Als de computer over onvoldoende RAM (Random Access Memory) beschikt om een programma of bewerking uit te voeren, wordt in Windows ter compensatie virtueel geheugen gebruikt. Bepalen hoeveel RAM-geheugen op de computer is geïnstalleerdBepalen hoeveel RAM-geheugen op de computer is geïnstalleerd.

Bij virtueel geheugen wordt het RAM van de computer gecombineerd met een tijdelijke ruimte op de harde schijf. Wanneer er onvoldoende RAM beschikbaar is, worden gegevens vanuit het RAM verplaatst naar een ruimte, het zogenaamde wisselbestand. Door gegevens van en naar het wisselbestand te verplaatsen komt RAM beschikbaar voor bewerkingen die de computer nog moet uitvoeren.

Hoe meer RAM op de computer is geïnstalleerd, des te sneller worden programma's in het algemeen uitgevoerd. Als de computerprestaties afnemen door onvoldoende RAM, zou u ertoe kunnen zijn geneigd om ter compensatie het virtuele geheugen te uit te breiden. Gegevens kunnen echter sneller uit het RAM dan vanaf een harde schijf worden gelezen, dus het is een betere oplossing om RAM toe te voegen.

Virtueel geheugen en foutmeldingen

Als er foutmeldingen wegens onvoldoende virtueel geheugen worden weergegeven, moet u meer RAM toevoegen of het wisselbestand vergroten zodat u de programma's op de computer kunt uitvoeren. In Windows wordt de grootte meestal automatisch beheerd, maar u kunt de grootte van het virtuele geheugen handmatig wijzigen als de standaardgrootte onvoldoende is voor uw wensen. Zie De grootte van het virtuele geheugen wijzigen voor meer informatie.