Het gebruik van het toetsenbord vereenvoudigen


U kunt het toetsenbord gebruiken om de muis te besturen en het typen van bepaalde toetscombinaties te vereenvoudigen.

U kunt deze instellingen aanpassen op de pagina Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken in het Toegankelijkheidscentrum.

  1. Open de pagina Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken door achtereenvolgens te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start, Configuratiescherm, Toegankelijkheid, Toegankelijkheidscentrum en Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken.

  2. Selecteer de opties die u wilt gebruiken:

    • Muistoetsen inschakelen. Met deze optie stelt u in dat Muistoetsen wordt uitgevoerd wanneer u zich aanmeldt bij Windows. U kunt dan de aanwijzer verplaatsen met de pijltoetsen op het toetsenbord of het numerieke toetsenblok in plaats van met de muis.

    • Plaktoetsen inschakelen. Met deze optie stelt u in dat Plaktoetsen wordt uitgevoerd wanneer u zich aanmeldt bij Windows. In plaats van dat u drie toetsen tegelijk moet indrukken (bijvoorbeeld wanneer u de toetsen Ctrl, Alt en Delete tegelijk indrukt om u aan te melden bij Windows), hoeft u slechts één toets te gebruiken door Plaktoetsen in te schakelen en de instellingen aan te passen. Op deze manier kunt u op een wijzigingstoets drukken, die actief blijft totdat u op een andere toets drukt.

    • Wisseltoetsen inschakelen. Met deze optie stelt u in dat Wisseltoetsen wordt uitgevoerd wanneer u zich aanmeldt bij Windows. Met Wisseltoetsen kan een signaal worden afgespeeld wanneer u op Caps Lock, Num Lock of Scroll Lock drukt. Door deze signalen hebt u er geen last van als u onbedoeld op een toets drukt.

    • Filtertoetsen inschakelen. Met deze optie stelt u in dat Filtertoetsen wordt uitgevoerd wanneer u zich aanmeldt bij Windows. U kunt in Windows instellen dat toetsaanslagen die snel na elkaar worden uitgevoerd of toetsen die onbedoeld enkele seconden lang worden ingedrukt, worden genegeerd.

    • Toetsenbordsneltoetsen en toegangstoetsen onderstrepen. Met deze optie worden de toegangstoetsen voor de besturingselementen in dialoogvensters gemarkeerd, zodat het gebruik van het toetsenbord in dialoogvensters wordt vereenvoudigd. Zie Sneltoetsen voor meer informatie over sneltoetsen.

    • Voorkomen dat vensters automatisch worden gerangschikt wanneer ze aan de rand van het scherm worden geplaatst. Met deze optie voorkomt u dat het formaat van vensters automatisch wordt aangepast en de vensters automatisch aan de rand van het scherm worden geplaatst wanneer u ze daarheen verplaatst.



Meer hulp nodig?