Voordat u begint: Zie De benodigdheden voor het instellen van een thuisnetwerk voor beslissingen over het type netwerk dat u wilt instellen of informatie over de benodigde hardware en kabels. Het desbetreffende onderwerp bevat informatie over de verschillende typen netwerken (ook wel netwerktechnologieën genoemd) en over de hardwarevereisten voor de afzonderlijke typen. Zie Start hier als u een netwerk wilt instellen in Windows 7 voor een volledig overzicht voor het instellen van een netwerk.

Als u weet welk type netwerk u wilt en u over de vereiste hardware beschikt, moet u mogelijk vier stappen volgen:

  1. De benodigde hardware installeren

  2. Een internetverbinding instellen (optioneel)

  3. Een verbinding tot stand brengen tussen de computers

  4. De wizard Een netwerk opzetten uitvoeren (alleen voor draadloze netwerken).

Elk van deze stappen wordt verderop in dit artikel uitgebreid besproken.

Begin met het instellen van slechts één computer om te kijken of het netwerk goed werkt, voordat u verdere computers of apparaten toevoegt.

Opmerking

  • De informatie in dit artikel is speciaal bedoeld voor gebruikers die over een breedbandverbinding beschikken (meestal een DSL-, kabel- of FiOS-verbinding (Fiber Optic Service)) in plaats van een inbelverbinding. Er is echter geen internetverbinding vereist om een netwerk op te zetten.

De hardware installeren

Installeer netwerkadapters in alle computer die dat nodig hebben of sluit ze aan op de computer. (Volg de installatie-instructies in de documentatie die bij de afzonderlijke netwerkadapters is geleverd.)

Een internetverbinding instellen of controleren (optioneel)

U hoeft als u een netwerk wilt configureren niet over een internetverbinding te beschikken. Het merendeel van de gebruikers geeft er echter de voorkeur aan om het netwerk te gebruiken voor het delen van een internetverbinding. Als u een internetverbinding wilt instellen, moet u over een kabel- of een DSL-modem en een account bij een internetprovider beschikken. Zie Wat heb ik nodig om verbinding te maken met internet? voor meer informatie

Als u reeds over een internetverbinding beschikt, moet u controleren of deze correct werkt. Open hiertoe uw webbrowser en ga naar een website die u normaal gesproken niet bezoekt. (Als u naar een website gaat die u regelmatig bezoekt, zijn de desbetreffende webpagina's mogelijk reeds op uw computer opgeslagen, zodat deze zelfs wanneer er een probleem met de verbinding is toch correct worden weergegeven.) De verbinding werkt correct als de desbetreffende website wordt geopend en als er geen foutberichten worden weergegeven.

Een internetverbinding delen

U kunt één internetverbinding delen tussen twee of meer netwerkcomputers. Hiervoor kunt u een speciaal apparaat gebruiken dat zich bevindt tussen de internetverbinding en uw computer of u kunt ICS (Internet Connection Sharing) instellen. Uw internetprovider brengt mogelijk extra kosten in rekening voor meervoudige internetverbindingen. Informeer hiernaar bij uw internetprovider.

Een speciaal apparaat gebruiken U kunt een router of een combinatie van een router en een modem gebruiken om een internetverbinding te delen. Als u een router gebruikt, sluit u deze aan op de modem en op de computer met de internetverbinding of u brengt een verbinding tussen de modem en de router en de computer en de router tot stand en vervolgens controleert u wederom uw internetverbinding. Zie de documentatie bij de router voor instructies over het aansluiten van het apparaat of het tot stand brengen van verbindingen. Als u gebruikmaakt van een router met een modem sluit u deze aan op een computer. Zie de documentatie bij het apparaat voor gedetailleerde instructies.

Opmerking

  • De router met modem moet zijn ingeschakeld als u vanaf een van de computers in uw netwerk een internetverbinding tot stand wilt brengen.

Het delen van een internetverbinding instellen Als u een internetverbinding wilt delen zonder een router te gebruiken, kunt u ICS instellen op de computer die is aangesloten op de modem. De desbetreffende computer moet zijn uitgerust met twee netwerkadapters: een netwerkadapter voor de verbinding met de modem en een netwerkadapter voor een verbinding met een andere computer.

Een verbinding tussen de computers tot stand brengen

Er zijn verscheidene manieren waarop u een verbinding tussen computers tot stand kunt brengen. Op welke wijze deze verbinding wordt geconfigureerd, is afhankelijk van het type netwerkadapters, de modem en de internetverbinding. Een andere factor van belang is of de internetverbinding tussen alle computers op het netwerk moet worden gedeeld. In de volgende secties wordt een aantal verbindingsmethoden kort beschreven.

Alles weergeven

Ethernet-netwerken

U hebt een hub, switch of router nodig om een verbinding tot stand te brengen tussen computers die gebruikmaken van een Ethernet-verbinding. (Zie Wat is het verschil tussen hubs, switches, routers en toegangspunten? voor informatie over elk type hardware)

Als u een internetverbinding wilt delen, moet u gebruikmaken van een router. Breng een verbinding tot stand tussen de router en de computer waarop de modem is aangesloten (als u dat nog niet hebt gedaan).

Afbeelding van een Ethernet-netwerk met een bekabelde router en een gedeelde internetverbinding
Een Ethernet-netwerk met een bekabelde router en een gedeelde internetverbinding

Als uw huis of kantoor is bekabeld voor een Ethernet-netwerk, plaatst u de computers in vertrekken die zijn voorzien van aansluitpunten voor Ethernet. Sluit de computers rechtstreeks op deze aansluitpunten aan.

Afbeelding van een Ethernet-netwerk in een huis met ingebouwde Ethernet-kabels
Een Ethernet-netwerk via ingebouwde Ethernet-kabels

Draadloze netwerken

Voor draadloze netwerken voert u de wizard Een netwerk opzetten (zie hieronder) uit op de computer die met de router is verbonden. De wizard begeleidt u stapsgewijs door de procedure voor het aan het netwerk toevoegen van andere computers en apparaten.

Afbeelding van een draadloos netwerk met een gedeelde internetverbinding
Een draadloos netwerk met een gedeelde internetverbinding

HomePNA-netwerken

Als u een HomeHPNA-netwerk wilt opzetten, moeten de afzonderlijke computers zijn uitgerust met een HomeHPNA-netwerkadapter (meestal extern) en elk vertrek waarin de computers staan, moet zijn voorzien van een aansluitpunt voor een telefoon. Volg de instructies die zijn verstrekt bij de HomePNA-adapters.

Powerline-netwerken

Als u een Powerline-netwerk wilt opzetten, moeten de afzonderlijke computers zijn uitgerust met een Powerline-netwerkadapter (meestal extern) en in elk vertrek waarin de computers staan, moet een stopcontact zijn. Volg de instructies die zijn verstrekt bij de Powerline-adapters.

Schakel alle computers en apparaten (zoals printers) in die u in uw netwerk wilt opnemen. Als uw netwerk bekabeld is (Ethernet, HomePNA of Powerline), moet dit zijn opgezet en klaar zijn voor gebruik. Het is raadzaam om uw netwerk te testen (zie hieronder), zodat u kunt controleren of alle computers en apparaten op de juiste wijze zijn verbonden.

De wizard Een netwerk opzetten uitvoeren

Als uw netwerk bekabeld is, krijgt u direct verbinding zodra u de Ethernet-kabels aansluit. Als uw netwerk een draadloos netwerk is, voert u de wizard Een netwerk opzetten uit op de computer die met de router is verbonden.

  • Open Een netwerk opzetten door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm. Typ netwerk in het zoekvak en klik achtereenvolgens op Netwerkcentrum, Een nieuwe verbinding of een nieuw netwerk instellen en Een nieuw netwerk instellen.

    De wizard begeleidt u stapsgewijs door de procedure voor het aan het netwerk toevoegen van andere computers en apparaten. Zie Een apparaat of computer aan een netwerk toevoegen voor meer informatie.

Delen inschakelen op uw netwerk

Als u bestanden en printers op uw netwerk wilt delen, moet u ervoor zorgen dat uw type netwerklocatie is ingesteld op Thuis of Werk en dat netwerkdetectie en bestandsdeling zijn ingeschakeld. Zie Een netwerklocatie kiezen en Netwerkdetectie in- of uitschakelen voor meer informatie.

Uw netwerk testen

Het is raadzaam om uw netwerk te testen, zodat u kunt controleren of alle computers en apparaten op de juiste wijze zijn verbonden en correct werken. Voer op de afzonderlijke computers de volgende procedure uit, zodat u uw netwerk kunt testen:

  • Klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start, klik op uw gebruikersnaam en klik vervolgens in het linkerdeelvenster op Netwerk.

Als het goed is, worden er voor de huidige computer en voor alle andere computers en gedeelde printers op het netwerk afzonderlijke pictogrammen weergegeven.

Opmerking

  • Als u geen pictogrammen ziet in de map Netwerk, zijn netwerkdetectie en bestandsdeling mogelijk niet ingeschakeld. Zie Netwerkdetectie in- of uitschakelen voor meer informatie.

  • Het kan enkele minuten duren voordat computers waarop een eerdere versie van Windows wordt uitgevoerd, worden weergegeven in de map Netwerk.

TCP/IP-instellingen wijzigen

Zie TCP/IP-instellingen wijzigen als u TCP/IP-instellingen voor uw netwerk wilt wijzigen.

Een verbinding tot stand brengen tussen de laptop van uw werk en uw thuisnetwerk

Zie Schakelen tussen uw thuisnetwerk en het bedrijfsnetwerk voor informatie over het thuis gebruiken van uw werklaptop.