Sommige programma's en onderdelen van Windows, zoals Internet Information Services, moeten worden ingeschakeld voordat u ermee kunt werken. Bepaalde andere onderdelen zijn standaard ingeschakeld, maar kunnen worden uitgeschakeld als u er geen gebruik van maakt.

In eerdere versies van Windows kon u een onderdeel alleen uitschakelen door het volledig van de computer te verwijderen. In deze versie van Windows blijven de onderdelen op de vaste schijf staan, zodat u ze later desgewenst weer kunt inschakelen. Wanneer u een onderdeel uitschakelt, wordt de installatie ervan niet ongedaan gemaakt en blijft de hoeveelheid vaste-schijfruimte die door Windows-onderdelen in beslag wordt genomen, ongewijzigd.

  1. Klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start, klik op Configuratiescherm, klik op Programma's, en klik vervolgens op Windows-onderdelen in- of uitschakelen. Beheerdersmachtiging vereist Typ het wachtwoord of een bevestiging als u wordt gevraagd om het Administrator-wachtwoord of een bevestiging.
  2. Als u een Windows-onderdeel wilt inschakelen, schakelt u het selectievakje naast het onderdeel in. Als u een Windows-onderdeel wilt uitschakelen, schakelt u het corresponderende selectievakje uit.

  3. Klik op OK.

Afbeelding van het dialoogvenster Windows-functies
Mappen kunnen zowel ingeschakelde als uitgeschakelde onderdelen bevatten

Sommige Windows-onderdelen zijn bijeen gegroepeerd in mappen, en sommige mappen bevatten submappen met extra onderdelen. Als een selectievakje gedeeltelijk is afgevinkt of donker wordt weergegeven, zijn sommige items in de map ingeschakeld en andere uitgeschakeld. Als u de inhoud van een map wilt weergeven, dubbelklikt u erop.