Geef ze een por. Probeert uw tegenstander tijd te rekken of het spel te vertragen in de hoop dat u opgeeft? Wacht tot de knop Buzzer wordt weergegeven. Als u daarop klikt, dwingt u de andere speler om een zet te doen of het spel te verlaten.
Houd bij wat uw partner doet. Als uw partner hoge kaarten weggooit ('duikt'), wilt hij of zij mogelijk voorkomen om met overslagen en zakken opgescheept te raken. Als u ziet dat uw partner een hoge kaart speelt die wordt afgetroefd door een tegenstander, moet u echter mogelijk inspringen en een paar extra slagen halen.
Houd troefkaarten vast. Als u veel troefkaarten hebt, hebt u iets over als de andere spelers door hun waardevolle kaarten heen zijn en kunt u extra slagen halen. Met de schoppenaas haalt u altijd een slag.
Azen zijn top.
Ook met de azen in de andere kaartsoorten kunt u bijna altijd een slag halen, vooral als u ze uitspeelt in de eerste ronde in die kaartsoort. Als er eenmaal een paar ronden in een soort zijn gespeeld, is de kans groter dat andere spelers geen kaarten meer hebben in die soort en uw aas aftroeven.
Speel voor het team. Als uw partner Nul biedt, moet u alle slagen voor het team halen. Kom uit met hoge kaarten. Als u ziet dat uw partner geen kaarten in een bepaalde soort meer heeft, kunt u met die soort uitkomen en uw partner zo de kans geven om hoge kaarten van andere soorten weg te gooien.
Tegen nul spelen. Kom laag uit als een tegenstander Nul biedt. U vergroot zo de kans dat de tegenstander gedwongen wordt de slag te nemen en strafpunten ontvangt. Let op of de tegenstander met het nulbod geen kaarten meer in bepaalde soort heeft en kom niet uit met die soort. Geef de tegenstander zo min mogelijk kans om hoge kaarten weg te gooien.
Gebruik een geheugensteuntje. Als u niet zeker meer weet welke kaarten in de vorige slag zijn gespeeld, klikt u op Vorige slag om die kaarten weer te geven.