Toegang krijgen tot bestanden en printers op andere thuisgroepcomputers

Voordat u toegang kunt krijgen tot bestanden of een printer op een andere computer, moet u die computer aan uw thuisgroep toevoegen. Computers die tot uw thuisgroep behoren, worden in Windows Verkenner weergegeven. Zie Computers toevoegen aan een thuisgroep voor meer informatie over het toevoegen van computers aan uw thuisgroep.

Toegang tot bestanden en mappen

Bekijk deze video om te leren hoe u toegang krijgt tot bestanden en mappen op andere thuisgroepcomputers (0:43)

Toegang krijgen tot bestanden of mappen op andere thuisgroepcomputers

  1. Klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start en klik vervolgens op uw gebruikersnaam.
  2. Klik in het navigatievenster (het linkerdeelvenster) onder Thuisgroep op de gebruikersaccountnaam van de persoon tot wiens bestanden u toegang wilt.

  3. Dubbelklik in de lijst met bestanden op de bibliotheek waartoe u toegang wilt. Dubbelklik vervolgens op het gewenste bestand of de gewenste map.

Opmerkingen   

  • Computers die zijn uitgeschakeld of in de sluimer- of slaapstand staan, worden niet in het navigatievenster weergegeven.

  • Als u thuisgroepbestanden of -mappen offline beschikbaar hebt gemaakt en vervolgens de verbinding met het netwerk verbreekt, zijn de bestanden of mappen niet meer zichtbaar in het venster Bibliotheken. Open de map Netwerk om deze bestanden of mappen te vinden.

Een gedeelde map opnemen in een bibliotheek

Voor snelle toegang kunt u een gedeelde map van de computer van een ander thuisgroeplid opnemen in uw eigen bibliotheek.

Bekijk deze video om te leren hoe u een gedeelde map in een bibliotheek opneemt (1:24)

Een gedeelde map opnemen in een bibliotheek

  • Klik op de computer van het andere thuisgroeplid met de rechtermuisknop op de map en klik op Delen met en selecteer Thuisgroep (Lezen) of Thuisgroep (Lezen/schrijven).

  1. Klik op uw eigen computer op de knop StartAfbeelding van de knop Start en klik op uw gebruikersnaam.
  2. Klik in het navigatievenster (linkerdeelvenster) onder Thuisgroep op de computer waartoe u toegang wilt.

  3. Klik in het rechterdeelvenster met de rechtermuisknop op de map die u wilt opnemen in uw bibliotheek.

  4. Wanneer u de muisknop loslaat, verschijnt een menu. Klik op In bibliotheek opnemen.

verbinding maken met thuisgroepprinters

Bekijk deze video om te leren hoe u verbinding maakt met een thuisgroepprinter (2:01)

Automatisch verbinding maken met een thuisgroepprinter

U kunt een printer op drie verschillende manieren verbinden met een thuisgroepprinter: automatisch, semi-automatisch of handmatig. Dit is afhankelijk van het type printer dat u hebt. U hoeft niets te doen als u automatisch verbinding kunt maken. De printer staat in de lijst Apparaten en printers nadat u lid bent geworden van de thuisgroep. Voer de volgende stappen uit om te controleren of er verbinding is:

  • Klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start en klik vervolgens op Apparaten en printers. Als de printer in de lijst voorkomt, hoeft u verder niets te doen en is de printer klaar voor gebruik.

Semi-automatisch verbinding maken met een thuisgroepprinter

  • Als de printer niet in de lijst Apparaten en printers staat, maar er wel een bericht 'Er is een thuisgroepprinter gevonden' verschijnt, klikt u op dat bericht. Hierdoor wordt de printer geïnstalleerd.

Handmatig verbinding maken met een thuisgroepprinter

Als het bericht 'Er is een thuisgroepprinter gevonden' niet verschijnt, kunt u wel handmatig verbinding maken door de volgende stappen uit te voeren:

  1. Klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start, klik op Configuratiescherm, typ thuisgroep in het zoekvak en klik vervolgens op HomeGroup op de computer waarop de printer fysiek is aangesloten.
  2. Zorg ervoor dat het selectievakje Printers is ingeschakeld.

  3. Ga naar de computer waarvan u wilt afdrukken.

  4. Open Thuisgroep door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start en Configuratiescherm, thuisgroep te typen in het zoekvak en op Thuisgroep te klikken.

  5. Klik op Printer installeren.

  6. Als u nog geen stuurprogramma voor de printer hebt geïnstalleerd, klikt u op de desbetreffende knop in het dialoogvenster dat verschijnt.

Opmerking

  • Als de printer is geïnstalleerd, kunt u in elk willekeurig programma toegang krijgen tot de printer via het dialoogvenster Afdrukken, net als bij een printer die rechtstreeks op uw computer is aangesloten. De computer waarop de printer is aangesloten, moet worden ingeschakeld om de printer te kunnen gebruiken.