Beheer van kleurinstellingen wijzigen

Kleurbeheersystemen zorgen ervoor dat kleurinhoud overal zo nauwkeurig mogelijk wordt weergegeven, ook op apparaten als beeldschermen en printers.

Afbeelding van een beeldscherm, een printer en een kleurenwiel in het midden
Kleurbeheersystemen helpen ervoor te zorgen dat kleuren identiek worden weergegeven op verschillende apparaten

Verschillende typen apparaten hebben verschillende kleureigenschappen en -voorzieningen. Beeldschermen kunnen bijvoorbeeld niet dezelfde reeks kleuren weergeven als een printer kan afdrukken. Dit komt doordat apparaten verschillende processen gebruik om kleurinhoud samen te stellen. Scanners en digitale camera's hebben ook andere kleureigenschappen. Zelfs verschillende programma's interpreteren en verwerken kleuren soms anders. Zonder een consistent kleurbeheersysteem kan dezelfde afbeelding er anders uitzien op elk van deze apparaten.

De kleurweergave is ook afhankelijk van de weergaveomstandigheden (bijvoorbeeld omgevingslicht). Het menselijke oog past zich, ook voor eenzelfde afbeelding, immers aan verschillende lichtomstandigheden aan. Kleurbeheersystemen zorgen ervoor dat een aanvaardbare kleurweergave wordt behouden op apparaten met verschillende kleurvoorzieningen en in verschillende weergaveomstandigheden.

Wanneer moet u kleurbeheerinstellingen wijzigen?

In principe moet u kleurbeheerinstellingen niet al te vaak wijzigen. Gewoonlijk zijn de standaardinstellingen voldoende afgestemd. Pas kleurbeheerinstellingen alleen aan als u specifieke kleurbeheerbehoeften hebt waaraan de huidige kleurinstellingen niet voldoen. Deze opties zijn vooral bedoeld voor professionele gebruikers.

In de volgende gevallen kunt u overwegen om de kleurinstellingen te wijzigen:

  • Een kleurprofiel toevoegen of verwijderen.

  • Een of meer kleurprofielen koppelen aan een van uw apparaten.

  • Het standaardkleurprofiel van een van uw apparaten wijzigen.

  • De standaardkleurinstellingen van het systeem wijzigen voor een specifiek apparaat voor alle gebruikers van de computer.

  • De standaardrendermethode of de standaardkleurruimte wijzigen.

Wat is een kleurprofiel?

Een kleurprofiel is een bestand waarin de kleureigenschappen van een specifiek apparaat worden beschreven terwijl het in een bepaalde staat verkeert. Een profiel kan ook extra informatie bevatten die weergaveomstandigheden of Gamut-koppelingen definieert. Kleurprofielen werken samen met het kleurbeheersysteem van de computer en zorgen ervoor dat kleurinhoud op een acceptabele manier wordt gegenereerd, ongeacht het apparaat of de weergaveomstandigheden.

Kleurbeheersystemen gebruiken kleurprofielen om kleurentransformaties te maken. Dit zijn kleurconversies tussen de kleurruimten van verschillende apparaten. (Een kleurruimte is een driedimensionaal model waarin de tint, de waarde en de chroma van kleuren in een diagram worden weergegeven om de weergavemogelijkheden van een apparaat aan te geven.) Wanneer er een nieuw apparaat wordt toegevoegd aan de computer, wordt mogelijk automatisch een kleurprofiel voor dat apparaat geïnstalleerd.

Er bestaan twee hoofdtypen van kleurprofielen die Windows blijft ondersteunen: Windows Color System (WCS) en International Color Consortium (ICC) kleurprofielen. Hiermee beschikt u over de ruimste keuzemogelijkheden voor het aanpassen van kleurbeheeropties en kleurwerkstromen. WCS is een geavanceerd kleurbeheersysteem en is opgenomen in recente versies van Windows. WCS, dat op profielen gebaseerd ICC-kleurbeheer ondersteunt, biedt geavanceerde voorzieningen die niet zijn opgenomen in bestaande ICC-kleurbeheersystemen.

Een kleurprofiel toevoegen voor een apparaat

Kleurprofielen worden gewoonlijk automatisch toegevoegd tijdens de installatie van nieuwe kleurapparaten. Kleurprofielen kunnen ook worden toegevoegd door kleurbeheerprogramma's, zoals kalibratieapparaten voor beeldschermen. Kleurprofielen voor uw apparaten zijn vaak al op de computer geïnstalleerd. Als u toch een nieuw kleurprofiel wilt installeren, gaat u als volgt te werk:

  1. Open Kleurbeheer door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm. Typ kleurbeheer in het zoekvak en klik vervolgens op Kleurbeheer.

  2. Klik op het tabblad Alle profielen en klik vervolgens op Toevoegen.

  3. Selecteer het nieuwe kleurprofiel en klik op Toevoegen.

  4. Klik op Sluiten.

Kleurprofielen aan een apparaat koppelen

Een apparaat kan soms meer dan één kleurprofiel hebben. Een kleurprofiel bevat namelijk de kleureigenschappen van een specifiek apparaat in een bepaalde staat. Voor wijzigingen die resulteren in een wijziging van het kleurgedrag van een apparaat, kan een afzonderlijk profiel vereist zijn. Bovendien kunnen profielen worden geoptimaliseerd voor verschillende typen projecten. Een printer kan bijvoorbeeld worden geleverd met verschillende profielen, die allemaal ontworpen zijn voor een ander type papier of inkt.

Als u meer dan een profiel hebt geïnstalleerd voor een apparaat, kunt u opgeven welk profiel u wilt gebruiken voor een bepaald project.

Alles weergeven

Meerdere kleurprofielen aan één apparaat koppelen

  1. Open Kleurbeheer door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm. Typ kleurbeheer in het zoekvak en klik vervolgens op Kleurbeheer.

  2. Klik op het tabblad Apparaten.

  3. Selecteer in de lijst Apparaat het kleurapparaat waaraan u één of meer kleurprofielen wilt koppelen.

  4. Schakel het selectievakje Mijn instellingen voor dit apparaat gebruiken in en klik op Toevoegen.

  5. Voer in het dialoogvenster Kleurenprofiel koppelen een of meer van de volgende handelingen uit:

    • Als u een kleurprofiel wilt gebruiken dat al op de computer is geïnstalleerd, klikt u op het kleurprofiel in de lijst en vervolgens op OK.

    • Als u een kleurprofiel wilt gebruiken dat niet op de computer is geïnstalleerd, klikt u op Bladeren om het standaardkleurprofiel te selecteren en vervolgens op Toevoegen om het te kunnen gebruiken.

      Het geselecteerde kleurprofiel (of meerdere) is nu aan het apparaat gekoppeld en kan worden gebruikt door programma's die met Windows Kleurbeheer werken om de kleureigenschappen van dat apparaat te beschrijven. Als het pas gekoppelde kleurprofiel als het standaardkleurprofiel voor het geselecteerde apparaat wilt gebruiken, klikt u op Als standaardprofiel instellen.

  6. Klik op Sluiten.

Opmerking

  • Met uw foto- of beeldbewerkingsprogramma kunt u mogelijk ook kleurprofielen kiezen. Als u de kleurinstellingen van dergelijke programma's wijzigt, worden de aangepaste instellingen gewoonlijk alleen in het betreffende programma gebruikt.

Een kleurprofiel loskoppelen van een apparaat

  1. Open Kleurbeheer door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm. Typ kleurbeheer in het zoekvak en klik vervolgens op Kleurbeheer.

  2. Klik op het tabblad Apparaten.

  3. Selecteer in de lijst Apparaat het kleurapparaat waarvan u één of meer kleurprofielen wilt loskoppelen.

  4. Schakel het selectievakje Mijn instellingen voor dit apparaat gebruiken in, klik op het kleurprofiel dat u van het geselecteerde apparaat wilt loskoppelen en klik op Verwijderen.

    Het geselecteerde kleurprofiel (of meerdere) is niet meer aan het apparaat gekoppeld en zal niet meer worden gebruikt door programma's die met Windows Kleurbeheer werken om de kleureigenschappen van dat apparaat te beschrijven.

  5. Klik op Sluiten.

Opmerking

  • Met uw foto- of beeldbewerkingsprogramma kunt u mogelijk ook kleurprofielen kiezen. Als u de kleurinstellingen van dergelijke programma's wijzigt, worden de aangepaste instellingen gewoonlijk alleen in het betreffende programma gebruikt.

Een apparaatkoppeling opslaan en gebruiken

Als u een kleurprofiel (of meerdere) aan een apparaat koppelt, kunt u de nieuwe koppeling aan het kleurapparaat op verschillende manieren gebruiken. Eventuele wijzigingen die u aanbrengt zijn alleen van toepassing op de kleurinstellingen voor het gebruikte gebruikersaccount en het geselecteerde apparaat.

  1. Open Kleurbeheer door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm. Typ kleurbeheer in het zoekvak en klik vervolgens op Kleurbeheer.

  2. Klik op het tabblad Apparaten.

  3. Voer één of meer van de volgende stappen uit:

    • Als u de huidige standaardkleurinstellingen van het systeem die het apparaat gebruikt wilt samenvoegen met de huidige reeks van profielen die u aan het apparaat gekoppeld hebt, klikt u op Profielen en vervolgens op Mijn instellingen met de standaardwaarden van systeem combineren.

    • Als u beslist dat u de kleurprofielen die u aan het apparaat hebt gekoppeld, niet meer wilt gebruiken en de standaardkleurinstellingen van het systeem in de plaats wilt gebruiken, klikt u op Profielen en vervolgens op Mijn instellingen door de standaardwaarden van systeem vervangen of schakel het selectievakje Mijn instellingen voor dit apparaat gebruiken uit.

    • Als u de koppeling wilt opslaan die het geselecteerde apparaat aan de gebruikte reeks profielen koppelt, klikt u op Profielen en vervolgens op Koppelingen opslaan. Geef in het vak Bestandsnaam een naam op voor de apparaatkoppeling en klik op Opslaan.

      Als u het apparaatkoppelingsbestand hebt opgeslagen, kunt u het achteraf laden om naar de betreffende kleurinstellingen voor het geselecteerde apparaat terug te keren. Dit kan nuttig zijn wanneer u bijvoorbeeld verschillende apparaatkoppelingsbestanden voor verschillende projecten hebt opgeslagen. U kunt dan snel overschakelen op bepaalde kleurinstellingen door een ander apparaatkoppelingsbestand te kiezen. Elk apparaatkoppelingsbestand bevat informatie over het standaardkleurprofiel dat werd gebruikt toen het bestand werd opgeslagen.

    • Als u een apparaatkoppelingsbestand wilt laden zodat het geselecteerde apparaat de kleurinstellingen van het koppelingsbestand gebruikt, klikt u op Profielen en vervolgens op Koppelingen laden. Zoek het opgeslagen koppelingsbestand, selecteer het en klik vervolgens op Openen.

  4. Klik op Sluiten.

De kleurinstellingen voor een apparaat voor alle gebruikers van de computer wijzigen.

Wijzigingen van kleurinstellingen worden alleen voor de huidige gebruiker toegepast. U kunt echter ook de standaardkleurinstellingen van het systeem voor een specifiek apparaat wijzigen, zodat de kleurinstellingen voor alle gebruikers van de computers worden toegepast. (Dit geldt alleen voor gebruikers die het selectievakje Mijn instellingen voor dit apparaat gebruiken in Kleurbeheer niet hebben ingeschakeld voor het betreffende apparaat.) Als u de standaardkleurinstellingen van het systeem wilt wijzigen, moet u zijn aangemeld als gebruiker met beheerdersbevoegdheden.

Kleurinstellingen voor alle gebruikers wijzigen

  1. Open Kleurbeheer door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm. Typ kleurbeheer in het zoekvak en klik vervolgens op Kleurbeheer.

  2. Klik op het tabblad Geavanceerd en klik vervolgens op Systeemstandaarden wijzigen.

  3. In de lijst Apparaat in het dialoogvenster Kleurbeheer - standaardwaarden van systeem selecteert u het kleurapparaat dat u aan een of meer kleurprofielen wilt koppelen voor alle gebruikers van de computer die de standaardkleurinstellingen voor dat apparaat gebruiken.

  4. Voer één of meer van de volgende stappen uit:

    • Als u een nieuw kleurprofiel wilt toevoegen voor het geselecteerde apparaat, klikt u op Toevoegen en gaat u naar stap 5.

    • Als u geen kleurprofiel wenst te koppelen aan het geselecteerde apparaat, klikt u op het kleurprofiel, vervolgens op Verwijderen en ten slotte op Ja om het kleurprofiel los te koppelen van het apparaat. Ga naar stap 6 om verder te gaan.

    • Als meer dan één kleurprofiel voor een apparaat geselecteerd is, klikt u op het kleurprofiel dat u als standaardprofiel voor het betreffende apparaat wilt instellen. Klik vervolgens op Als standaardprofiel instellen. Ga naar stap 6 om verder te gaan.

  5. Voer in het dialoogvenster Kleurenprofiel koppelen een of meer van de volgende handelingen uit:

    • Als u een kleurprofiel wilt opgeven dat al op de computer is geïnstalleerd, klikt u op het kleurprofiel in de lijst en vervolgens op OK.

    • Als u een kleurprofiel wilt opgeven dat nog niet op de computer is geïnstalleerd, klikt u op Bladeren om het standaardkleurprofiel te selecteren en vervolgens op Toevoegen.

      Het geselecteerde kleurprofiel (of meerdere) is nu aan het apparaat gekoppeld en zal worden gebruikt om de kleureigenschappen van dat apparaat te beschrijven.

  6. (Optioneel) Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Als u de koppeling wilt opslaan die het geselecteerde apparaat aan de gebruikte reeks profielen koppelt, klikt u op Profielen en vervolgens op Koppelingen opslaan. Geef in het vak Bestandsnaam een naam op voor de apparaatkoppeling en klik op Opslaan.

    • Als u een apparaatkoppelingsbestand wilt laden zodat het geselecteerde apparaat de kleurinstellingen van het koppelingsbestand gebruikt, klikt u op de knop Profielen en vervolgens op Koppelingen laden. Zoek het opgeslagen koppelingsbestand, selecteer het en klik vervolgens op Openen.

  7. Klik in het dialoogvenster Kleurbeheer – Systeemstandaarden op Sluiten.

  8. Klik in het dialoogvenster Kleurbeheer op Sluiten.

    Als de standaardkleurinstellingen niet al in gebruik zijn (wanneer het selectievakje Mijn instellingen voor dit apparaat gebruiken is ingeschakeld), ontvangt u bij het openen van Windows Kleurbeheer een waarschuwing die zegt dat de standaardkleurinstellingen van het systeem zijn gewijzigd. U kunt er dan voor kiezen om deze wijzigingen samen te voegen met uw eigen instellingen of om uw kleurinstellingen in te stellen op de nieuwe standaardkleurinstellingen van het systeem voor het geselecteerde apparaat.

Wat is de standaardrendermethode?

Aan de hand van een rendermethode wordt bepaald hoe kleuren worden weergegeven wanneer u van het ene apparaat (en dus kleurruimte) naar het andere schakelt. U kunt een rendermethode zien als een stijl voor het genereren van kleuren. Het is de benadering die Windows gebruikt om de juiste kleuren te kiezen bij het omzetten van kleuren tussen verschillende apparaten.

Op het tabblad Geavanceerd in Windows Kleurbeheer kunt u ook een koppeling opgeven tussen WCS-modelprofielen voor Gamut-koppelingen en de vier veelgebruikte ICC-rendermethoden. Normaal gesproken moet u alleen deze rendermethodekoppelingen wijzigen als u een WCS-invoegtoepassing voor Gamut-koppelingsmodellen hebt geïnstalleerd en u deze wilt gebruiken in plaats van de standaard-WCS-Gamut-koppeling. De meeste gebruikers hoeven deze instellingen nooit te wijzigen.

In de meeste beeldbewerkingsprogramma's kunt u een rendermethode voor een afbeelding kiezen. Als in een programma niet standaard een rendermethode is opgegeven, kunt u de standaardrendermethode opgeven die moet worden gebruikt. Er zijn vier veelgebruikte rendermethoden die de meestgebruikte taken dekken. Afhankelijk van de rendermethode verschilt de weergave van een foto, omdat Windows een andere reeks beschikbare kleuren gebruikt om deze te genereren. Dit zijn de vier rendermethoden die veel worden gebruikt:

Rendermethode Veelgebruikte taak
Rendermethode

Perceptueel (foto's)

Veelgebruikte taak

Beste methode voor foto's. Wanneer kleuren worden geconverteerd van de kleurruimte van het ene apparaat naar het andere, blijft de relatie tussen kleuren behouden. Dit is de initiële instelling van de standaardrendermethode voor Windows.

Rendermethode

Relatief colorimetrisch (line art)

Veelgebruikte taak

Beste methode wanneer een paar specifieke kleuren exact moeten kloppen, bijvoorbeeld bij het genereren van logo's. Dit is ook de beste methode voor de laatste transformatiefase in afdrukvoorbeelden. De kleuren die binnen de toegestane kleurruimte van beide apparaten vallen, blijven ongewijzigd maar andere kleuren kunnen worden gewijzigd, wat resulteert in een gecomprimeerde kleurtoon. De relatieve colorimetrische rendermethode koppelt wit van de kleurruimte van het bronapparaat aan wit in de kleurruimte van het doelapparaat.

Rendermethode

Absoluut colorimetrisch (papier simuleren)

Veelgebruikte taak

Beste methode voor gebruik in de laatste transformatiefase wanneer u drukproeven maakt waarbij u de papierkeur wilt weergeven in de uitvoer. De absolute colorimetrische rendermethode verschilt van de relatieve colorimetrische methode omdat wit in de bronkleurruimte niet wordt gekoppeld aan wit in de doelkleurruimte.

Rendermethode

Bedrijfsgrafieken (kaarten en grafieken)

Veelgebruikte taak

Beste methode voor zakelijke grafieken waarbij levendigheid belangrijker is dan realistische kleuren, bijvoorbeeld voor zakelijke kaarten en grafieken. Wanneer kleuren worden geconverteerd van de kleurruimte van het ene apparaat naar het andere, blijft de relatieve tint behouden maar kunnen de kleuren veranderen.

De standaardrendermethode wijzigen

  1. Open Kleurbeheer door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm. Typ kleurbeheer in het zoekvak en klik vervolgens op Kleurbeheer.

  2. Klik op het tabblad Geavanceerd.

  3. Wijzig één of meerdere instellingen in het gedeelte ICC-rendermethode naar WCS Gamut-koppeling.

Beeldschermkalibratie

Beeldschermkalibratie is een onderdeel van kleurbeheer waarmee u ervoor kunt zorgen dat kleuren nauwkeurig op het scherm worden weergegeven door het aan een gekende status aan te passen. Aan de hand van Schermkleurkalibratie in Windows kunt u een aantal stappen doorlopen waarmee u een kalibratie kunt maken voor uw scherm en de weergave van kleuren op het scherm kunt verbeteren. Zie Uw beeldscherm kalibreren voor meer informatie over het kalibreren van uw scherm met behulp van Schermkleurkalibratie.

Als u al beeldschermkalibratiesoftware van een andere leverancier op uw computer hebt geïnstalleerd, kunt u die software in de plaats gebruiken om uw beeldscherm te kalibreren. Vaak wordt een beeldschermkalibratieapparaat geleverd met kalibratiesoftware. Met het kalibratieapparaat en de vaak meegeleverde kalibratiesoftware, kunt u de beste kleuren bepalen voor uw beeldscherm. In het algemeen verkrijgt u voor de kalibratie van uw scherm betere kalibratieresultaten als u een kleurmetingsinstrument gebruikt dan wanneer u het met het blote oog doet.

Zodra uw scherm gekalibreerd is, wordt een nieuw gekalibreerd kleurprofiel gemaakt en een uw beeldscherm gekoppeld. De kalibratiegegevens moeten vanuit het kleurprofiel in het schermsysteem worden geladen. De kalibratie kan worden geladen door Windows of door kalibratiesoftware van andere leveranciers (indien op uw computer geïnstalleerd).

Als u schermkalibratiesoftware van andere leveranciers gebruikt, vooral wanneer deze software een kleurmetingsinstrument gebruikt, moet u het laadprogramma voor schermkalibratie gebruiken dat vaak samen met de kalibratiesoftware van andere leveranciers wordt geïnstalleerd. Deze software schakelt mogelijk automatisch het laadprogramma voor schermkalibratie in Windows 7 uit zodat de software zelf wordt gebruikt om de kalibratie te laden. U kunt het laadprogramma voor schermkalibratie in Windows echter ook handmatig in- of uitschakelen. Als u een schermkalibratiehulpprogramma van een andere leverancier gebruikt, moet u ervoor zorgen dat het laadprogramma voor schermkalibratielader in Windows is uitgeschakeld.

Het laden van de kalibratie door Windows in- of uitschakelen

Als u het laden van de kalibratie door Windows wilt in- of uitschakelen, moet u zijn aangemeld als gebruiker met beheerdersbevoegdheden.

  1. Open Kleurbeheer door te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm. Typ kleurbeheer in het zoekvak en klik vervolgens op Kleurbeheer.

  2. Klik op het tabblad Geavanceerd en klik vervolgens op Systeemstandaarden wijzigen.

  3. Klik op het tabblad Geavanceerd in het dialoogvenster Kleurbeheer - standaardwaarden van systeem en voer één van de volgende handelingen uit:

    • Als u het laden van schermkalibraties door Windows wilt in- of uitschakelen, schakelt u het selectievakje Beeldschermkalibratie van Windowsgebruiken in.

    • Als u het laden van schermkalibraties door Windows wilt voorkomen, schakelt u het selectievakje Beeldschermkalibratie van Windows gebruiken uit.

  4. Klik in het dialoogvenster Kleurbeheer – Systeemstandaarden op Sluiten.

  5. Klik in het dialoogvenster Kleurbeheer op Sluiten.