Systeemconfiguratie is een hulpprogramma waarmee u problemen kunt achterhalen die voorkomen dat Windows juist wordt gestart. U kunt Windows starten terwijl algemene services en opstartprogramma's zijn uitgeschakeld en deze vervolgens één voor één weer inschakelen. Als een probleem niet optreedt wanneer een service is uitgeschakeld maar wel wanneer deze is ingeschakeld, kan de service de oorzaak van het probleem zijn.

Systeemconfiguratie is bedoeld om problemen te achterhalen en isoleren, maar is geen programma waarmee u de opstartprocedure kunt beheren. Zie Een programma verwijderen of wijzigen voor informatie over het verwijderen of uitschakelen van programma's of services die tijdens het opstarten worden uitgevoerd

In de volgende tabel worden de tabbladen en opties beschreven die in Systeemconfiguratie beschikbaar zijn:

Tabblad Beschrijving
Tabblad

Algemeen

Beschrijving

Bevat opties voor opstartmodi:

  • Normaal opstarten. Windows wordt op de gebruikelijke manier gestart. Gebruik deze modus om Windows te starten nadat u de ander twee modi hebt gebruikt om het probleem op te lossen.

  • Diagnostisch opstarten. Windows wordt gestart met alleen basisservices en stuurprogramma's. Met deze modus kunt u uitsluiten dat het probleem wordt veroorzaakt door basisbestanden van Windows.

  • Selectief opstarten. Windows wordt gestart met basisservices en stuurprogramma's en de overige services en opstartprogramma's die u selecteert.

Tabblad

Opstarten

Beschrijving

Configuratieopties voor het besturingssysteem en geavanceerde instellingen voor foutopsporing worden weergegeven, waaronder:

  • Veilig opstarten: minimaal Bij het opstarten in de veilige modus wordt de grafische gebruikersinterface van Windows (Windows Verkenner) weergegeven, waarbij alleen essentiële systeemservices worden uitgevoerd. Netwerken zijn uitgeschakeld.

  • Veilig opstarten: alternatieve shell Bij het opstarten in de veilige modus wordt de grafische gebruikersinterface van Windows weergegeven, waarbij alleen essentiële systeemservices worden uitgevoerd. Netwerken en de grafische gebruikersinterface zijn uitgeschakeld.

  • Veilig opstarten: herstel van Active Directory Bij het opstarten in de veilige modus wordt de grafische interface van Windows weergegeven, waarbij essentiële systeemservices en Active Directory worden uitgevoerd.

  • Veilig opstarten: netwerk Bij het opstarten in de veilige modus wordt de grafische gebruikersinterface van Windows weergegeven, waarbij alleen essentiële systeemservices worden uitgevoerd. Netwerken zijn uitgeschakeld.

  • Opstarten zonder GUI Het Windows-welkomstscherm wordt niet weergegeven tijdens de opstartprocedure.

  • Opstartlogboek Alle gegevens over de opstartprocedure worden opgeslagen in het bestand %SystemRoot%Ntbtlog.txt.

  • Basisvideo In de minimale VGA-modus wordt de grafische gebruikersinterface van Windows bij het opstarten weergegeven. Hierbij worden de standaard VGA-stuurprogramma's geladen in plaats van stuurprogramma's die specifiek zijn voor de videohardware op de computer.

  • Opstartgegevens besturingssysteem Tijdens de opstartprocedure worden namen van stuurprogramma's weergegeven wanneer deze worden geladen.

  • Alle opstartinstellingen permanent maken Wijzigingen in Systeemconfiguratie worden niet gevolgd. Opties kunnen later worden gewijzigd met Systeemconfiguratie, maar dit moet handmatig gebeuren. Wanneer deze optie is geselecteerd, kunt u uw wijzigingen niet terugdraaien door Normaal opstarten te selecteren op het tabblad Algemeen.

Geavanceerde opstartopties

  • Aantal processors Beperkt het aantal processors op computers met meerder processors. Als het selectievakje is ingeschakeld, wordt het systeem opgestart met het aantal processors die in de vervolgkeuzelijst worden weergegeven.

  • Maximaal geheugen Bepaalt de maximale geheugenhoeveelheid die door het besturingssysteem wordt gebruikt om een configuratie met onvoldoende geheugen te simuleren. De waarde in het tekstvak is in MB (megabytes).

  • PCI-vergrendeling Voorkomt dat Windows I/O- en IRQ-bronnen opnieuw toewijst aan de PCI-bus. De I/O- en geheugenbronnen die door het BIOS zijn ingesteld, blijven behouden.

  • Foutopsporing Schakelt foutopsporing in kernelmodus in voor de ontwikkeling van apparaatstuurprogramma's. Ga naar de Windows Driver Kit-website voor meer informatie.

  • Algemene foutopsporingsinstellingen Hiermee geeft u de verbindingsinstellingen voor deze computer, zodat een kerneldebugger met een debuggerhost kan communiceren. De debuggerverbindingstypen tussen host- en doelcomputer zijn Serieel, IEEE1394 of USB2.0

  • Poort voor foutopsporing Hiermee geeft u Serieel als verbindingstype en de seriële poort op. De standaardpoort is COM1.

  • Baudrate Hiermee geeft u de baudrate op die moet worden gebruikt wanneer Poort voor foutopsporing is geselecteerd met het verbindingstype Serieel. Dit is optioneel. Geldige waarden voor de baudrate zijn 9600, 19,200, 38,400, 57,600 en 115,200. De standaardwaarde is 115,200 bps.

  • Kanaal Hiermee geeft u 1394 op als verbindingstype voor de foutopsporing en het kanaalnummer dat voor de verbinding moet worden gekozen. Voor het kanaal kunt u een decimaal geheel getal van 0 tot en met 62 kiezen dat overeenstemt met het kanaalnummer dat door de hostcomputer wordt gebruikt. Het opgegeven kanaal is niet afhankelijk van de fysieke 1394-poort die op de adapter is ingesteld. De standaardwaarde voor het kanaal is 0.

  • USB-doelnaam Hiermee geeft u de te gebruiken tekenreekswaarde voor een USB-verbindingstype voor foutopsporing. De waarde van de tekenreeks kunt u vrij bepalen.

Tabblad

Services

Beschrijving

Alle services worden weergegeven die worden gestart wanneer de computer opstart, samen met de huidige status (Actief of Gestopt). Gebruik het tabblad Services om afzonderlijke services tijdens de opstartprocedure in of uit te schakelen om te bepalen welke services mogelijk een bijdrage leveren aan opstartproblemen.

Selecteer Alle Microsoft-services verbergen om alleen toepassingen van derden weer te geven in de lijst met services. Schakel het selectievakje voor een service uit zodat deze niet wordt geactiveerd wanneer de computer de volgende keer opstart. Als u Selectief opstarten hebt gekozen op het tabblad Algemeen, moet u Normaal opstarten kiezen op het tabblad Algemeen of het selectievakje van de service inschakelen zodat de service weer tijdens de opstartprocedure wordt geactiveerd.

Waarschuwing  Als u services uitschakelt die normaal gesproken tijdens de opstartprocedure worden uitgevoerd, kan dit ertoe leiden dat bepaalde programma's niet goed werken en het systeem instabiel wordt. Schakel services in deze lijst alleen uit als u weet dat deze niet noodzakelijk zijn voor de werking van de computer. Als u Alles uitschakelen selecteert, worden bepaalde Microsoft-services niet uitgeschakeld die nodig zijn voor het starten van het besturingssysteem.

Tabblad

Opstarten

Beschrijving

Er wordt weergegeven welke toepassingen worden uitgevoerd wanneer de computer opstart, samen met de naam van de uitgever, het pad naar het uitvoerbare bestand en de locatie van de registersleutel of de snelkoppeling waarmee de toepassing wordt uitgevoerd.

Schakel het selectievakje voor een opstartitem uit zodat dit niet wordt geactiveerd wanneer de computer de volgende keer opstart. Als u Selectief opstarten hebt gekozen op het tabblad Algemeen, moet u Normaal opstarten kiezen op het tabblad Algemeen of het selectievakje van het opstartonderdeel inschakelen zodat de service weer tijdens de opstartprocedure wordt geactiveerd.

Als u vermoedt dat een toepassing gevaar loopt, bekijkt u in de kolom Opdracht het pad naar het uitvoerbare bestand.

Opmerking  Als u toepassingen uitschakelt die normaal gesproken tijdens de opstartprocedure worden opgestart, kan dit ertoe leiden dat hiermee verwante toepassingen langzamer starten en niet worden uitgevoerd zoals verwacht.

Tabblad

Hulpprogramma's

Beschrijving

Hiermee wordt een handige lijst weergegeven met diagnostische hulpprogramma's en andere geavanceerde hulpprogramma's die u kunt uitvoeren.

Alles weergeven

Windows starten in de modus Diagnostisch opstarten

  1. Open Systeemconfiguratie door achtereenvolgens te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start, Configuratiescherm, Systeem en beveiliging, Systeembeheer en vervolgens te dubbelklikken op Systeemconfiguratie. Beheerdersmachtiging vereistAls u om het beheerderswachtwoord of een bevestiging wordt gevraagd, typt u het wachtwoord of een bevestiging.

  2. Klik op het tabblad Algemeen op Diagnostisch opstarten, klik op OK en klik op Opnieuw opstarten.

    Als het probleem zich voordoet, zijn basisbestanden of -stuurprogramma's van Windows mogelijk beschadigd. Zoek in Windows Help en ondersteuning op Opstartherstel voor meer informatie.

    Als het probleem zich niet voordoet, kunt u in de modus Selectief opstarten proberen het probleem te achterhalen door afzonderlijke services en opstartprogramma's in of uit te schakelen.

Windows starten in de modus Selectief opstarten

  1. Open Systeemconfiguratie door achtereenvolgens te klikken op de knop StartAfbeelding van de knop Start, Configuratiescherm, Systeem en beveiliging, Systeembeheer en vervolgens te dubbelklikken op Systeemconfiguratie. Beheerdersmachtiging vereistAls u om het beheerderswachtwoord of een bevestiging wordt gevraagd, typt u het wachtwoord of een bevestiging.

  2. Klik op het tabblad Algemeen, klik op Selectief opstarten en schakel de selectievakjes Systeemservices laden en Opstartonderdelen laden uit.

  3. Schakel het selectievakje Systeemservices laden in, klik op OK en klik op Opnieuw opstarten.

  4. Voer een van de volgende taken (of zo nodig beide) uit als het probleem zich voordoet nadat u de computer opnieuw hebt opgestart:

    Bepalen welke systeemservice het probleem veroorzaakt

    1. Klik op het tabblad Services, klik op Alles uitschakelen, selecteer het selectievakje voor de eerste service in de lijst en start de computer opnieuw op. Als het probleem zich niet voordoet, weet u dat het niet wordt veroorzaakt door de eerste service.

    2. Schakel het tweede selectievakje voor de service in terwijl ook de eerste service is geselecteerd en start de computer opnieuw op.

    3. Herhaal deze procedure totdat het probleem zich weer voordoet. Als u het probleem niet kunt reproduceren, weet u dat het niet wordt veroorzaakt door systeemservices. Voer de volgende bewerking uit:

    Bepalen welk opstartonderdeel het probleem veroorzaakt

    1. Klik op het tabblad Algemeen en schakel het selectievakje Opstartonderdelen laden in.

    2. Klik op het tabblad Opstarten, klik op Alles uitschakelen, schakel het selectievakje voor het eerste opstartonderdeel in de lijst in en start de computer opnieuw op. Als het probleem zich niet voordoet, weet u dat het niet wordt veroorzaakt door het eerste opstartonderdeel.

    3. Schakel het selectievakje voor het tweede opstartonderdeel in terwijl het eerste opstartonderdeel is geselecteerd en start de computer opnieuw op. Herhaal deze procedure totdat het probleem zich weer voordoet.

Zie de Microsoft-website voor IT-professionals voor uitgebreidere informatie.