Het toetsenbord voorziet in de belangrijkste methode om informatie in uw computer in te voeren, dat geldt zowel als u een brief schrijft als wanneer u numerieke gegevens invoert. U kunt uw toetsenbord echter ook gebruiken om uw computer te bedienen. U kunt met behulp van een aantal eenvoudige toetsenbordopdrachten (instructies voor uw computer) doeltreffender te werken. In dit artikel wordt in gegaan op de grondbeginselen van toetsenbordbewerkingen en op toetsenbordopdrachten.

De wijze waarop de toetsen zijn ingedeeld

De toetsen op het toetsenbord kunnen op basis van hun functie in verschillende groepen worden ingedeeld:

  • Tekentoetsen (alfanumerieke toetsen). Deze toetsen omvatten dezelfde letter-, cijfer-, interpunctie- en symbooltoetsen als die welke u op een traditionele typemachine aantreft.

  • Bedieningstoetsen. Deze toetsen worden alleen of in combinatie met andere toetsen gebruikt om bepaalde acties uit te voeren. De meestgebruikte bedieningstoetsen zijn Ctrl, Alt, de Windows-logotoets Afbeelding van het Windows-logo en Esc.
  • Functietoetsen. De functietoetsen worden gebruikt voor het uitvoeren van specifieke taken. Deze toetsen zijn voorzien van het label F1, F2, F3, enzovoort tot en met F12. De functionaliteit van deze toetsen verschilt van programma tot programma.

  • Navigatietoetsen. Deze toetsen worden gebruikt voor het navigeren in documenten en op webpagina's en voor het bewerken van tekst. Deze toetsen omvatten de toetsen Home, End, Page Up, Page Down, Delete en Insert.

  • Het numerieke toetsenblok. Het numerieke toetsenblok is nuttig als u snel cijfers wilt invoeren. De toetsen zijn in een blok gegroepeerd, zoals dat ook het geval is op een conventionele rekenmachine of een telmachine.

In de volgende afbeelding is weergegeven op welke wijze deze toetsen op een standaardtoetsenbord zijn ingedeeld. De indeling van uw toetsenbord kan anders zijn.

Afbeelding van de verschillende soorten toetsen van een toetsenbord
De wijze waarop de toetsen op het toetsenbord zijn ingedeeld

Tekst typen

Als u iets moet typen in een programma, een e-mailbericht of een tekstvak, ziet u een knipperende verticale streep (Afbeelding van de cursor). Deze verticale lijn is de cursor en wordt ook wel het invoegpunt genoemd. De cursor geeft de locatie aan waarop de tekst zal beginnen. U kunt de cursor verplaatsen door met de muis op de gewenste locatie te klikken of door de navigatietoetsen te gebruiken (zie de sectie Navigatietoetsen gebruiken verderop in dit artikel).

Naast de letters, cijfers, interpunctietekens en symbolen omvatten de tekentoetsen eveneens de toetsen Shift, Caps Lock, Tab, Enter, de spatiebalk en Backspace.

Toetsnaam
Gebruikswijze

Shift

Druk de toets Shift gelijktijdig in met een letter als u een hoofdletter wilt typen. Druk de toets Shift gelijktijdig in met een andere toets als u het symbool wilt typen dat op het bovenste gedeelte van de desbetreffende toets wordt weergegeven.

Caps Lock

Druk één keer op de toets Caps Lock als u alle letters als hoofdletter wilt typen. Druk opnieuw op de toets Caps Lock als u deze functie wilt uitschakelen. Het is mogelijk dat uw toetsenbord van een lampje is voorzien dat aangeeft of de toets Caps Lock wel of niet is ingeschakeld.

Tab

Druk op Tab als u de cursor verscheidene spaties vooruit wilt verplaatsen. U kunt eveneens op Tab drukken als u de cursor naar het volgende tekstvak op een formulier wilt verplaatsen.

Enter

Druk op de toets Enter als u de cursor naar het begin van de volgende regel wilt verplaatsen. Als u in een dialoogvenster op de toets Enter drukt, wordt de gemarkeerde knop geselecteerd.

Spatiebalk

Druk op de spatiebalk als u de cursor één spatie vooruit wilt verplaatsen.

Backspace

Druk op de toets Backspace als u het teken voor de cursor of de geselecteerde tekst wilt verwijderen.

Sneltoetsen gebruiken

Sneltoetsen stellen u in staat om acties uit te voeren met uw toetsenbord. Sneltoetsen worden sneltoetsen genoemd omdat deze u in staat stellen om sneller te werken. U kunt bijna elke actie of opdracht die u met de muis kunt uitvoeren sneller uitvoeren wanneer u één of meer toetsen op uw toetsenbord gebruikt.

Als er in Help-onderwerpen een plusteken (+) tussen twee of meer toetsen wordt weergegeven, houdt dat in dat deze toetsen in combinatie met elkaar moeten worden ingedrukt. Ctrl+A houdt bijvoorbeeld in dat u de toets Ctrl moet indrukken en dat u deze toets ingedrukt moet houden terwijl u vervolgens op de toets A drukt. Ctrl+Shift+A houdt in dat u de toetsen Ctrl en Shift moet in drukken en dat u deze toetsen ingedrukt moet houden terwijl u vervolgens op de toets A drukt.

De sneltoetsen in een programma zoeken

In de meeste programma's kunt u bewerkingen uitvoeren met het toetsenbord. Als u wilt weten welke opdrachten van sneltoetsen zijn voorzien, opent u een menu. De sneltoetsen worden (indien deze aanwezig zijn) naast de menu-items weergegeven.

Afbeelding van het menu Bewerken in Kladblok met sneltoetsen naast de menuopdrachten
Sneltoetsen worden naast menu-items weergegeven.

Menu's, opdrachten en opties kiezen

U kunt met uw toetsenbord menu's openen en opdrachten en andere opties kiezen. In een programma dat menu's met onderstreepte letters bevat, drukt u op Alt en een onderstreepte letter om het desbetreffende menu te openen. Druk op de onderstreepte letter in een menu-item als u de desbetreffende opdracht wilt kiezen. In programma's waarin het lint wordt gebruikt, zoals Paint en WordPad, worden de letters waarop u kunt drukken weergegeven (in plaats van onderstreept) als u op Alt drukt.

Afbeelding van het menu van Paint met onderstreepte letters in menuopdrachten
Druk op Alt+B als u het menu Bestand wilt openen en druk vervolgens op D als u de opdracht Afdrukken wilt uitvoeren.

Dit geldt tevens voor dialoogvensters. Telkens als er in de tekst van een optie in een dialoogvenster een onderstreepte letter wordt weergegeven, houdt dat in dat u de toets Alt en de desbetreffende letter gelijktijdig kunt indrukken als u de deze optie wilt kiezen.

Nuttige snelkoppelingen

In de volgende tabel wordt een aantal bijzonder nuttige snelkoppelingen weergegeven. Zie Sneltoetsen voor een uitgebreide lijst.

Toetscombinatie
Bewerking
Windows -logotoets Afbeelding van de toets met het Windows-logo

Het menu Start openen

Alt+Tab

Schakelen tussen open programma's of vensters

Alt+F4

Het actieve item sluiten of het actieve programma afsluiten

Ctrl+S

Het huidige bestand of document opslaan (dit geldt voor het merendeel van de programma's)

Ctrl+C

Het geselecteerde item kopiëren

Ctrl+X

Het geselecteerde item knippen

Ctrl+V

Het geselecteerde item plakken

Ctrl+Z

Een actie ongedaan maken

Ctrl+A

Alle items in een document of venster selecteren

F1

De Help voor een programma of voor Windows weergeven

Windows-logotoets Afbeelding van de toets met het Windows-logo +F1

Windows Help en ondersteuning weergeven

Esc

De huidige taak annuleren

Toepassingstoets Afbeelding van de toepassingstoets

Een menu met opdrachten openen die betrekking hebben op een selectie in een programma. Het resultaat is hetzelfde als wanneer u met de rechtermuisknop op de selectie klikt.

Navigatietoetsen gebruiken

De navigatietoetsen stellen u in staat om de cursor te verplaatsen, om te navigeren in documenten en op webpagina's en om tekst te bewerken. In de volgende tabel wordt een aantal gebruikelijke functies van deze toetsen beschreven.

Toetscombinatie
Voor dit resultaat

Pijl-links, Pijl-rechts, Pijl-omhoog of Pijl-omlaag

De cursor of de selectie één spatie of regel verplaatsen in de richting van de pijl of een webpagina verschuiven in de richting van de pijl

Home

De cursor verplaatsen naar het begin van een regel of naar het begin van een webpagina

End

De cursor verplaatsen naar het einde van een regel of naar het einde van een webpagina

Ctrl+Home

De cursor verplaatsen naar het begin van een document

Ctrl+End

De cursor verplaatsen naar het einde van een document

Page Up

De cursor of pagina één scherm omhoog verplaatsen

Page Down

De cursor of pagina een scherm omlaag verplaatsen

Verwijderen

Het teken na de cursor of de geselecteerde tekst verwijderen. In Windows: het geselecteerde item verwijderen en verplaatsen naar de Prullenbak.

Invoegen

De invoegmodus inschakelen of uitschakelen. Als de invoegmodus is ingeschakeld, wordt de tekst die u typt bij de cursor ingevoegd. Als de invoegmodus is uitgeschakeld, vervangt de tekst die u typt de bestaande tekens.

Het numerieke toetsenblok gebruiken

Het numerieke toetsenblok bevat de cijfers 0 tot en met 9, de rekenkundige operators + (optellen), - (aftrekken), * (vermenigvuldigen) en / (delen) en het decimaalteken. Deze items zijn ingedeeld, zoals deze worden weergegeven op een rekenmachine of een telmachine. Deze tekens komen ook elders op het toetsenbord voor. Doordat deze tekens op het numerieke toetsenblok zijn bijeengebracht kunt u numerieke gegevens echter sneller invoeren en wordt u in staat gesteld om mathematische bewerkingen met één hand uit te voeren.

Afbeelding van een numeriek toetsenblok
Het numerieke toetsenblok

Druk op de toets Num Lock als u cijfers wilt invoeren met het numerieke toetsenblok. De meeste toetsenborden zijn voorzien van een lampje dat aangeeft of de toets Num Lock is ingeschakeld of uitgeschakeld. Als de toets Num Lock is uitgeschakeld, fungeert het numerieke toetsenblok als een tweede set navigatietoetsen (de desbetreffende functies zijn afgebeeld naast de cijfers of symbolen op de toetsen).

U kunt het numerieke toetsenblok gebruiken als u eenvoudige berekeningen met het programma Rekenmachine wilt uitvoeren.

U kunt het programma Rekenmachine bedienen met het numerieke toetsenblok

  1. Open Rekenmachine door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start. Typ Rekenmachine in het zoekvak en klik vervolgens in de lijst met resultaten op Rekenmachine.

  2. Controleer het lampje op het toetsenbord en ga na of de toets Num Lock is ingeschakeld. Als dat niet het geval is, drukt u op de toets Num Lock.

  3. Typ vervolgens met het numerieke toetsenblok het eerste getal van de berekening.

  4. Druk op het toetsenblok op de toets + als u wilt optellen, op de toets - als u wilt aftrekken, op de toets * als u wilt vermenigvuldigen of op de toets / als u wilt delen.

  5. Typ het volgende getal in de berekening.

  6. Druk op de toets Enter om de berekening te voltooien.

Drie ongewone toetsen

Tot nu toe is nagenoeg elke toets die u naar alle waarschijnlijkheid zult gebruiken, besproken. Er zijn echter drie mysterieuze toetsen op het toetsenbord die nog niet zijn besproken: PrtScn, Scroll Lock en Pause/Break.

PrtScn (of Print Screen)

In het verleden kon deze toets worden gebruikt om de huidige tekst op het scherm naar de printer te sturen. Als u tegenwoordig op de toets Print Screen drukt, wordt er een afbeelding van het gehele scherm (een zogeheten schermopname) gemaakt. Deze afbeelding wordt daarbij naar het Klembord gekopieerd. Vervolgens kunt u deze afbeelding in Microsoft Paint of een ander programma plakken (Ctrl+V), waarna u de desbetreffende afbeelding kunt afdrukken als u dat wilt.

Een nog eigenaardigere toets is Sys-Rq, die op sommige toetsenborden op dezelfde toets staat als Print Screen. Deze toets is ooit ontworpen voor het uitvoeren van een systeemverzoek. Deze opdracht is in Windows echter niet ingeschakeld.

Zie Een schermopname maken (met print screen) voor meer informatie over de toets Print Screen.

Tip

  • Druk op Alt+PrtScn als u een schermafdruk van het actieve venster wilt maken in plaats van een schermafdruk van het volledige scherm.

ScrLk (of Scroll Lock)

Het indrukken van de toets Scroll Lock leidt in de meeste programma's tot geen enkel resultaat. Bij bepaalde programma's wordt het gedrag van de pijltoetsen en de toetsen Page Up en Page Down gewijzigd als u op Scroll Lock drukt. Als u deze toets indrukt, schuift het document voorbij zonder dat de positie van de cursor of de selectie dan verandert. Het is mogelijk dat uw toetsenbord van een lampje is voorzien dat aangeeft of de toets Scroll Lock wel of niet is ingeschakeld.

Pause/Break

Deze toets wordt zelden of nooit gebruikt. In sommige oudere programma's leidt het indrukken van deze toets ertoe dat het programma wordt gepauzeerd of dat het programma wordt afgesloten wanneer deze toets tegelijk met de toets Ctrl wordt ingedrukt.

Andere toetsen

Sommige moderne toetsenborden zijn uitgerust met speciale sneltoetsen of knoppen die u via één toetsaanslag toegang bieden tot programma's, bestanden of opdrachten. Daarnaast bestaan er modellen die zijn voorzien van bedieningselementen voor het volume en van bladerwieltjes, zoomwieltjes en andere snufjes. Raadpleeg voor meer informatie over dergelijke voorzieningen de documentatie die bij uw toetsenbord of computer is geleverd of bezoek de website van de fabrikant van het desbetreffende toetsenbord.

Tips voor een veilig gebruik van uw toetsenbord

Een correct gebruik van uw toetsenbord kan ertoe bijdragen dat pijn of letsel aan polsen, handen en armen wordt voorkomen. Dat geldt in het bijzonder in gevallen waarin de computer langdurig wordt gebruikt. Hierna volgt een aantal tips dat u kan helpen om dergelijke problemen te vermijden:

  • Plaats uw toetsenbord op ellebooghoogte. Uw bovenarmen moet daarbij ontspannen naast uw lichaam hangen.

  • Plaats uw toetsenbord recht voor u. Als uw toetsenbord van een numeriek toetsenblok is voorzien, kunt u de spatiebalk als middenpunt nemen.

  • Zorg ervoor dat tijdens het typen uw handen en polsen boven het toetsenbord zweven, zodat u uw volledige arm kunt gebruiken in plaats van dat u alleen uw vingers strekt wanneer u verder gelegen toetsen wilt bereiken.

  • Voorkom dat uw palmen of polsen tijdens het typen op een oppervlak rusten. Als uw toetsenbord van een palmsteun is voorzien, dient u deze alleen tijdens onderbrekingen in het typen te gebruiken.

  • Zorg ervoor dat u tijdens het typen een lichte aanslag hanteert en dat uw polsen recht blijven.

  • Ontspan uw armen en handen gedurende de momenten waarop u niet typt.

  • Onderbreek uw computergebruik om de 15 tot 20 minuten voor een korte pauze.

Zie Onderdelen van een computer voor meer informatie over andere onderdelen van een computer.