Uw computer gebruiken voor afdrukken, scannen en faxen

Met Microsoft Windows XP kunt u met uw computer afdruktaken verrichten. U kunt ook een scanner gebruiken om afbeeldingen op papier om te zetten naar een afbeeldingsbestand op uw computer dat u eenvoudig kunt opslaan en uitwisselen. Of u kunt met een printer of scanner die beschikt over een faxvoorziening, elektronische documenten op uw computer via een telefoonverbinding versturen naar of ontvangen van een faxapparaat op afstand.

Het afdrukken van een bestand

  1. Open het document, de webpagina of de e-mail die u wilt afdrukken.

  2. Klik in het menu Bestand op Afdrukken.

  3. Controleer in het dialoogvenster Afdrukken het afdrukbereik en het aantal exemplaren. Als u de afdrukkwaliteit of andere instellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop Voorkeursinstellingen. Vervolgens klikt u op Afdrukken.

    Windows XP drukt uw document af.

Scannen met behulp van de wizard Scanner en camera

  1. Plaats het document dat u wilt scannen in de scanner.

  2. Klik achtereenvolgens op Start, Alle programma's, Bureau-accessoires en Wizard Scanner en camera.

  3. De wizard Scanner en camera wordt geopend. Klik op Volgende.

  4. Klik op de pagina Scanvoorkeuren kiezen de optie aan met het Afbeeldingstype dat het meest overeenkomt met het papier dat u scant en klik op Volgende.

  5. Typ op de pagina Naam en locatie voor afbeelding de naam die u aan de afbeelding wilt geven, selecteer JPG als bestandsindeling, selecteer de map waar u de gescande afbeelding wilt opslaan en klik op Volgende.

  6. Windows XP scant uw document. Klik op de pagina Overige opties op Niets. Klik op Volgende.

  7. Op de pagina De wizard Scanner en Camera voltooien kunt u uw gescande document weergeven door te klikken op de afgebeelde koppeling. Als u niet tevreden bent over het resultaat, klikt u op Terug om terug te keren naar de pagina Scanvoorkeuren kiezen, past uw instellingen aan en voert de scan nogmaals uit. U kunt dit herhalen tot u tevreden bent. Klik op Voltooien om de wizard af te sluiten en de map te openen waarin uw gescande document is opgeslagen.

    Zodra een document is gescand, kunt u het via e-mail of fax naar anderen sturen.

Hoe te faxen

U kunt met behulp van de fax/modem van uw computer faxen ontvangen en versturen. Als het document dat u wilt faxen een papieren document is, kunt u dit eerst scannen en vervolgens de gescande afbeelding verzenden. Als u een fax ontvangt, wordt het op uw computer opgeslagen als afbeeldingsbestand dat u kunt afdrukken.

Om uw computer in staat te stellen faxen te ontvangen of te verzenden, dient het modem van uw computer te zijn aangesloten op een telefoonaansluiting via een standaard telefoonkabel. Voorbereidingen op uw computer.

Alles weergeven

Installatie van het faxonderdeel

  1. Meld u aan als administrator. Als u niet zeker weet of uw account een administratoraccount is, kunt u proberen het faxonderdeel te installeren. Als uw account geen administratorbevoegdheden heeft, ontvangt u een bericht en wordt de installatie afgebroken.

  2. Klik op Start en vervolgens op Configuratiescherm.

  3. Klik in het Configuratiescherm op Software.

  4. Klik op Windows-onderdelen toevoegen of verwijderen om de wizard Windows-onderdelen te starten.

  5. Activeer in de lijst met Onderdelen het selectievakje Faxservices en klik op Volgende. Als het selectievakje voor Faxservices al is geselecteerd, klik dan op Annuleren. U hoeft het faxonderdeel niet te installeren.

  6. Het faxonderdeel wordt geïnstalleerd. Als u gevraagd wordt om de cd met Microsoft Windows XP te plaatsen, klik dan op OK.

  7. Klik op Voltooien en klik vervolgens op Sluiten. Ga verder met het volgende onderdeel, de configuratie van de faxservice.

De faxservice configureren

  1. Klik achtereenvolgens op Start, Alle programma's, Bureau-accessoires, Communicatie, Fax en Faxconsole.

  2. De wizard Faxconfiguratie start. Klik op Volgende.

  3. Typ op de pagina Gegevens van de afzender de gegevens die u wilt weergeven op het faxvoorblad. U hoeft niet elk vakje in te vullen. Klik op Volgende.

  4. De wizard Faxconfiguratie beeldt de pagina Selecteer apparaten voor het verzenden of ontvangen van faxen af. Als u inkomende faxen wilt ontvangen, activeert u het selectievakje Ontvangst inschakelen. Als de telefoonaansluiting naar uw computer alleen bestemd is voor faxen, klikt u op Automatisch opnemen na. Als u inkomende faxen handmatig wilt beantwoorden, klikt u op Handmatig antwoorden. Klik op Volgende.

  5. Typ op de pagina Transmitting Subscriber Identification (TSID) de gegevens die u wilt gebruiken in het vak TSID. Deze bestaan meestal uit een faxnummer en de bedrijfsnaam of de naam van de afzender. Klik op Volgende.

  6. Typ op de pagina Called Subscriber Identification (CSID) de gewenste informatie in het vak CSID. De CSID die u invoert, wordt weergegeven op het versturende faxapparaat. Zo kunt u controleren of het faxbericht naar de juiste ontvanger wordt verzonden. De CSID is meestal identiek aan de TSID. Klik op Volgende.

  7. Geef op de pagina Routeringsopties aan of een fax automatisch moet worden afgedrukt. Als inkomende faxen niet automatisch worden afgedrukt, blijven ze beschikbaar in de Faxconsole. Activeer het selectievakje Afdrukken op als u wilt dat alle binnenkomende faxen automatisch worden afgedrukt. Klik op Volgende.

  8. Klik op de pagina De wizard Faxconfiguratie voltooien op Voltooien.

  9. De wizard Faxconfiguratie wordt afgesloten en er wordt een Windows-beveiligingswaarschuwing weergegeven. Klik, als hierom wordt gevraagd, op Blokkering opheffen.

    Uw computer is nu gereed om faxen te verzenden en te ontvangen. U kunt de Faxconsole gebruiken om inkomende en uitgaande faxen te bekijken of om faxen handmatig te ontvangen.

Een fax verzenden

  1. Open het document, de webpagina of de e-mail die u wilt faxen.

  2. Klik in het menu Bestand op Afdrukken.

  3. Klik in het dialoogvenster Afdrukken onder Printer selecteren op Fax en klik vervolgens op Afdrukken.

  4. Klik op de pagina De wizard Faxbericht verzenden op Volgende.

  5. Typ op de pagina Gegevens van de geadresseerde de naam van de geadresseerde in het vak Aan. Typ het faxnummer van de geadresseerde in het vak Faxnummer. Als u het faxbericht naar verschillende geadresseerden wilt verzenden, typt u de gegevens van de geadresseerden in de juiste vakken en klikt u op Toevoegen. De geadresseerde wordt weergegeven in de lijst en de vakken worden leeggemaakt zodat u aanvullende gegevens voor de geadresseerde kunt invoeren. Wanneer alle gewenste geadresseerden zijn toegevoegd, klikt u op Volgende.

  6. Op de pagina Voorbereiden van faxvoorblad activeert u het selectievakje Een faxvoorbladsjaboon met de volgende informatie selecteren. Selecteer het gewenste sjabloon in de lijst met Voorbladsjablonen. Typ de gewenste informatie in het vak Onderwerpregel en typ desgewenst informatie in het vak Notitie. Klik op Volgende.

  7. Klik op de pagina Schema op Volgende.

  8. Klik op de pagina De wizard Fax verzenden voltooien op Voltooien.

    Uw computer maakt automatisch verbinding met het faxapparaat op afstand en verzendt de fax inclusief het voorblad. Als het originele document een papieren document is, kunt u dit eerst scannen en vervolgens de gescande afbeelding faxen.

Binnengekomen faxen bekijken

  1. Klik achtereenvolgens op Start, Alle programma's, Bureau-accessoires, Communicatie, Fax en Faxconsole.

  2. Klik in de Faxconsole op Postvak IN. De ontvangen faxen worden afgebeeld in het rechterdeelvenster

Een fax handmatig ontvangen

  1. Klik achtereenvolgens op Start, Alle programma's, Bureau-accessoires, Communicatie, Fax en Faxconsole.

  2. Klik op Bestand en klik op Nu een fax ontvangen.

    De Faxmonitor wordt afgebeeld en wacht op de binnenkomende fax. Als de telefoon gaat, zal de Faxmonitor automatisch antwoorden, verbinding maken met het faxapparaat op afstand en de fax ontvangen. Als u de fax hebt ontvangen, kunt u de Faxmonitor open laten zodat meer faxen automatisch worden ontvangen of u kunt de Faxmonitor sluiten zodat faxen weer handmatig worden ontvangen.