Als uw computer met meerdere printers is verbonden, kunt u kiezen welke printer u als standaardprinter wilt instellen. Kies in een dergelijk geval de printer die u het meest gebruikt. Op deze manier hoeft u niet telkens een printer te selecteren wanneer u met Windows afdrukt of wanneer u vanuit uw programma's afdrukt. U kunt de standaardprinter op elk gewenst moment wijzigen en kunt voor specifieke afdruktaken nog steeds een andere printer selecteren.

  1. U kunt Printers als volgt openen: klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start, klik op Configuratiescherm, klik op Hardware en geluiden en klik vervolgens op Printers.

  2. Klik met de rechtermuisknop op de printer die u wilt gebruiken als standaardprinter en klik op Als standaardprinter instellen. Er wordt vervolgens een selectievinkje weergegeven op het printerpictogram dat aangeeft dat de desbetreffende printer is ingesteld als de standaardprinter.

Tip

  • U kunt als volgt een snelkoppeling naar Printers aan het menu Start toevoegen: klik met de rechtermuisknop op de knop StartAfbeelding van de knop Start, klik op Eigenschappen, klik op het tabblad Menu Start en klik vervolgens op Aanpassen. Schakel het selectievakje Printers in en klik op OK.