U kunt met Windows Media Player digitale media-inhoud afspelen die wordt gestreamd vanaf internet. Om ervoor te zorgen dat een server met Windows Media Services een optimale verbinding met Media Player tot stand kan brengen, is Media Player zo geconfigureerd dat streams van de volgende streaming protocollen (afhankelijk van de netwerkomgeving) automatisch worden ontvangen: UDP (User Datagram Protocol), TCP (Transmission Control Protocol) en HTTP (Hypertext Transfer Protocol). UDP en TCP zijn basisnetwerkprotocollen die worden gebruikt in combinatie met het RTSP-protocol (Real Time Streaming Protocol) dat de uitwisseling van gegevens op hoog niveau bestuurt. Media Player kan ook een multicast-gegevensstroom ontvangen.

Als u gebruikmaakt van een openbaar netwerk, bijvoorbeeld in een restaurant of op het vliegveld, kan het zijn dat Windows Firewall de ontvangst van UDP- en multicast-gegevensstromen in Media Player blokkeert. U kunt dit probleem verhelpen door Windows Firewall te openen, op Een programma of onderdeel toegang geven via Windows Firewall te klikken en het selectievakje Windows Media Player in te schakelen. Als deze instelling niet beschikbaar is, kan deze worden beheer door Groepsbeleid. Neem contact op met de systeembeheerder voor meer informatie over groepsbeleid. Zie Een programma toestaan te communiceren via Windows Firewall voor meer informatie over het gebruik van Windows Firewall.

Alles weergeven

Protocolinstellingen voor de speler wijzigen

  1. Klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start, klik op Alle programma's en klik op Windows Media Player.
    Als Media Player al is geopend en de modus Nu afspelen is geactiveerd, klikt u op de knop Schakelen naar bibliotheekAfbeelding van de knop Schakelen naar bibliotheek linksboven in Media Player.
  2. Klik in de Media Player-bibliotheek op Organiseren en klik vervolgens op Opties.

  3. Klik op het tabblad Netwerk en breng uw wijzigingen aan.

    Opmerking

    • Als u het selectievakje voor TCP hebt uitgeschakeld of als TCP-streams worden geblokkeerd door uw firewall terwijl de speler is geconfigureerd om het RTSP-protocol te gebruiken, zal de speler proberen de streams te ontvangen via het UDP-protocol. Als u het selectievakje voor UDP ook hebt uitgeschakeld of als streams die deze protocollen gebruiken worden geblokkeerd door uw firewall terwijl de speler is geconfigureerd om het RTSP-protocol te gebruiken, zal de speler proberen de streams te ontvangen via het HTTP-protocol.

Proxyinstellingen voor de speler wijzigen

U kunt verbinding met internet maken via een proxyserver, een computer die werkt als intermediair tussen een webbrowser en internet. U kunt de instellingen van uw proxyserver als volgt wijzigen:

  1. Klik op de knop StartAfbeelding van de knop Start, klik op Alle programma's en klik op Windows Media Player.
    Als Media Player al is geopend en de modus Nu afspelen is geactiveerd, klikt u op de knop Schakelen naar bibliotheekAfbeelding van de knop Schakelen naar bibliotheek linksboven in Media Player.
  2. Klik in de Media Player-bibliotheek op Organiseren en klik vervolgens op Opties.

  3. Klik op het tabblad Netwerk.

  4. Klik in Proxyinstellingen voor streaming op het protocol dat u wilt configureren en klik vervolgens op Configureren. Wijzig de gewenste instellingen:

    • Proxyinstellingen automatisch zoeken. Selecteer deze optie als u wilt dat de proxyinstellingen of de instellingen voor automatische configuratie automatisch worden gedetecteerd door de speler.

    • Proxyinstellingen van de webbrowser gebruiken. Selecteer deze optie (alleen beschikbaar bij het HTTP-protocol) als u wilt dat de speler de proxyinstellingen van uw standaardwebbrowser gebruikt.

    • Geen proxyserver gebruiken. Als u deze optie selecteert, probeert de speler niet met een proxy te communiceren wanneer verbinding wordt gemaakt met internet. Dit betekent normaal gesproken dat de speler geen streaming inhoud van internet ontvangt.

    • De volgende proxyserver gebruiken. U kunt opgeven welke proxyserver moet worden gebruikt door de naam of het IP-adres en het poortnummer op te geven van de proxyserver die u wilt gebruiken om verbinding te maken met internet. De standaardpoortnummers zijn HTTP (80) en RTSP (554). U kunt ook de volgende opties kiezen:

      • U kunt het selectievakje Proxyserver niet gebruiken voor lokale adressen inschakelen als u niet wilt dat de proxyserver wordt gebruikt voor streams van uw intranet. Omdat een proxyserver werkt als een beveiligingsbarrière tussen uw intranet en internet, hebt u mogelijk extra machtigingen van uw systeembeheerder nodig om via een proxyserver toegang te krijgen tot webpagina's.

      • U kunt adressen opgeven waarvoor u geen proxyserver wilt gebruiken. Als u verbinding wilt maken met een computer op uw intranet, moet u het adres van deze computer in dit vak typen. Als u bijvoorbeeld verbinding wilt maken met een computer met de naam John1, typt u John1. U kunt jokertekens gebruiken voor domein- en hostnamen of adressen, bijvoorbeeld www.*.com; 128.*, 240.*, *mijngroep.*, *x* enzovoort.