een film. U kunt een geïmporteerde video er bijvoorbeeld uit laten zien als een ouderwetse, klassieke film. Hiervoor voegt u een van de effecten voor Filmouderdom toe aan een videoclip, een afbeelding of een titel om het videobeeld voor die clip het uiterlijk van een oude film te geven.

Afbeelding van een effect op het storyboard
Een project op het storyboard met een effect
Afbeelding van een effect op de tijdlijn
Een project op de tijdlijn met een effect
Alles weergeven

Een effect toevoegen

  1. Selecteer de videoclip, de afbeelding of de titel waaraan u het effect wilt toevoegen op het storyboard of de tijdlijn.

  2. Klik in het menu Extra op Effecten.

  3. Klik in het deelvenster Inhoud op het effect dat u wilt toevoegen. U kunt onder het voorbeeldvenster op Afspelen klikken om een voorbeeld van het effect te bekijken.

  4. Klik op Clip en klik vervolgens op Toevoegen aan de tijdlijn of Toevoegen aan het storyboard.

Opmerkingen

  • U kunt een effect ook toevoegen door het effect uit het deelvenster Inhoud te slepen en het neer te zetten op een afbeelding of videoclip op het videospoor van de tijdlijn, op de effectcel van een videoclip of op een afbeelding op het storyboard.

  • In de weergave Miniatuurweergaven van het deelvenster Inhoud ziet u voorbeelden van de verschillende effecten.

  • Als u op uw computer een upgrade hebt uitgevoerd van Windows XP naar Windows Vista, zijn aanvullende overgangen en effecten die u eerder had gedownload en geïnstalleerd, niet meer beschikbaar in de huidige versie van Windows Movie Maker.

Een effect wijzigen

  1. Klik op het videospoor van de tijdlijn of op het storyboard op de videoclip, de afbeelding of de titel waarop het effect is toegepast dat u wilt wijzigen.

  2. Klik op Clip, wijs Video aan en klik vervolgens op Effecten.

  3. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Als u een effect wilt verwijderen, klikt u in het gebied Weergegeven effecten op het effect en klikt u vervolgens op Verwijderen. Herhaal dit indien nodig.

    • Als u een effect wilt toevoegen, klikt u in het gebied Beschikbare effecten op het effect dat u wilt toevoegen en klikt u vervolgens op Toevoegen. Herhaal dit indien nodig.

Tips

  • Als u meerdere effecten hebt toegevoegd, kunt u de volgorde waarin deze worden weergegeven wijzigen met de knoppen Omhoog of Omlaag.

  • U kunt snel een effect toevoegen door het effect naar een videoclip, afbeelding of titel op het storyboard of de tijdlijn te slepen.

  • Als u hetzelfde effect meer dan een keer hebt toegevoegd aan een clip, wordt het effect net zo vaak toegepast als u het hebt toegevoegd. Als u bijvoorbeeld het effect Versnellen, dubbel twee keer hebt toegevoegd aan dezelfde videoclip, wordt de clip vier keer zo snel afgespeeld als de originele clip.

  • U kunt een effect ook verwijderen door op het storyboard de effectcel te selecteren die het desbetreffende effect bevat en vervolgens op DELETE te drukken.